is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 4, 1933-1934, no 7, 15-12-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANTWOORDEN OP DE VRAGEN VAN LEEUWARDEN. *)

Naar aanleiding van de vragen van de Afd. Leeuwarden ontvingen wij de navolgende antwoorden:

A-

Meer sociale Arbeid door „flinke Vrouwen", geen dubbele inkomens voor de gehuwde Ambtenares.

In het Mnbld. van Oct. onder Afdeeling Leeuwarden, staan o.a. de hier boven aangegeven wenschen voor werkverruiming, door Jongeren.

Het is een zeer gelukkig verschijnsel, dat in onzen tijd de jongeren in de gelegenheid worden gesteld, vrijuit haar opinie te zeggen, maar laten wij er om denken, haar oordeel met een zekere reserve te aanvaarden. Wij moeten bij de jongeren haar geestdrift natuurlijk op waarde stellen en zelfs aanmoedigen.

We hebben gehad: de eeuw van het kind, met goede maar ook veel nadeelige gevolgen; we staan nu blijkbaar in de eeuw van de jeugd, misschien bewegen we ons daarna in opgaande lijn in de eeuw der ervaring, het kostbare bezit van den rijperen mensch.

Er wordt in het stukje Afdeeling Leeuwarden, over „Sociale Arbeid" gesproken, alsof iedere „flinke Vrouw", de noodige eigenschappen bezit, (als tact, het kunnen luisteren, het meeleven met andermans nooden, het scheppen van een vertrouwenssfeer enz.) die noodig zijn om sociaal werk te doen slagen.

Moeten we nu „flinke vrouwen" die door dit werk niet worden aangetrokken (waarschijnlijk omdat deze eigenschappen niet voldoende bij haar aanwezig zijn) dezen arbeid aanraden? Daar zou voor beide partijen niets goeds tot stand komen.

Wat betreft het vrijwillig zich terugtrekken van gehuwde vrouwen met dubbele inkomens zou ik willen vragen: moet de persoonlijke aanleg van een individu geheel worden uitgeschakeld? Er zouden veel meer vrouwen betaalden arbeid zoeken, naast haar huiselijke bezigiieden, wanneer velen niet door gemakzucht daarvan werden teruggehouden. Ik spreek hier natuurlijk niet over jonge moeders.

Is het ook bekend hoeveel gehuwde ambtenaressen er in ons heele land werkzaam zijn en of haar aantal van groot belang is voor de werkverruiming? Waarom de gemeenschapszin alleen verwacht van de zijde van de vrouw? We staren ons blind op dubbele inkomens van de gehuwde vrouw, en is dit wel juist?

Het gaat er toch niet om, of het een dubbel inkomen is, maar het kan van belang zijn, of een dubbel inkomen, hetzij door man, hetzij door vrouw genoten, de norm overtreft, die aangenomen kan worden voor een gezin met of zonder kinderen, voor een alleenstaande man, of voor een alleenstaande vrouw, onverschillig of deze inkomens verdiend worden in het ambtelijke, dan wel in het particuliere bedrijf. Door ontslagen te verkenen in geval van overschrijding van deze norm, zou men wellicht groote werkverruiming kunnen brengen, maar dan moet de regeling beide sexen treffen. Hiertoe behooren dan ook gezinnen, waar vader, moeder, zoons of dochters eigen verdiensten hebben.

Rekent men onder gehuwde vrouwen ook diegenen, die na scheiding, een inkomen hebben, of als weduwe pensioen genieten, dan zou men nog veel verder moeten ingrijpen, om billijk te blijven.

*) Zie Vrouw en Gemeenschap October.