is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 5, 1934-1935, no 2, 15-07-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mevr. Mr. B. Bakker-Nort dankte haar namens de partij, die zij met hare groote talenten heeft gediend en namens de vrouwenbeweging in t algemeen. &

Zij roemde haar als een gaaf en goed mensch.

Mevr. S. v. d. Hoeve-Bakker dankte namens de Ver. v. Vrouwenbelangen en gelijk Staatsburgerschap voor hare toewijding aan de vrouwenbeweging.

Mej. M. Heinen sprak namens de Ver. v. Vrouwenarbeid, die Mej. Groot mede heeft opgericht.

Mej. Knappert herinnerde aan hare groote werkkracht als pres. der afd Rotterdam.

Mevr. Roos-Vos sprak namens de afd. Amsterdam; nog vele anderen kwamen getuigen van hare groote gaven als spreekster, van hare mildheid en goedheid als mensch.

Mevr. Bloys v. Treslong sprak een persoonlijk woord van innigen dank voor den steun en troost die de heengegane voor haar man tijdens zijn leven was geweest.

Een neef sprak met diepe ontroering van hare toegenegenheid en moederlijke liefde voor de haren.

Ten slotte dankte een ander familielid voor de groote waardeering waarvan al het gesprokene getuigenis had afgelegd.

Het orgel speelde: ,,'k Wil U o God mijn dank betalen", terwijl het stoffelijk omhulsel van haar, die allen zoozeer hebben liefgehad, die wij allen zoozeer hebben bewonderd en gewaardeerd, langzaam aan onze oogen werd onttrokken.

Het geheel was een treffende laatste hulde aan de vrouw, die zoo groote verdiensten heeft gehad voor onze beweging, die zooveel voor ons allen geweest is.

Wij zullen haar in dankbare herinnering blijven gedenken.

S. v. d. H.-B.

BEROEPSARBEID VOOR DE GEHUWDE VROUW

Het vraagstuk van den vrouwenarbeid, steeds wisselend zooals zooveel maatschappelijke vraagstukken, is door de crisis in een nieuw stadium gekomen, een stadium, waarin gevaar dreigt van twee kanten. Ieder, die op het standpunt staat, dat recht op arbeid een algemeen menschelijk recht is, dat vrouwen evengoed als mannen de gelegenheid moet worden gelaten door arbeid tot een bepaalde maatschappelijke onafhankelijkheid te komen, zal zich ernstig rekenschap moeten geven van dezen nieuwen toestand.

Leek het de laatste tientallen van jaren alsof er in ons land eenige rust zou komen om dit belangrijke probleem, alsof men den ontwikkelingsgang van het vrouwenleven ongestoord zou laten gaan om de ervaring te laten spreken, vrij plotseling is daarin verandering gekomen. Velen willen weer terug naar den toestand van vroeger en van alle kanten worden maatregelen genomen om dat te bevorderen. De motieven der aanvallen zijn tweeërlei; voor een deel zijn ze van principieelen aard en hebben ze v.n. betrekking op de positie van de vrouw in het gezin, voor een ander deel liggen ze op economisch terrein. Zooals zoo dikwijls, vallen de beide aanvallers elkaar in de armen en trekken vereend op. Het gevaar wordt daardoor belangrijk grooter, want vertroebeling van argumenten maakt bestrijding altijd bijzonder moeilijk.

Ofschoon de bezwaren met het toenemen der crisisgevolgen zich geleidelijk hoe langer hoe meer richten tegen allen vrouwenarbeid, die niet ook door mannen kan worden verricht, is men begonnen met de positie der gehuwde vrouw. De princi-