is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 8, 1937-1938, no 11, 15-04-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vallen op de rechten van de vrouw, die in het afgeloopen jaar zijn gedaan, ook een goede kant hebben gehad. De vereeniging heeft getoond, dat zij haar aanvallers stond, en toen Minister Romme zijn voorontwerp betreffende beperkende bepalingen in zake arbeid van gehuwde vrouwen aan den Hoogen Raad van Arbeid zond, gaven de meesten onzer afdeelingen (helaas kan ik niet zeggen alle) blijk van groote activiteit. Nieuwe afdeeling werden in Hilversum en in Helmond opgericht, terwijl de afdeeling Eindhoven, die lang slapend was geweest, door een nieuw bestuur als het ware herboren werd. Het ledenaantal nam helaas niet toe, wel mocht de vereeniging, dank zij de protestvergaderingen der afdeelingen een vrij groot aantal winnen, maar het aantal leden, dat bedankte voor het lidmaatschap, was grooter. Het aantal nieuwe leden bedroeg 274, het aantal leden dat voor het lidmaatschap bedankten bedroeg 408. In aanmerking moet echter genomen worden, dat door herziening van de ledenlijsten op het Secretariaat een vrij groot aantal leden afviel. Op 1 April 1938 telde de vereeniging 2281 leden, tegen 2407 leden op 1 April 1937.

Hoofdbestuur.

In het Hoofdbestuur hadden door periodieke aftreding enkele mutaties plaats; aan de beurt van aftreden en niet herkiesbaar waren: de penningmeesteres mevr. }. W. HuizengaHuisman, mevr. J. Polak-Kiek en Mr. B. C. Goudsmit, terwijl mej. Dr. M. Teilegen zich niet herkiesbaar had gesteld wegens drukke werkzaamheden. In deze vacatures werden op de Algemeene Vergadering van 30 Mei '37 gekozen: Mej. Mr. C. v. d. Valk, die zich bereid verklaarde mevr. Huizenga als penningmeesteres op te volgen, mevrouw A. M. Boissevain-van Lennep, Mr. H. B. J. Waslander en ondergeteekende, die zich bereid had verklaard het secretariaat voor vast op zich te nemen. Op de zelfde vergadering werden herkozen: mej. Mr. J. C. van Es, en Mr. N. J. C. M. Kappeyne v. d. Copollo. De Hoofdbestuursvergaderingen hadden ook in het afgeloopen jaar eens per maand en wel op de vierde Vrijdag plaats.

Bij de verkiezingsactie voor de Tweede Kamer toonde het H.B. zich diligent door de vrouwen aan te sporen vooral op vrouwen te stemmen en haar tevens op te wekken haar stem uit te brengen op een democratische partij. Dit geschiedde door het doen drukken van een pamfletje, dat door de afdeelingen werd verspreid; voorts werd een verkiezingscourantje uitgegeven, dat als titel droeg: Een Wegwijzer. In dit courantje werd in artikelen van de hand van eenige vooraanstaande vrouwen van ver¬

schillende politieke richtingen aan de vrouwen eenige wegen gewezen, die zij gaan konden bij gelegenheid van de verkiezingen. De uitgave van dit blad was het H.B. mogelijk gemaakt door een gift van een vrouw, die onbekend wenschte te blijven. Ter voorlichting bij de verkiezingen gaf het H.B. een brochure uit van de hand van ons Hoofdbestuurslid, mej. Mr. Adriaanse, waarin deze op overzichtelijke wijze de beginselen van de verschillende politieke partijen uiteenzette en waarin zij het standpunt tegenover het feminisme deed uitkomen. Deze brochure werd aan alle leden met het Meinummer van Vrouw en Gemeenschap toegezonden. Ten slotte verscheen in het Meinummer een korte biografie van de vrouwelijke Kamercandidaten.

De Najaarsconferentie werd te Woudschoten gehouden op 23 en 24 October 1937. Aan deze conferentie werd deelgenomen door 160 belangstellenden. 12 vrouwenvereenigingen hadden zich hier laten vertegenwoordigen, terwijl verschillende onzer afdeelingen ook officieel vertegenwoordigd waren. De buitengewoon groote belangstelling voor deze conferentie was ongetwijfeld voor het grootste deel te danken aan het onderwerp, dat hier behandeld werd, n.1. de Vrouw als Psychologisch Probleem. De theoretische kant van dit onderwerp werd door 2 mannelijke sprekers ingeleid t.w. Dr. J. H. v. d. Hoop uit Amsterdam en Jhr. D. }. van Lennep uit Utrecht, die respectievelijk spraken over ,,De instinctieve aanleg van de vrouw", de „Gevoelsbehoefte van de Vrouw" en ,,de verhouding van de vrouw tot haar beroep". De practische kant van dit vraagstuk werd ingeleid door 4 vrouwen (mevr. Boissevain-van Lennep, mevr. Dra. G. C. M. Brugmans-Kan, mevr. W. A. Markus-Poels en mevr. Marianne Philips), die een beroep met het huisvrouw en moederzijn vereenigden. Zij spraken alle over de dubbele roeping van de vrouw. Deze 4 zeer verschillende getuigenissen vulden elkaar uitmuntend aan. Het slotwoord werd gesproken door mevr. Mr. Dr. Franken-van Driel, die sprak over de samenwerking tusschen de vrouwen. Het Novembernummer van Vrouw en Gemeenschap gaf een uitgebreid en helder overzicht van deze zoo belangrijke conferentie, zoodat wij er hier niet verder op zullen ingaan, alleen willen wij nog even vermelden, dat aan het eind dezer conferentie een der sprekers de aanwezigen het compliment gaf, dat hij zelden een bijeenkomst van mannen had bijgewoond, waar de nabespreking op zoo n hoog peil stond, als op deze conferentie het geval was geweest.

Aan het einde van '37 kwam Minister Romme de gemoederen verschrikken met zijn drastisch voorontwerp i. z. beperking van arbeid van de gehuwde vrouw. Het Hoofdbestuur richtte