is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 10, 1939, no 2, 15-07-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben een levendige actie gevoerd voor gelijkstelling in titulatuur en in salaris. De administratie heeft er nu dit op gevonden: bij decreet van 27 November 1938 werd bepaald dat de vrouwen in het corps der commiezen zouden worden opgenomen, maar... ze moesten dan nog weer een nieuw, vergelijkend, examen afleggen. Niettegenstaande het protest der ambtenaressen heeft dat nieuwe examen reeds plaats gehad. Men heeft de resultaten nog niet bekend gemaakt maar al vast bepaald, dat de geslaagde vrouwen 1 rangWasse beneden die van de met gelijk rang nummer indertijd geslaagde mapnen zouden blijven. Een vrouw die dus precies even mooi examen heeft afgelegd als haar mannelijke collega, blijft zoodoende

BINNENLAND.

AAN H.M. DE KONINGIN VAN DE AMSTERDAMSCHE VROUWEN.

Het statig boekwerk, bestemd voor de Vrouw, die in ons land de hoogste waardigheid bekleedt en bevattende de bijdragen van bijna tachtig vrouwen over arbeid, leven en streven van vrouwen, is in beperkte oplaag gedrukt; het was slechts bij inteekening, waarvan de Ver. voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap gaarne gebruik maakte, verkrijgbaar.

Zooals bekend is, werden de artikelen in manuscript bij de herdenking van Harer Majesteits 40-jarige troonsbestijging aangeboden door het Huldigingscomité der Amsterdamsche Vrouwen, waarvan het uitvoerend comité bestond uit de dames C. de Vlugt-Flentrop, H. M. C. v. Ryn v. Alkemade-de Hartogh, Mr. E. J. Gehlen, J. Tweer-Westerman, J. v. Dullemen-de Wit, A. E. Holdert-Zuikerberg, H. van Meekren, E. van Osselen, Ch. L. PolakRosenberg en M. Staal-Kropholler, die ook ieder lezerswaardige artikelen van hare hand bijdroegen.

Het Comité werd opgericht op initiatief van den Plaatselijken Vrouwenraad te Amsterdam, waarbij 25 Vrouwenvereenigingen van verschillenden aard zijn aangesloten.

Het boek bevat, na een voorwoord van Mevrouw de Vlugt en een artikel over Amsterdamsche Burgemeestervrouwen van Mevr. Tellegen-Fock, artikelen onder de rubrieken: Volksvertegenwoordiging, Opvoeding en Onderwijs, Kunst, Wetenschappen, Maatschappelijk Werk en Politie, Vrouwelijke Ambtenaren, Ziekenverzorging, Bedrijf- en Beroep en — last not least! — Vrouwenbeweging en Vredesbeweging. Het onderdeel „De vrouwenbeweging in Nederland" werd verzorgd: van 1898 tot 1908

toch altijd in rang en in salaris achter bij haar „cher confrère". Bij de afd. Hypotheken schijnt men bovendien het nieuwe examen veel zwaarder gemaakt te hebben dan indertijd bij de toelating.

Mme Brunschvicg constateert in haar commentaar een andere pijnlijke bijzonderheid: voor het nieuwe examen moeten de ambtenaressen zich door lessen prepareeren, die haar geld kosten en haar dienstchefs een aardige bijverdienste opleveren.

U Comitélid laat het hierbij. Zij is mèt U van meening, dat de strijd nog lang niet gewonnen is, noch ginds, noch in eigen land. Zij is van plan, mèt U te volharden in taai verweer.

Marie Heinen.

door Jane de Jongh, van 1908 tot 1918 door Rosa Manus, van 1918 tot 1938 door Ch. L. Polak-Rosenberg.

Het geheel kan beschouwd worden als een encyclopaedische momentopname van de Nederlandsche Vrouwenbeweging, en heeft ongetwijfeld blijvende waarde voor ieder, die daarin nu of later belang stelt.

Mevrouw Johanna van Loon-van den Berge 70 jaar.

Rotterdam. — Onze stadgenoote, Mevrouw van Loon-van den Berge, werd op 1 Juni j.1. 70 jaar.

De oude generatie uit de Vrouwenbeweging heeft haar gekend als de altijd parate behartigster van de belangen der vrouw. Mevrouw van Loon is de eenig nog in leven zijnde oprichtster van de vereeniging „Onderlinge Vrouwenbescherming". Aan haar dankt deze vereeniging haar naam en zij was het, die in de eerste moeilijke jaren door het geheele land lezingen hield om de idee „ongehuwde moeder" in een rechtvaardiger licht te stellen. Aan de zgn. „Buurtvereenigingen' (in navolging van het Engelsche Toynbee-werk), dat hier ter stede het begin vormde van het „Volkshuiswerk", wijdde zij haar beste krachten.

Haar letterkundige aspiraties werden bekend in de jaren, dat zij lezingen hield in het bijzonder over Vlaamsch en Zeeuwsch dialect. De weinig bekende „Zeeuwsche Novellen" van H. E. Beunke beleefden door haar voordrachten een 2en druk, door den auteur aan Mevrouw van Loon opgedragen.

Vervolgens werd zij velen jongen vrouwen bij haar geestelijke ontwikkeling tot steun door haar benoeming tot leerares in de opvoedkunde en algemeen vormend onderwijs aan de Rotterdamsche Industrie School voor Meisjes.