is toegevoegd aan uw favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 11, 1940, no 1, 01-01-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kinderen, maar zijn verklaring, dat de zaak-Oss als afgedaan moest worden beschouwd, kon niet de algemeene goedkeuring verwerven. Er waren Kamerleden, die bleven aandringen op herstel van het geschokte rechtsgevoel der Marechaussee.

De Minister heeft maatregelen aangekondigd tegen excessieve uitingen (beleediging van enkele volksgroepen), hetgeen wellicht zal kunnen leiden tot vermindering van dergelijke uitingen, al zal het daarmede wel niet geëindigd zijn. Als wij tenminste zien, wat enkele Kamerleden in een zitting naar voren durfden brengen naar aanleiding van enkele Naturalisatie-ontwerpen, dan zijn wij niet al te optimistisch, ook al heeft de Minister de gemaakte opmerkingen op afdoende wijze weerlegd.

Zij nog even vermeld, dat bij deze begrooting tevens enkele opmerkingen zijn gemaakt over een noodzakelijke wijziging in de- huwelijks-wetgeving, o.a. door mevr. Bakker-Nort en mevr. Mackay-Katz.

Onderwijs.

Natuurlijk is er thans wederom met klem aangedrongen op verlaging van de leerlingenschaal. Tal van afgevaardigden voerden daarover het woord. De regeering heeft deze verbteering echter afgewezen met het oog op dc zware offers, die de landsverdediging op het oogenblik aan de schatkist stelt, hoewel de Minister zelf deze verbetering een onderwijsbelang van den eersten rang heeft genoemd. Er is dus altijd nog eenige hoop, dat deze bewindsman zal trachten in de toekomst de verlaging in te voeren.

Hierbij kwam tevens weer ter sprake het instituut van de kweekelingen met acte, die nog steeds moesten arbeiden op een salaris, dat ver beneden het peil ligt, waarop zij krachtens hun bevoegdheid en hun prestaties recht hebben. Uit het antwoord van den Minister op de gemaakte opmerkingen bleek, dat ook hij inziet, dat hier een onrecht geschiedt tegenover deze duizenden jonge menschen. Hij wees daarom een verzoek om hun althans een salaris van ƒ 700.— a ƒ 750.— te geven, vierkant af, omdat dit z. i. zou neerkomen op een consolidatie van het instituut. Dat wilde hij in geen geval, want, aldus de Minister, ,,de kweekeling met acte moet worden afgeschaft".

M. C. B.

VOOGDIJRADEN ZONDER VROUWEN.

6 van de 21 voogdijraden hebben geen vrouwelijke leden.

Het avondblad van „Het Volk' van Maandag 11 December maakte ons attent op een mededeel,;ng van Minister Gerbrandy in zijn Memorie van Antwoord aan de Tweede Kamer over zijn begrooting, namelijk: dat hij, de Minister, er wel voor voelt bij voorkomende vacatures in die Voogdijraden, van welke thans alleen mannen lid zijn, te bevorderen, dat enkele plaatsen door vrouwen zullen worden bezet en zich voorstelt de mogelijkheid hiervan nader onder het oog te zien.

Voogdijraden zonder vrouwen.

Ik zag de Gids voor de Rechtelijke Macht 1940 er eens op na en vind dat van de 21 Voogdijraden er 6 het vrouwelijk element geheel missen, dus ook geen vrouw als secretaris hebben.

Deze Raden zijn die uit den Bosch met 10 leden, Breda uit 8 mannen bestaand, Arnhem met 12, Middelburg met 8, Groningen met 8 en Winschoten met 6 leden.

Mij schiet te binnen een bezoek, dat ik ter voorbereiding van onze Decembervergadering met een vrouwelijk lid mijner Subcommissie maakte. Zij haalde de baby uit de wieg en constateerde dat die om 12 uur in de middag nog ongewasschen was, ■— ik zag de wasch na in de keuken (wat rommel in een vuile plas), wij ging nog naar twee scholen, waar ons verzekerd werd dat de verzorging der kinderen bedroevend was —; het moest daar ontzetting worden.

Geen vrouw in den Voogdijraad! Verwonderlijk. Ik veronderstel, dat nu er in de Kamer op gewezen is, dit euvel wel gauw tot het verleden zal behooren.

In Amsterdam zijn in de Kamer van den Voogdijraad, waarvan ik lid ben, 4 van de 12 leden vrouwen. De samenwerking is, dat weet ik zeker te kunnen zeggen, zeer aangenaam, en ik hqop te mogen constateeren heel nuttig.

Indien in één Comité, dan kan de samenwerking van man en vrouw in den Voogdijraad tot eene harmonieuse eenheid leiden.

Dat in de steden, waar Voogdijraden gevestigd zijn, geschikte dames te vinden zullen zijn voor dit werk, — dat voornamelijk onderzoek naar gezinsleven en opvoeding van kinderen omvat — behoeft geen betoog.

De beloofde verbétering kome dus spoedig!

mr. M. van Woudenberg Hamstra-Pouw, Lid van den Voogdijraad

te Amsterdam-