is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 10, 1939, no 7, 15-12-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZE WINTER-CONFERENTIE.

Het Hoofdbestuur heeft dit keer voor zijn jaarlijksche conferentie een speciaal sociaal onderwerp gekozen, n.1. den arbeid in de iabrieken van vrouwen en meisjes.

Het vraagstuk van meisjes en vrouwen in de fabrieksbedrijven heeft den laatsten tijd nog al wat stof opgeworpen. Oorzaak hiervan was het voorontwerp van wet, dat Minister Romme kort voor zijn aftreden aan den Hoogen Raad van Arbeid voorlegde. Het betrof hier een arbeidsverbod voor 14- en 15-jarige meisjes in de fabrieken, terwijl hij tevens in genoemd voorontwerp nog listiglijk een verbod van arbeid voor de gehuwde vrouw wist te ver-

1 Aio n,.imniro nnr7.aak van het verbod

werden, r-vio

van 14- en 15-jarige meisjes werd aangevoerd de moreele toestanden op de fabrieken, die volgens uitgebrachte rapporten verre van rooskleurig zijn. ,

Laten wij beginnen met op te merken, da het onderzoek naar deze z.g. groote misstanden in de fabrieken al spoedig aan het licht brac ï , dat deze voorstelling van zaken als sterk overdreven moet beschouwd worden en terecht waarschuwt de tegenwoordige Minister van Sociale Zaken dan ook op het gevaar om met „fantasterijen" op dit gebied aan te komen. Maar every cloud has its silver lining, zoo ook dit voorontwerp van wet, dat dezen zomer de vrouwen weer eens een schrik heett aanqeiaaqd. Vanzelfsprekend kwam men er toe om een onderzoek in te gaan stellen naar de moreele toestanden in de fabrieken, maar men qinq zich ook bezig houden met het toezicht zoowel op de arbeidsters zelf als op haar werk en zoo kwam men dan op het terrein van de arbeidsinspectie. Waaruit bestaat dan het werk van deze inspectie? Als wij hier spreken van de arbeidsinspectie hebben wij speciaal het oog op de arbeidsinspectrices.

Het is inderdaad een zeer zwaar maar mooi en nuttig werk, dat deze vrouwen verrichten. Het moge waar zijn dat de moreele toestanden in de fabrieken niet zoo erg zijn als men ze in den laatsten tijd wel eens heeft afgeschilderd, het is toch ook een feit, dat in vele fabrieken in ons land de zedelijke toestanden nog veel te wenschen over laten. Indien wij hiervan de oorzaak gaan opzoeken, dan is echter de fabriek niet primair, verzekerde ons een inspectrice. Al is aan de eene kant waar, dat het werk in de fabrieken niet ideaal is voor onze meisjes, omaat ook daar het gevaar van de „massa op zedelijk gebied zeer sterk wordt gevoeld men mag toch vooral niet vergeten, dat het milieu, waaruit de fabrieksarbeidster komt een zeer groote factor is. In zekere zin zijn deze mesijes dus soms nog veiliger in de fabrieken.

dan in een betrekking in de huishouding, waarin Minister Romme de vrouwen per sé weer wilde

terughebben.

De invloed, die de inspectrices op de fabrieksmeisjes uitoefenen, is dus van groot belang, maar jammer genoeg is haar aroeidsterrein te veel omvattend, ook al omdat het eigenlijk te groot is, om geregeld contact met de fabrieksarbeidster te hebben. In het geheele land zijn n.1. 5 inspectrices van arbeid en 2 opzichteressen. Als men nu weet dat bijv. een inspectrice de fabrieken in West-Brabant, Zeeland, Utrecht, het Gooi, de Zuiderzeestrook in Gelderland en Gorcum en omgeving voor haar rekening heeft, dan is het begrijpelijk dat bij velen de wensch opkomt, dat het aantal inspectrices vergroot zal worden.

Naast de arbeidsinspectrice bestaat echter nog een tweede instituut, n.1. dat der sociale werksters. Ook door deze vrouwen wordt uitmuntend werk verricht van maatschappelijicen en psychologischen aard. Haar arbeidsterrein is aanzienlijk kleiner dan dat der inspectrices, het is n.1. beperkt tot één fabriek, waar zij den qeheelen dag vertoeven. Het aantal sociale werksters is niet groot, daar dit een particuliere instelling is en de meeste fabrieken zich de luxe van een sociale werkster niet kunnen

of willen permitteeren.

Wat nu echter precies de arbeid van deze beide werksters op sociaal gebied is, zal ons duidelijk worden op de conferentie van 14 Januari waar twee deskundigen ons een beeld zullen trachten te geven van de positie van de vrouw in de fabriek en van het werk van beide bovenqenoemde instituten.

Het H.B. heeft gemeend, dat het niet alleen interessant zou zijn, dat onze leden eens iets zouden vernemen van dit hoogstbelangrijke sociale werk, maar het is ook van meening. dat het van belang is, dat hier over een arbeidsterrein gesproken zal worden, waar voor de ernstiqe, sociaal-voelende vrouw nog een belangrijk stuk werk te verrichten valt en waarin toekomst zit. ..

Als verheugend verschijnsel zouaen wij n<->9 willen constateeren, dat bij vele ondernemers, speciaal bij de groot-industrieelen, de verantwoordelijkheid van den werkgever tegenover zijn werknemer in opgaande lijn is. Wij wllle* hier gaarne wijzen op een artikel van de han van den heer Dr. J. Ph Backx^ Directeur van Thomson's Havenbedrijf, in Het Kouter \an November j.1., waarin deze spreekt over de verantwoordelijkheid van den ondernemer, In dit artikel brengt de schrijver o.m. naar voren

dat deze verantwoordelijkheid bovenal

zedelijke is, de zwaarste en tegelijk de schoonste verantwoording, die de mensch, die ondernemer is, heeft te aanvaarden.