is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 11, 1940, no 1, 01-01-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GRAVIN VAN HEERDT TOT EVERSBERG-QUARLES VAN UFFORD f

In 't begin van de vorige maand meldden de bladen het overlijden van Mevrouw van Keerdt, die de laatste jaren van haar welbesteed leven aan de vredesbeweging gewijd had. Toch mag ook in onzen kring haar werkzaam aandeel aan de Vrouwenbeweging nog met dankbaarheid herdacht worden. Zij behoorde tot de oprichtsters van den Bond van Vrouwenkiesrecht, waar haar ijverige toewijding voor diens doel en streven, in moeilijke jaren, door haar medeleden zeer op prijs gesteld werden. Jaren lang was zij voorzitster van een bloeiende afdeeling Bloemendaal van den Bond.

DE WINTERCONFERENTIE.

Fabrieksarbeid van vrouwen en meisjes en de Arbeidsinspectie.

Tn verband met de internationale omstandig¬

heden, die het bij den aanvang van het nieuwe werkjaar onmogelijk maakten plannen op korten termijn te ontwerpen, was de traditioneele twee-daagsche Najaarsconferentie vervangen door een Winterconferentie op Zondag 14 Januari te Utrecht, die in vele opzichten zeer geslaagd genoemd mag worden.

Het onderwerp had vele sociale werksters getrokken, verschillende ambtenaren van de Arbeidsinspectie waren aanwezig; de vrouwelijke Kamerleden Mevrouw Bakker-Nort en Mevrouw de Vries-Bruins, Gemeenteraadsleden als Mej. Romme en Mevr. WolthersArnolli, een vertegenwoordiger van de R.K. Staatspartij, e.a. gaven door hun aanwezigheid blijk, dat het aan de orde gestelde vraagstuk hun belangstelling had. Teleurstellend was, dat behalve het hoofdbestuur en het J.W.C. slechts weinig leden deze conferentie bezochten, terwijl ook de afdeelingsbesturen slecht vertegenwoordigd waren.

In haar openingsrede bracht de Presidente naar voren, dat naar aanleiding van het voorontwerp van wet in zake het verbod van arbeid voor 14- en 15-jarige meisjes verontrustende berichten waren gehoord omtrent minder gewenschte toestanden in de fabrieken, waarin deze kinderen werkten. Ook in de Tweede Kamer was deze zaak besproken en in het Voorloopig Verslag van de Eerste Kamer werd opnieuw ten zeerste aangedrongen op verbod van arbeid voor 14-jarigen. Spr. zag in deze kwestie een vrouwenbelang van de eerste orde, juist in dezen tijd, waarin het hooghouden van de cultuur en het versterken van

het moreel besef tot onze voornaamste plichten behooren. In de eerste plaats was hier deskundige voorlichting van noode en het Hoofdbestuur heeft de Arbeidsinspectie bereid gevonden alle medewerking aan deze conferentie te verleenen.

De presidente gaf daarop het woord aan den Heer G. W. J. van Sierenberg de Boer, Hoofdinspecteur van den Arbeid. Deze begon met een korte uiteenzetting van de geschiedenis der Arbeidsinspectie, kort, omdat bij het a.s. 50-jarige jubileum van dit instituut over dit onderwerp ongetwijfeld zeer veel gepubliceerd zal worden. Uit een overzicht van de ontwikkeling der arbeidswetgeving en van de voorschriften dienende om de hygiene en de veiligheid in de fabrieken en andere bedrijven te verzekeren, bleek dat op grond van art. 10 van de Arbeidswet in de z.g. arbeidsbesluiten speciale voorschriften kunnen worden gegeven in het belang van vrouwen en jeugdige personen (bij de arbeidswet van 1919 is de leef¬

tijdsgrens bepaald op lo jaar;. Men is uitgegaan van de overweging dat het vrouwelijk organisme en het nog niet volgroeide lichaam van de jeugdigen minder goed bestand zijn tegen de schadelijke invloeden van de fabriek.

De wettelijke taak van de arbeidsinspectie ziet spr. in het houden van toeziccht op de naleving der voorschriften en het aangeven van middelen om het best aan de voorschriften te voldoen, daar deze natuurlijk niet voor elk geval geheel uitgewerkt zijn. Dit vereischt een groote kennis van chemische en mechanische technologie. De eerste inspecteerende ambtenaren waren dan ook ingenieurs. Ook de eerste vrouwelijke inspecteur, een apothekeres, werd benoemd in verband met haar chemische kennis. Bij de geleidelijke uitbreiding van de arbeidsinspectie zijn daaraan de ,,technische ambtenaren toegevoegd, personen met middelbaar technische opleiding. Spr. beschrijft hier verder de inrichting van de arbeidsinspectie en den Centralen Dienst, die de eenheid van wetstoepassing in de districten bevordert, en waaraan behalve technici ook een medisch adviseur verbonden is.

De positie van de vrouwelijke inspecteur ziet spr. als een niet gemakkelijke. Haar taak is de belangen van de vrouwen en de meisjes in de bedrijven te behartigen, maar haar terrein zal steeds beperkt zijn. Bedrijven, waar de veiligheidstechniek een geringe rol speelt, zooals confectie-bedrijven, ateliers, apotheken en ziekenhuizen worden aan haar overgelaten. Bedrijven als wasscherijen, schoenfabrieken, textielfabrieken, ook al werken er veel vrouwen, zullen steeds mede door den mannelijken ambtenaar moeten worden bezocht. Speciaal bij het onderzoeken van aanvragen tot over-