is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 7, 1936-1937, no 12, 15-05-1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gadering bekort tot twee dagen. Naar mijn indruk was deze inkrimping een volledig succes en ik meen zelfs, dat op dezen weg nog verder kan worden voortgegaan. Een groote tijdsbesparing zou verkregen worden, wanneer de verslagen niet werden voorgelezen, maar aan afgevaardigden en algemeene bestuursleden van te voren werden toegezonden. Indien werd bepaald, dat alle verslagen enkele weken voor de vergadering moeten worden ingezonden bij de secretaresse, konden deze worden gezet (wat nu na de vergadering geschiedt voor het verslag) en in den vorm van drukproeven in aller handen zijn. Wanneer dan een bepaalde vereeniging of een comité-lid aan de beurt is om op het podium te verschijnen, zou zij daar alleen voor de discussie komen. De vergadering zou zeker aan levendigheid winnen en het grootste voordeel zou zijn, dat zij, die belangstellen in een bepaald comité of een speciale vereeniging, van te voren haar vragen kunnen overdenken. Men onderschatte ook niet de bezwaren van het voorlezen van verslagen in zulk een groote vergadering. Alleen in de nabijheid van de bestuurstafel kan men alles verstaan, hoe verder men in de zaal zit, des te moeilijker wordt het om alles te volgen. Ik hoop daarom, dat men het volgend jaar hiermede een proef zal willen nemen.

De avondvergadering vormde een waardig slot van deze zoo goed geslaagde bijeenkomst. Drie jonge vrouwen van zeer uiteenloopende richting gaven met gloed en overtuiging haar inzicht over ,,de houding der jongeren ten opzichte van de vrouwenbeweging". Bovendien vertelden twee Indonesische jonge vrouwen van haar werk onder de vrouwen in Indië. Er was veel belangstelling voor dezen avond en een levendige nabeschouwing had plaats. Wellicht werd de algemeene tendens van het streven der jongeren het best onder woorden gebracht door freule Mackay, toen zij zeide: „Het gaat op dit oogenblik niet meer in de eerste plaats om recht op arbeid voor de vrouw, maar om de verdeeling van den beschikbaren arbeid tusschen mannen en vrouwen. Met behoud van gelijke rechten in ambten, beroepen en bedrijven, zal de voorrang verleend moeten worden aan personen, die voor zichzelf of voor een gezin hebben te zorgen, hetzij man, hetzij vrouw."

J. L. Redeke—Hoek.

VOLKENBONDSCONFERENTIE I inzake bestrijding van den handel in Vrouwen en kinderen in het Oosten.

Op 2 Februari had te Bandoeng de opening plaats van bovengenoemd Volkenbondscongres, Dit congres werd eigenlijk in 1930 voorbereid, toen een commissie van den Volkenbond, het Oosten. Het resultaat van dit onderzoek was

betreffende de vrouwen- en kinderhandel in al zijn geledingen. Zij bezocht achtereenvolgens verschillende grootere en kleinere steden van het Oosten bezocht, om een onderzoek in te stellen een rapport, dat in 1933 werd gepubliceerd, waaruit bleek, dat er een uitgebreide internationale handel in vrouwen en kinderen bestond tusschen de Aziatische landen. De slachtoffers waren voor het meerendeel Aziatische vrouwen, meest van Chineesche nationaliteit, daarop volgen vrouwen uit Japan en een veel kleiner getal uit andere Oostersche landen. De handel in Westersche vrouwen in het Oosten was aanmerkelijk minder.

Waar het duidelijk bleek, dat alleen door een gemeenschappelijke actie der verschillende landen een krachtige bestrijding van dit euvel kon worden gevoerd, besloot de Volkenbond een vergadering van overheidspersonen, die in het Oosten met de maatregelen tegen den handel van vrouwen en kinderen belast zijn, samen te roepen en daarbij tevens uit te noodigen afgevaardigden van particuliere organisaties, die op dit terrein arbeiden. Dit Congres, dat op uitnoodiging van de Nederlandsche Regeering thans te Bandoeng plaats vindt, heeft niet tot taak een internationale overeenkomst tot stand te brengen, doch zal haar doel bereikt hebben, als ze overeenstemming heeft verkregen omtrent de volgende punten:

le. de samenwerking en het uitwisselen van gegevens tusschen de politie en andere autoriteiten van de verschillende landen, die belast zijn met het nemen van maatregelen om den handel in vrouwen en kinderen te beletten in het Oosten.

2e. het toezicht op de immigratie in verband met de bescherming van vrouwen en kinderen.

3e. nauwere samenwerking tusschen de politie en andere autoriteiten en particuliere organisaties in 't Oosten.

4e. het aanstellen door de verantwoordelijke autoriteiten van meerdere vrouwelijke beambten voor de bescherming van vrouwen en kinderen.

5e. het sluiten van de huizen van ontucht.

6e. de oplossing van het probleem der vrouwelijke Russische vluchtelingen in China en Mantsjoekwo. die het slachtoffer zijn of zullen worden van de handelaren in vrouwen en kinderen.

De Volkenbondsdelegatie bestaat uit Dr. E. Ekstrand, Dr. Wertheimer, den heer Mathieu — de officiëele tolk van den Volkenbond. — die het gesprokene in het Fransch of in het Engelsch moest vertalen, Miss Ray, Miss Fiovoli en de heeren Godet en Sampson.

Vertegenwoordigd waren bijna alle landen om den Pacific, ook vele particuliere organisaties