is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 10, 1939, no 1, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de feestelijke viering van den 75sten verjaardag van Mevrouw Cohen TervaertIsraëls en den 80sten verjaardag van Johanna Naber sprak Mevrouw Posthumus woorden van dank en hulde tot deze wegbereidsters.

Met deze mooie voorbeelden voor oogen zullen wij ook in het komende jaar onze krachten kunnen geven voor den bloei onzer Vereeni-

ging!

Marie Goedhart, Secr. J. W. C.

DE VROUW

EN DE GEMEENTEHUISHOUDING.

Bij de verkiezingen voor den gemeenteraad gelden bij vele kiezers andere normen dan voor de Provinciale Staten en de Tweede Kamer. Dat blijkt voor een deel uit de vele verschillende groepeeringen, die zich daarbij voordoen en die onder allerlei namen en vaak onder de leuze „Geen politiek in den Raad", zich aandienen als de ware behartigers der gemeentebelangen. In werkelijkheid zijn het — de goede natuurlijk niet te na gesproken — echter vaak niet anders dan vertegenwoordigers van bepaalde groepen of groepjes, die alleen hun belangen willen zien behartigd. Deze groepjes, die bij de verkiezingen voor Provincie en Rijk over het algemeen slechts 1 a 3 procent van het totaal aantal stemmen behalen, brengen het bij de gemeenteraadsverkiezingen tot gemiddeld 14 a 15 procent.

In hoeverre de leuze ,,Geen politiek in den Raad" waarheid bevat, willen wij hier in het midden laten. Een feit is echter, dat zij voor een groot deel der vrouwen, die „immers niet aan politiek doen", een zekere bekoring heeft.

Oogenschijnlijk moge bij het behartigen van de belangen eener gemeente geen politiek in het spel zijn, daar een gemeente niet te maken heeft met de oplossing van groote politieke problemen, zooals het Rijk, geheel juist is die opvatting toch niet. Want, de groote politieke problemen gaan niet aan de gemeentenaren voorbij en dus ook niet aan de gemeente. Daarbij neme men tevens in aanmerking, dat voor hem, die een bepaalde politiek voorstaat, dit in het algemeen een levensbeschouwing is, die wel degelijk zijn richting bepaalt ten opzichte van verschillende vraagstukken, waarvoor ook een gemeenteraad wordt geplaatst. Men denke slechts aan de inrichting van het onderwijs, de bepalingen omtrent de Zondagsheiliging e.d., waarvoor ook gemeenteverordeningen worden vastgesteld.

Tevens bedenke men daarbij, dat de gemeenteraden in zeer vele gevallen de uitvoerders zijn van wetten en bepalingen, die door

de Rijksregeering in groote trekken zijn uitgestippeld, doch door de gemeenten moeten worden uitgewerkt. Dat daarnaast ook veel werk moet worden gedaan, dat met politieke inzichten niet te maken heeft, doet hieraan niets af.

Het werk in een gemeenteraad is voor een groot deel practisch werk. Het is het bestuur van een groote huishouding. Daarbij komen zeer veel zaken te pas, waarvoor vooral de vrouwen bijzondere belangstelling hebben. Wij noemden het onderwijs. Daarnaast kunnen wij nog stellen het ziekenhuiswezen, verzorging van ouden van dagen en van weezen; volkshuisvesting en volksgezondheid; woninginrichting (bij den bouw van gemeentewoningen); bad- en zweminrichtingen; tarieven voor gas, waterleiding en electriciteit en in zekeren zin ook voor de tram; melkverstrekking op de scholen, schoolkindervoeding en -kleeding, e.d.

Hoewel in het gewone leven een huishouding zonder vrouwelijk toezicht als iets onvolledigs, ja zelfs als iets beklagenswaardigs, wordt beschouwd, schijnt men het in het algemeen heel gewoon te vinden, dat de gemeentehuishouding door mannen wordt bestuurd. Het gevolg is dan ook, dat er vaak geklaagd wordt over de onpractische maatregelen van het gemeentebestuur, of over het gebrek van inzicht omtrent verschillende zaken, waarmee vooral de huisvrouw heeft te maken. Wij denken daarbij o.a. aan de standaard-vuilnisemmers, die in sommige gemeenten zijn ingevoerd, en die zoo zwaar zijn, dat het voor een zwakke vrouw bezwaarlijk is ze gevuld van b.v. drie hoog af naar beneden te dragen. En aan de wenschen van vele huisvrouwen om een meer practische inrichting der keukens, naar meer bergruimte in de woningen, enz.

Vrouwelijke gemeenteraadsleden.

Nu wij te midden der gemeenteraadsverkiezingen zitten en over enkele dagen de stemmingen daarvoor in de belangrijkste gemeenten van ons land worden gehouden, is het wellicht interessant even een blik te werpen op de uitkomsten van de verkiezingen in 1935. Men neme hierbij echter in aanmerking, dat deze beschouwing is gebaseerd op de officieele „Statistiek der gemeenten" van het Centraal Bureau voor de Statistiek van 1936. Sindsdien zullen er daarom in enkele gemeenten door