is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 10, 1939, no 2, 15-07-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denheid aan het klimaat, afhankelijkheid van de natuur, schept een sterke band tussen allen die het betreft.

Nu veel van wat vroeger op het platteland aan gebruiken, klederdrachten en gewoonten leefde, verloren gaat, tracht ook de A.C.W.W. enkele van deze gewoonten te bestendigen of in gewijzigde vorm aan te passen aan deze tijd. Daarom was het ook, dat, op verzoek van het bestuur der A.C.W.W., vele afgevaardigden, na de openingsrede van de presidente, Mrs. Alfred Watt, in haar eigen klederdracht de de groet van haar land overbrachten, hetgeen een kleurig en boeiend schouwspel was.

Ook door de tijdens het Congres gehouden handwerk-tentoonstelling bracht het A.C.W. W. zijn streven tot uiting, het eigene van het handwerk in elk land te behouden en aan te wakkeren. De voorwaarde was, dat ieder stuk gemaakt moest zijn van materiaal van eigen bodem, hetgeen natuurlijk zeer uiteenliep. Er was wol, linnen, zijde, maar ook gras, riet, ivoor, hout, huiden, ganzenpennen en paardehaar. Ook Nederland had een mooie collectie ingezonden, voornamelijk wollen weefsels en kantwerk.

Uit de verschillende inleidingen bleek, dat de vrouwen op het land nog vaak een zwaar leven hebben. Werkdagen van 16 uur zijn geen uitzondering. Maar het is ook in deze landen, dat de organisaties van plattelandsvrouwen krachtig en doelbewust werken, niet alleen om betere economische voorwaarden te bereiken, maar ook verbetering van de hygiënische toestanden en meer ontwikkelingsmogelijkheden bevorderen, werk dat in ons land door de regering of door andere instanties wordt gedaan. Ik denk b.v. aan het landbouwhuishoudonderwijs, en aan de ziekenzorg, de voorliching voor a.s. moeders, de consultatie-bureaux van het Groene Kruis.

Met grote bewondering luisterden wij naar de opofferingen en het harde werk waarvan vele leidsters, o.a. die uit Noorwegen, ZuidAfrika en Nieuw-Zeeland ons vertelden.

Uit dit laatste land waren twee boerenvrouwen, waarvan de een de helft van haar schapen had moeten verkopen, de ander een hypotheek op haar bezit had moeten nemen om de lange reis naar Engeland te kunnen bekostigen.

In onze Groningse oren klinkt dat onverantwoord, maar de ernst, waarmee deze vrouwen spraken van hun verlangen, op deze reis veel te leren, dat haar zusters in Nieuw-Zeeland ten goede zou komen, en de vreugde op haar gezichten toen zij vertelden, dat tegelijkertijd haar liefste wens, eens in haar leven ,,our old country" te zien, in vervulling was gegaan, dat alles schonk ons de overtuiging, dat het

juist een groot verantwoordelijkheidsbesef was dat haar zo deed handelen.

Gedurende het Congres werden vele inleidingen gehouden over het werk in de verschillende landen, maar ook over meer algemene onderwerpen, zoals ,,De vruchtbaarheid der aarde", „De vrouw en de pers", „De onderlinge afhankelijkheid van stads- en plattelandsvrouwen".

Verschillende landen vertoonden in films het werk der organisatie, waarbij de Nederlandse en de Finse films speciale waardering vonden. Voor de Nederlandsche Bond van Boerinnen en andere Plattelandsvrouwen is dit een prettig succes, omdat het een fragment was uit de eigen, nieuwe film van de Bond, geheten „Nijvere Handen".

De Engelse leden hebben haar overzese zusters een heel hartelijke en verzorgde ontvangst bereid. De organisatie was uitstekend. Voor vele deelneemsters zijn het onvergetelijke dagen geworden.

Dit Congres zal zeker ook voor Nederland zijn nut hebben. Ten eerste omdat de gedelegeerden nader in aanraking zijn gekomen met het internationale verband zelf, dat vele onderzoekingen instelt, materiaal en gegevens verzamelt, tijdschriften uitgeeft, boeken uitleent en in landen, waar het werk moeilijk gaat, met raad en daad bijstaat, maar ook en vooral omdat er zo'n inspirerende kracht van uitgaat. Verfrist, vervuld met nieuwe arbeidslust, verruimd van blik, vol nieuwe perspectieven zijn de deelneemsters naar huis teruggekeerd.

W. Evers-Dijkhuizen, Spijk (Gr.) Voorz. Ned. Bond van Boerinnen en andere Plattelandsvrouwen.

VEREENIGING EN BUREAU VAN VROUWENARBEID.

Het jaarverslag 1938 van Vereeniging en Bureau kan gelukkig getuigen van optimisme, al is het Bestuur daarmee in deze moeilijke tijden nog maar voorzichtig. Dit verslag geeft intusschen behalve van dit optimisme van zooveel activiteit blijk, dat we de blijmoedige kijk toch stellig als gerechtvaardigd mogen beschouwen. Met zeven vrouwen-organisaties van verschillende politieke en confessioneele schakeering werd o.a. contact gezocht, waardoor allerwege belangstelling verkregen werd, vrouwelijke artsen en leeraressen werden opgewekt als lid toe te treden, zoodat de daling van het ledental tot staan kwam. — Ook het Bureau onder leiding van Marie Heinen, Directrice en Mr. Nora van Lindonk, Adj.