is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 10, 1939, no 1, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een voorloopig opgesteld plan om in Den Haag of een andere groote plaats een z.g. „dag" te wijden aan het onderwerp: „De Vrouw en de verdraagzaamheid" werd verdrongen door het, door het vertrek van vele Duitsche meisjes, plotseling weer zeer actueel geworden onderwerp van „het Dienstbodenvraagstuk". Na veel overleg kwam hiervoor in samenwerking met de afdeelingen Amsterdam onzer Vereeniging en die der Ver. van Huisvrouwen een aanlokkelijk programma tot stand en op 13 Februari spraken in Bellevue te Amsterdam de Heer Detiger, Directeur der Gemeentelijke Arbeidsbeurs over de recruteering der meisjes, Mej. Muizenbelt, Gem. woninginspectrice te Enschedé over de opleiding en Mr. de Jong over de rechtspositie. Na een gemeenschappelijke maaltijd met selfhelp werd een toepasselijk tooneelstukje, geschreven door Mr. Dieuke Boissevain, opgevoerd en hierna spraken Mevr. Polak-Rosenberg en Mej. van Andel over de practijk van het beroep van dienstbode resp. van den kant van de werkgeefster en van de werkneemster bekeken. Tot slot sprak Mevr. van Amstel van Löben Seis over de geestelijke en moreele herbewapening in het gezin. De opkomst was, vooral van de kant van de huisvrouwen niet zoo groot als wij hadden mogen verwachten, maar wel verschenen er uitgebreide verslagen in alle groote en kleine kranten, zoodat er toch zeker een belangrijke propagandistische waarde voor onze Vereeniging van is uitgegaan.

Veel besprekingen werden gewijd aan de voorbereiding van de Voorjaarsconferentie. Het bleek dit jaar niet mogelijk hier een internaat aan te laten voorafgaan, zooals in vorige jaren op de Vonk en het Clubhuis Ingeborg gehouden werd. Daarom besloten wij aan de conferentie een voordag te verbinden, zoodat toch een wat langer contact tusschen een kleine groep mogelijk zou zijn. Om niet steeds in dezelfde conferentie-oorden te vervallen werd eerst getracht een geschikte plaats te vinden in Twente of in de omgeving van Deventer. Toen dit niet lukte meenden wij, dat misschien in de Noordelijke Provincies toch wel voldoende belangstelling voor het onderwerp, dat wij gekozen hadden n.1. „Maatschappelijke factoren van invloed op het gezin" zou bestaan, om de reis naar het Noorden te wagen. Hoewel wij op een grootere opkomst gehoopt hadden, werden de bijeenkomsten toch door ruim 50 bezoeksters bijgewoond. Zeer verheugd waren wij, dat de echtgenooten van de Commissarissen der Koningin in Drenthe en Groningen aan onze uitnoodiging om de conferentie hij te wonen, gehoor hadden gegeven.

De heer Bolt, Directeur van de Pallas Athene School te Amersfoort sprak over de invloed

van de pers, radio en film op het gezin. De invloed van de emancipatie der vrouw op het gezin, werd door vier spreeksters van verschillende kleur t.w. uit algemeen, uit R.K., uit Prot. Chr., en uit Soc. Dem. standpunt belicht. Duidelijk bleek hieruit, dat de vrouwen in veel opvattingen toch niet zoover van elkaar afstaan als sommigen ons wel eens willen doen gelooven en ieder dezer vier zoo geheel verschillend geaarde en gerichtte vrouwen kwam tot de slotsom dat de vrouwenemancipatie een zegen voor het gezin is geweest. Mevr. Querido-Nagtegaal besprak de invloed van de werkeloosheid en het dreigend oorlogsgevaar op het gezinsleven. Duidelijk liet zij ons zien hoe vooral bij werkeloosheid het de vrouw is, waar het van afhangt of een gezin met ondergang wordt bedreigd dan wel zich staande zal weten te houden. Voor haar is juist bij werkeloosheid van den man een positieve taak weggelegd en daarom zijn voor haar de moeilijkheden die daaruit voortvloeien dikwijls makkelijker te dragen al worden er lichamelijk zoowel als geestelijk heel zware eischen aan haar gesteld.

In de middag-slotzitting gaf de Presidente van het J.W.C. in haar antwoord van de vrouw haar credo over de taak van de vrouw en de vrouwenbeweging in de tegenwoordige maatschappij. Sterk legde zij de nadruk op het positieve element, dat vooral de vrouwen moeten vertegenwoordigen. Niet nieuwe tegenstrijdigheden scheppen, maar trachten eenheid en harmonie te brengen, moet ons doel zijn.

Wel zeer misten wij op deze bijeenkomst de aanwezigheid van Bep Adriaanse, die ons altijd zoo trouw terzijde heeft gestaan. Al kon zij door de groote afstand meestal niet de gewone maandelijksche bijeenkomsten van het J.W.C. bijwonen, bij bizondere gelegenheden ontbrak zij nooit en nooit deden wij tevergeefs een beroep op haar hulp. Het is moeilijk te aanvaarden, dat wij die nu voorgoed zullen moeten missen.

In den loop van dit jaar traden twee nieuwe leden toe tot het J.W.C. n.1. Mevr. Mr. A. Ruding-Fehmers en Mevr. Scheltema-Blase. Beiden kunnen echter op het oogenblik voorloopig niet aan ons werk deelnemen. Mevr. Scheltema werd zwaar getroffen door het verlies van haar man, Mevr. Rüding verwacht in Aug. een baby. Ook Mevrouw de Jong-de Monchy zal de komende maanden nog wel erg gebonden zijn door haar dochtertje, dat begin April werd geboren. Voorloopig moeten wij dus wel met een zeer klein Comité verder werken.