is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 10, 1939, no 1, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mutaties wel enkele wijzigingen in de samenstelling van den gemeenteraad zijn gekomen. Maar, aan het algemeene beeld doet dit niets af of toe.

Er bestaan helaas in ons land geen statistieken omtrent de verhouding tusschen mannelijke en vrouwelijke kiezers. Maar, aangezien er hier meer vrouwen dan mannen leven, is de veronderstelling niet te gewaagd, dat minstens de helft van het aantal geldige stemmen door vrouwen is uitgebracht.

In 1935 nu werd enin ongeveer 1100 gemeenten in totaal uitgebracht 3.586.346 geldige stemmen. Men mag dus aannemen, dat ongeveer 1.800.000 vrouwen aan de stemming deelnamen.

En hoe staat het nu met het aantal vrouwelijke raadsleden?

In totaal werden 13105 raadszetels bezet. Daarvan vielen er slechts 102, of 0.77 procent aan vrouwen ten deel. Deze waren verdeeld over de volgende partijen:

Van de 1409 zetels, die de C.H.U. veroverde, werden er 2, of 0.14 procent, ingenomen door vrouwen. De C.P.N. kreeg 99 zetels, waarvan 2, of 2.02 procent, aan vrouwen werden toegewezen. De R.K. St., die 4981 raadszetels beztete, had daarvan 14, of 0.28 procent, ingeruimd aan vrouwelijke candidaten. De Rev. Soc. mochten 29 zetels, waarvan 1, of 3.45 procent, voor een vrouw, veroveren. De S.D.A.P. legde beslag op 1690 zetels en daarvan werden 61, of 3.61 procent door vrouwen ingenomen. De Liberalen, die zich 837 zetels zagen toegewezen, stond er 8, of 0.96 procent, af aan vrouwen. De Vrijz. Dem. met hun 376 zetels lieten daarvan 5, of 1.33 procent, door vrouwen innemen. Ten slotte behaalden nog verschillende kleinere partijen en groepen te samen 1457 zetels, waarvan 9, of 0.61 procent, door vrouwen werden bezet. Men ziet, dat van de 8 groepeeringen, die vrouwen in de gemeenteraden brachten, er vier waren, waarvan het aantal vrouwen nog niet eens de 1 procent van het totaal aantal der groep behaalden.

De A.R. met 1805, de C.D.U. met 75. de Herv. Ger. met 25, de Kath. Dem. met 37, Nat. Herstel met 33, de Plattelanders met 4, de Staatk. Ger. met 248 zetels, brachten geen enkele vrouw in de raden. ,

Vrouwelijke wethouders.

Van deze 13105 raadszetels zijn er 2211 door wethouders ingenomen, onder wie 5, of 0.22 procent, vrouwelijke, n.1. 1 R.K. St. van de 901,

d.i. 0.11 procent; 3 S.D.A.P. van de 178, d.i. 1.68 procent, en 1 Liberaal van de 170, d.i. 0.59 procent.

Over de verschillende provincies verdeeld, worden vrouwelijke raadsleden gevonden in: Groningen (totaal 741) 7, n.1. 1 C.P.N., 5 S.D.A.P. en 1 onafh., of 0.94 procent: Friesland (totaal 630) 5 t.w. 2 S.D.A.P., 1 Lib., 1 V.D. en 1 onafh., of 0.79 procent (Drenthe (totaal 460) 3 S.D.A.P., of 0.65 procent: Overijssel (totaal 823) 5 S.D.A.P. of 0.60 procent; Gelderland (totaal 1492) 10, n.1. 1 C.H.U., 1 R.K. St., 6 S.D.A.P., en 2 onafh., of 0.67 procent; Utrecht (totaal 810) 8, n.1. 1 R.K. St., 5 S.D.A.P., 1 V.D. en 1 onafh., of 0.98 procent; Noord-Holland (totaal 1563) 30, t.w. 1 C.H.U. 1 C.P.N., 21 S.D.A.P., 3 Lib., 1 V.D. en 3 onafh., of 1.92 procent; Zuid-Holland (totaal 2241) 14, n.1. 1 R.K. St., 1 Rev. Soc., 11 S.D.A.P. en 1 Lib., of 0.62 procent; Zeeland (totaal 1082) 9, t.w. 3 R.K. St., 1 S.D.A.P., 3 Lib. en 2 V.D., of 0.83 procent; NoordBrabant (totaal 1887) 4, n.1. 3 R.K. St. en 1 S.D.A.P., of 0.21 procent; en Limburg (totaal 1376) 7, t.w. 5 R.K. St., 1 S.D.A.P. en 1 onafh., of 0.50 procent.

Slechts in één provincie, n.1. in NoordHolland, kc^mt het aantal vrouwelijke raadsleden dus boven de 1 procent van het totaal aantal leden van gemeenteraden.

De vrouwelijke wethouders worden gevonden:

1 S.D.A.P. in Drenthe (70 in totaal), dus 1.42 procent; 1 S.D.A.P. in Gelderland (236 in totaal) dus 0.42 procent; 1 S.D.A.P. in ZuidHolland (377 in totaal), dus 0.26 procent; 1 R.K. St. en 1 Lib. in Zeeland (219 in totaal) dus 0.91 procent.

Hoewel wij geenszins zouden kunnen verwachten, dat, waar het vrouwelijke kiezerscorps minstens 50 procent van het totaal bedraagt, nu ook het aantal vrouwelijke vertegenwoordigsters in de gemeenteraden dit percentage zou moeten benaderen, komt het ons toch voor, dat bovenstaande cijfers voldoende doen uitkomen, dat er bij de vrouwen over het algemeen te weinig belangstelling bestaat voor de gemeentezaken. Dit is te meer te verwonderen, daar juist de gemeentehuishouding zooals wij boven reeds aangeven, in zoo hooge mate te maken heeft met de huishouding in de gezinnen.

M. C. B.