is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 10, 1939, no 2, 15-07-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Directrice, stelt een verheugenden vooruitgang vast. Het aantal aanvragen dat van 1933 tot 1937 als top het aantal 736 had, zag dit nu stijgen tot 868 waarvan 31 uit het buitenland. De meeste van deze aanvragen bewogen zich op 't gebied van beroepskeuze, zoowel bij aanvang als bij moeilijkheden in de loopbaan; maar ook bij vraagstukken van anderen aard werden inlichtingen gevraagd, zoo over vrouwenarbeid in 't algemeen als door mannen en vrouwen die over 't ontwerp met de beperkende bepalingen wilden spreken of schrijven. Eveneens door hen die over een feministisch onderwerp geschiedkundige bizonderheden wenschten te weten... Verder vervulde de Directrice vele spreekbeurten en stond bijdragen af voor allerlei publicaties.

De beknopte leidraad voor beroepskeuze is als steeds tegen 75 ets (giro 107350) aan het Bureau en in den boekhandel verkrijgbaar. Spreekuren zijn de eerste 5 werkdagen van 10—11 en van 14—15 uur, Zaterdags van 10—11 uur, Bureau van Speykstraat 153, telef. 392492.

RAPPORT

van het Internationaal Comitélid voor Gelijkheid van Arbeidsvoorwaarden voor Mannen en Vrouwen 3).

Laat mij, voor wat betreft het terrein dat dit Internationaal Comité bestrijkt, volstaan met het vastleggen van vier feiten:

le. >— omdat het van de wijdste strekking is — de mededeeling, in de inleiding tot het in 1938 te Genève verschenen „Le Statut Légal des Travailleuses", dat de kwestie of een vrouw recht zou hebben aangesteld te worden vóór 1931 nauwelijks ter sprake kwam, maar m dat sindsdien die vraag hoe langer hoe meer de publieke opinie in de cultuurlanden bezig houdt (en blijkbaar lang niet altijd volmondig bevestigend wordt beantwoord, zou Uw Comitélid daaraan willen toevoegen).

2e. omdat het in eigen land den horizon verduistert: de passage in de Memorie van Toelichting op het in April 1939 bij den Hoogen Raad van Arbeid aanhangig gemaakt voorontwerp van wet tot wijziging van de arbeidswet 1919 (arbeid van 14 en 15-jarige meisjes) die woordelijk luidt als volgt:

„Ten slotte beoogt de ondergeteekende (d.i. de Minister van Sociale Zaken) met het voorgestelde arbeidsverbod voor 14- en 15-jarige meisjes, mede een vermindering der werkloos-

i) Verslag bestemd voor de Alg. Vergadering. Zie Juni-nummer, blz. 4.

Vertooning film „Nijvere Handen".

Op een avond in Mei had het Bureau leden en belangstellenden uitgenoodigd voor de vertooning van een film met bovenstaanden titel, die een beeld gaf van het landbouwhuishoudonderwijs in ons land. De Vereeniging van Vrouwenarbeid heeft tot dit onderwijs den stoot gegeven zooals de presidente Mej. M. Wiener met een kort welkomstwoord in herinnering bracht.

Daarna hield mevr. A. W. S. v. d. Laan, lid van den Nederlandschen Bond van Boerinnen en andere plattelandsvrouwen een inleiding op de te vertoonen film, die van deze causerie een duidelijke illustratie gaf. Tot in bijzonderheden werd de opleiding te zien gegeven aan de school Nieuw Rollecate te Deventer en verder de inrichting en werkwijze van de meeste landbouwhuishoudscholen en -cursussen in ons land. Het laatste gedeelte van de film gaf een kijkje op een Twentsche boerderij, waar een oud-leerlinge van een landbouwhuishoudschool de huishouding deed en de practische voordeden van dit onderwijs kwamen hier wel heel duidelijk aan het licht.

heid onder de jongens en mannen door middel van een verschuiving in de werkgelegenheid ten gunste van deze beide groepen van arbeiders. Dit doel echter zou illusoir worden, indien de 14- en 15-jarige meisjes zouden worden vervangen door gehuwde vrouwen. Daar nu vooral met betrekking tot de 15-jarige meisjes dit bezwaar in het geheel niet denkbeeldig is, overweegt de ondergeteekende te bevorderen, dat de invoering der onderhavige regeling gepaard zal gaan met een arbeidsverbod voor de gehuwde vrouw, dat terzelfder tijd in werking zou moeten treden."

3e. Ongeveer 20 jaar na invoering van de Sex Disqualification Removal Act komt uit Groot-Brittannië het bericht, dat de ambtenaressen in dienst van den „Unemployed Assistance Board (Civil Service) een salarisverhooging zullen krijgen, die haar wedden zal brengen op 80 % van die der mannen.

4e. In het 6—13 Mei nummer van „La Franqaise" komt het volgende curieuse bericht voor: Tot dusverre deden mannen en vrouwen, die werkzaam wilden zijn bij den Franschen dienst van Registratie en Hypotheken (Enregistrement & Hypothèques) hetzelfde toelatingsexamen, zij verrichtten na aanstelling precies dezelfde werkzaamheden, maar de mannen heetten Commis en genoten een jaarsalaris van frs 10.500 tot frs 22.500, de vrouwen heetten dames employées en kregen een salaris van frs 9.500 tot frs 15.000.

De 450 bij dien dienst aangestelde vrouwen