is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 7, 1936-1937, no 5, 15-10-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Suzanne Lacore, Madame Cecile Brunschvicg en Irène Joliot—Curie. De laatste over wie in ons nummer van 15 September een levensbeschrijving stond, heeft naar de courantenberichten ons meldden, reeds weer afstand gedaan van haar regeeringspost; ze is met haar echtgenoot voor wetenschappelijke doeleinden naar Rusland vertrokken en er moeten zich meeningsverschillen hebben voorgedaan tusschen haar en de regeering omtrent de wijze, waarop wetenschappelijke onderzoekingen moeten worden verricht. Zij is opgevolgd door Prof. Jean Perrin.

Suzanne Lacore en Madame Brunschvicg zijn geen nieuwelingen op het gebied van de politiek en beide zien, de eerste als onder-staatssecretaris voor Kinderbescherming, de tweede voor een afdeeling van het ministerie van Arbeid, hun politieke activiteit door deze positie bekroond.

Het was voor Frankrijk een heel ding, vrouwen in de regeering te zien en bij de aanvaarding van hun ambt werden ze door tallooze journalisten geïnterviewd opdat deze in staat zouden zijn de krantenlezers de allerlaatste en meest bijzondere nieuwtjes te kunnen voorleggen. Nog kort geleden heeft de Fransche vrouw op heftige wijze in de straten van Parijs geprotesteerd tegen een senator, die zich een fel tegenstander van het vrouwenkiesrecht had getoond en die had gezegd, niet te zullen dulden, dat de Fransche vrouw haar charme en specifieke huiselijke deugden zal verliezen door naar verkiezingsvergaderingen en naar de stembus te loopen. Zoo hebben reeds vóór dezen ontelbare malen de oude en conservatieve heeren van de Senaat hun afkeuring geuit en goedkeuring geweigerd; al lang voor den wereldoorlog kwam dit vraagstuk aan de orde van den dag.

De twee voornoemde vrouwen zijn ook ijverige voorvechtsters geweest. Daarbij is Madame Brunschvicg voorzitster van de Fransche Unie voor Vrouwenkiesrecht en hoofdredactrice van

het orgaan dier vereeniging „La Frangaise". Sinds 1909 werkt ze voor de verbetering van de toestanden in de Fransche industrie. Telkens weer opnieuw werd ze getroffen door de misstanden, waarin de werkende vrouwen en kinderen verkeerden en vooral door haar initiatief werd de nachtarbeid voor vrouwen en kinderen afgeschaft en werden de hygiënische toestanden in de fabrieken verbeterd. Gedurende den wereldoorlog werkte ze onder de vluchtelingen uit de door de Duitschers bezette of verwoeste gebieden van België en Noord-Frankrijk. In haar eigen woning te Passy had ze een soort doorgangshuis ingericht en daar heeft ze duizenden vrouwen en kinderen met raad en daad bijgestaan en getracht aan werk te helpen. Haar vaderland schonk haar het Legioen van Eer voor haar tallooze verdiensten. Haar echtgenoot is professor aan de Sorbonne en beroemd Spinoza-kenner. Zij hebben drie volwassen kinderen.

Suzanne Lacore komt uit een veel eenvoudiger milieu dan haar landgenoote. Zij groeide op het platteland op als oudste van zeven kinderen. Haar vader stierf toen ze nog heel jong was, dus moest Suzanne zoo spoedig mogelijk helpen de kost te verdienen. Door studie in haar vrijen tijd wist ze het examen voor onderwijzeres te doen en nadien heeft ze veertig jaar van haar leven aan de opvoeding van kinderen gegeven en zich daarbij speciaal geïnteresseerd voor de geestelijk zwakkeren. In haar hooge positie van heden heeft ze bij uitstek de zorg voor dit kind en tevens voor het verwaarloosde of mishandelde. Dagelijks bereiken haar berichten uit alle deelen van het land, die haar uitvoerig inlichten over de meest verschillende gevallen, die zij dan allen nauwkeurig onderzoekt.

Laten wij hopen, dat deze beide vrouwen zich zullen weten te handhaven op de hun toegewezen post en voor haar land nuttig werk zullen kunnen verrichten.

(Vaderland).

UIT DE AFDEELINGEN

Rotterdam — Lezing: Vrouwenbeweging en Vredesbeweging — Mevrouw Dr. W. H. Posthumus—van der Goot is dezen avond in de plaats getreden van Mej. Rosa Manus, die door haar verlengd verblijf in Genève verhinderd was voor de Rotterdamsche afdeeling te spreken over ,,De vrouw in de vredesbeweging".

Mevrouw Posthumus begon met het allereerste te vertellen van de vrouwenbeweging in

Nederland, en haar beide pioniersters: Dr. Aletta Jacobs en Bertha von Süttner. Zij schetste den onafhankelijken geest van eerstgenoemde o.a. in haar moed om toentertijd, tegen de publieke opinie in, te zeggen, dat de Atjehoorlog overbodig was en wreed. Spr. verhaalde van haar samenwerking met Jane Addams. Eerst van 1915 af begon Aletta Jacobs actief deel te nemen aan de vredesbeweging en wel bij het Vredescongres in Den Haag, waarbij vrouwen van 15 nationaliteiten bijeen waren. Van invloed is dit congres niet geweest op den oorlog, maar het was toch meer dan een demon-