is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 9, 1938-1939, no 2, 15-07-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HOOGE RAAD VAN ARBEID TEGEN HET VOORONTWERP.

De Hooge Raad van Arbeid heeft Zaterdag 2 Juli zijn advies vastgesteld inzake het voorontwerp van wet houdende beperkende bepalingen inzake arbeid van gehuwde vrouwen.

Daarbij heeft de Raad zich met 25 tegen 15 stemmen uitgesproken tegen het systeem van het voorontwerp, n.1. een algemeen verbod van arbeid voor gehuwde vrouwen met uitzonderingen. Voor de doelmatigheid van het voorontwerp hebben zich uitgesproken 6 leden en er tegen 25 leden.

Ten slotte heeft de Raad zich met 29 tegen 10 stemmen uitgesproken voor de wenschelijkheid dat alvorens een wetsontwerp tot regeling der onderhavige materie bij de StatenGeneraal aanhangig wordt gemaakt, een onderzoek wordt ingesteld naar

1. den omvang van het verschijnsel in de verschillende bedrijven;

2. de motieven, op grond waarvan deze gehuwde vrouwen in die bedrijven werkzaam zijn;

3. de vraag of op grond van de aldus verkregen gegevens ,een algemeene, dan wel een regeling bedrijfsgewijze, de voorkeur verdient.

TOCH NOG GEEN RUSTIG AFWACHTEN...

Er is nog altijd rumoer rondom „Het Voorontwerp". Men wil blijkbaar nog maar niet „rustig afwachten". — Ook wij willen dus onze leden en lezeressen er nog 't een en ander over meedeelen.

Mevr. Talens-Ebbens, onze lezeressen wel bekend, liet een fiksche kleine brochure het licht zien, waarin zij, vaststellende, dat geen weldenkende vrouw het met den Minister oneens zal zijn wat de waarde van een goed gezinsleven betreft, met nadruk aanvoert ,,dat de moderne vrouw niet van hoogerhand gedwongen, en op van hoogerhand vastgestelde wijze haar huisgezin wil dienen, maar in vrijheid en volgens eigen inzicht en geweten." — De brochure waarin verder de bekende inzichten van de schrijfster worden uiteengezet, is een uitgave van de Vrouwen-Kruistocht Centrale te Haarlem en kost 10 ets.

Daarentegen bracht de brochure van Dr. Gesina v. d. Molen ter verdediging van het Voorontwerp, die wij in ons vorig nr. aankondigden bij onzen tegenstander nr. 1, de redacteur van de Avondpost den Heer Hans, een paroxysme van vreugde, lang IV2 kolom, te weeg, waarin hij 't bestaat, het feminisme een „bleek schimmenspel" te noemen! (Lijkt dat niet

bedenkelijk op beleediging van een volksgroep?) Wij kunnen den geachten tegenstander verzekeren dat dit aan zijn, op dit punt verduisterde, oogen ligt! Maar dat komt er van, als men onze overvolle, geestdriftige vergaderingenyiiet komt bijwonen. Zou dat koor van stemmen uit zoo verschillenden kring — ter verdediging van dat hooge menschenrecht, de vrijheid van denken en handelen — want daar' gaat het om! — zelfs den anti-feminist niets gezegd hebben? —

Ten slotte achten wij ons gelukkig, onderstaande streng gedocumenteerde bestrijding van het voorontwerp van zeer bevoegde hand een plaats in ons blad te kunnen verleenen.

M. C. T.

HET VOORONTWERP VAN WET, HOUDENDE BEPERKENDE BEPALINGEN IN ZAKE ARBEID VAN GEHUWDE VROUWEN.

Hoeveel reeds gezegd en geschreven is over het ontwerp, toch heerscht er op dit gebied nog zooveel verwarring en misverstand, dat het zijn nut heeft er nogmaals op in te gaan, speciaal ook om de bezwaren zooals deze aan protestantsch christelijke zijde gevoeld worden, naar voren te brengen.

In de eerste plaats moet er met allen nadruk op gewezen worden, dat het bij de beoordeeling van het ontwerp niet gaat over de vraag of men beroepsarbeid voor de gehuwde vrouw in het algemeen gewenscht acht. Hoe ons volk hier over denkt is reeds beantwoord door het feit dat nog geen 3 % der gehuwde vrouwen dergelijken arbeid verricht, waarvan het overgroote deel slechts den nood en zorg van haar gezin tracht te verlichten. Het gaat om de vraag of men op grond van deze gegevens aan den wetgever het recht wil toekennen aan de vrouw de persoonlijke beslissing in deze zaak te ontnemen en daarmede aan de hoofden van het gezin de verantwoordelijkheid voor het levenspeil daarvan, met al de gevolgen daaraan verbonden.

In de practijk omgezet: Of men wenscht; dat de vrouw die door haar verdienste de studie van haar zoon mogelijk wil maken, hier voortaan permissie voor zal moeten vragen; dat de vrouw die de kwellende zorg van haar man over zijn onzekere verdiensten wil wegnemen door zelf aan te pakken ,eerst zal moeten vragen of zij ook als kostwinster kan aangemerkt worden. Dat de kinderlooze vrouw die de verbittering uit haar leven heeft verjaagd door haar werk, binnenkomt gedwongen zal worden dit op te geven. Om deze dingen gaat het. De vrouw die het accountantswerk verkiest boven de opvoeding harer kinderen, door mej. van der