is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 5, 1934-1935, no 3, 15-08-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouwelijke afgevaardigden met de leidsters der vrouwenorganisaties, die dan tevens in Genève zijn, samen om eenige punten van de agenda te bespreken die speciaal de vrouwen aangaan. Deze bijeenkomsten zijn zeer belangrijk en doeltreffend, daar blijkt dat de vrouwen die in de Delegaties zitting hebben, op deze speciale onderwerpen haar invloed kunnen doen gelden. Daar het meerendeel dezer officieele afgevaardigden goede bekenden uit de vrouwenwereld zijn, is het niet moeilijk het gewenschte contact te verkrijgen. (Wordt vervolgd)

DE NEDERLANDSCHE BOND VAN BOERINNEN EN PLATTELANDSVROUWEN

Te Deventer werd 29 en 30 Mei een bijeenkomst van bovengenoemden Bond gehouden. Door ziekte van de voorzitster Mevr. Bonnema-Benes uit Odoorn werd de vergadering uitnemend geleid door de vice-presidente Mevr. Poppinga-Huizing uit Westerembden (Gr.). Na in haar openingswoord de Koningin-Moeder herdacht te hebben, uitte zij haar vreugde over de goede opkomst. Naar schatting waren er een tweehonderd afgevaardigden. Er bleken 170 personen de presentielijst geteekend te hebben, maar tijdens de vergadering zijn er nog verschillende personen bij gekomen. De voorzitster deelde nog mede, dat sinds de laatste mededeeling van 't najaar de Bond nu gegroeid was tot over de 3000 leden, wat in de enkele jaren, dat zij bestaat, al een aardig aantal is.

Onder de onderwerpen, die behandeld werden behalve de gewone huishoudelijke aangelegenheden, willen wij o.a. noemen „De electriciteitsvoorziening voor het platteland", waarnaar door het H.B. inlichtingen waren ingewonnen. Voor ver van het net gelegen hoeven werd in dit verband gewezen op het gebruik van „Buma-gas", hetwelk wij den volgenden dag ook in gebruik zagen op „Nieuw-Rollecate".

Verder werd besproken, hoe de Bond mede kon werken aan het gevraagde onderzoek naar het besteden van het inkomen, uitgaande van de Centrale Commissie voor de Statistiek. Hiertoe werd algemeene medewerking gevraagd en verkregen. De wijze waarop dit geschieden zal, werd later in een commissievergadering behandeld.

Nog één punt dat besproken werd wil ik noemen, n.1. een bespreking over opleiding en plaatsing van dienstmeisjes, mede in verband met de werkloosheid onder meisjes in sommige streken en anderzijds een tekort aan goede hulp in de huishouding.

Als afgevaardigde naar het Internationaal congres voor huishoudonderwijs in Berlijn werd benoemd Mevr. Evers-Dijkhuis te Spijk (Gr.).

Naar de jaarvergadering, te houden door den Int. Bond voor plattelandsvrouwen, werden benoemd Mej. Knirps uit Wemeldinge en Mevr. J. de Jong-Paardekooper Overman van Oostvoorne.

De avond van dezen goed-besteden dag werd doorgebracht in gezelschap met de leerkrachten en leerlingen van „Nieuw-Rollecate", die ons behalve op versnaperingen op aardige toepasselijke voordrachten vergastten, terwijl door een club uit Lonneker een „revue" werd opgevoerd in Overijsselsch costuum, waarvan de strekking was de goede resultaten van het landbouwhuishoud-onderwijs aan te toonen, sedert dit onderwijs in deze streken werd toegepast en waarin aanschouwelijk werd voorgesteld met welke moeilijkheden men in 't eerst had te kampen, en welke oude voor oor deelen te overwinnen waren.

De tweede dag werd ook weer goed besteed door het nuttige met het aangename te vereenigen. Er was een kleine tentoonstelling van „goede handwerken", hetgeen toegelicht werd door Mej. Camminga, leerares uit Enschedé, waarna nog allerlei besprekingen plaats hadden.

Ik verzuimde nog te vermelden een adres, dat aan den Minister van Economische Zaken gezonden zou worden over de prijzen der levensmiddelen in verband met den