is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 5, 1934-1935, no 5, 15-10-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vele interessante bizonderheden worden door spr. gememoreerd. Daarna kwam spr. op vraagstukken, die zich op het terrein van de vrouwenarbeid voordoen n.1. de kwestie van de beloning, de inperking van het arbeidsveld voor vrouwen en het weren van de gehuwde vrouw uit beter bezoldigde ambten en beroepen. Spr. bracht in verband hiermede naar voren, dat, wat het eerste vraagstuk betreft, de buitenlandse ervaring leert, dat de klove tussen bescherming van mannen- en vrouwenarbeid het best overbrugd kan worden door bescherming van de arbeid ook van den volwassen man.

Alleen voor de arbeidster-moeder moeten afzonderlijke maatregelen worden getroffen.

Men late de vrouw, die de dubbele taak van bezoldigde arbeidskracht en huisvrouw op zich wil nemen, daartoe de vrijheid. Spr. wees er met nadruk op, dat het nodig is en blijft, dat de publieke opinie bewerkt wordt, voornamelijk indirect door het metterdaad bewijzen, dat bezoldigde werkende vrouwen volwaardige krachten zijn en voorts door verhoging bij de vrouwen van: gevoel van verantwoordelijkheid, zelfrespect en solidariteit. Wat dit laatste betreft heeft het vakverenigingswezen in het buitenland de Nederlandse vrouwen wel iets te leren. Het hoge verantwoordelijkheidsgevoel van vrouwen t.a.v. haar familieleden heeft in het buitenland reeds bewerkt, dat aanvankelijk reeds verleende ontslagen worden herroepen. Spr bracht ten slotte nog naar voren, dat pas als het ideaal der tegenstanders: alle vrouwen weer opgeborgen in haar huizen, verwezelijkt zou zijn, men zou kunnen nagaan hoezeer daardoor iedere natie stoffelijk, geestelijk en zedelijk zou zijn verarmd, want de volle betekenis van het bezoldigd werken der vrouwen buiten eigen huis is en kan volgens spr. nimmer worden gemeten.

Als laatste spreekster trad Zondagmiddag op Mej. Mr. E. Simons, die sprak over de militante zijde van het vraagstuk.

De bijeenkomst was volgens spr. eigenlijk niet noodig voor de aanwezigen maar wat hier is gezegd, moest eigenlijk uitgeschreeuwd worden tegen degenen, die hier niet zijn.

Onze voorvechtsters hebben ons zelfbeschikkingsrecht verworven. Onze ergste vijanden zijn dikwijls de onverschillige vrouwen, want ook hier geldt en juist in sterke mate, wie niet voor ons is is tegen ons. Deze onverschilligen moeten wakker geschud worden. Het is in het belang der gehele samenleving, dat de vrouw aan de gemeenschap blijft deelnemen.

In deze men-made wereld is er zoveel, waarop de mannen niet trots behoeven te zijn, dat men zich afvraagt of de wereld rijk genoeg is, de helft der mensheid uit te schakelen.

Reeds Homerus zeide, dat niets mooiers denkbaar was, dan dat man en vrouw het huis samen besturen. Wat voor het huis geldt, geldt evenzeer voor de maatschappij. Wij moeten niet vergeten, dat de vrouwenbeweging nog jong is, door de vrouwen wordt lang niet voldoende beseft, dat zij tegen eeuwenoude vooroordelen strijden. Wij moeten blijven strijden voor onze vrijheid van arbeid. Naast haar rechten heeft de vrouw de plicht, zowel in haar eigen belang als in dat van alle vrouwen, haar werk zo te verrichten, dat het de toets van de scherpste critiek kan doorstaan, omdat daardoor de beste propaganda voor de vrouwenarbeid wordt gemaakt.

Na dit zeer boeiende en zeer toegejuichte referaat gaf Mevr. Polak-Rosenberg een samenvatting van al het gesprokene.

Het was buitengewoon aangenaam en tevens zeer nuttig om van al het gesprokene een kort overzicht te krijgen. Na een hartelijk applaus, sloot Mej. Piepers met een kort woord de conferentie, waarna alle deelneemsters zich weer over diverse plaatsen van Nederland verspreidden, hopelijk en ook waarschijnlijk om het gehoorde verder te verspreiden, ieder in eigen kring.

Beide dagen werd voor de aanvang der conferentie op zeer verdienstelijke wijze een pianostuk uitgevoerd door Mej. Staverman.