is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht in Nederlandsch-Indië, jrg 1, 1927, no 7, 01-01-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X

„De hand, die de wieg schommelt, regeert de wereld", en zou het dan nog mogelijk zijn, dat op tegenwoordige trap van ontwikkeling, die vele vrouwen hebben bereikt, zij thans nog uitgesloten zullen worden als leden van den Volksraad? Wij kunnen dit niet aannemen; wij kunnen dit niet gelooven.

De volgende motie wordt door haar voorgelezen en op één na met Algemeene stemmen aangenomen, om naar den G. G. verzonden te worden:

De aanwezigen bijeen op de Openbare Vergadering, uitgeschreven door de Af deeling Batavia van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht op Woensdag 9 Maart 1927, ter bespreking van het Onderwerp: „Waarom Vrouwen in den Volksraad?" zijn van meening, dat het een eisch des tijds is, dat ook de stem der vrouw in den Volksraad wordt gehoord, dringen er eerbiedig bij Uwe Excellentie op aan, alsnog een of meer vrouwen tot lid van dit College te benoemen.

Na een woord van dank aan de verschillende sprekers en het publiek; sloot de voorzitster deze geslaagde Vergadering.

UIT ANDERE BLADEN.

De huismoeder in de Jeugdgevangenis.

In het Maandbl. voor Berechting en Reclasseering van Volwassenen en Kinderen afl. X worden enkele opmerkingen gemaakt naar aanleiding van een artikel van den Hr. Frank in dat Mbld. bl. 201 ; we nemen één van deze opmerkingen over:

Merkwaardigerwijze komt in geen van de beide praeadviezen (hier wordt bedoeld praeadvies van de Commissie van Dijck omtrent jeugdgevangenissen) een woord voor over de wenschelijkheid van vrouwelijke zorg in de Jeugdgevangenis. De Hr. Frank vult deze leemte aan in zijn bovengemeld artikel. Wij gelooven dat de Hr. Frank gelijk heeft en wij wijzen in dit verband op Borstal. Daar heeft men het instituut der „matrons": vrouwen die — als ik mij goed herinner voor elk paviljoen één — zijn belast met de verrichting van verschillende werkzaamheden, die in het gewone gezin aan de huismoeders plegen toe te vallen. Ik vroeg aan een van deze officieele huismoeders wat zij eigenlijk dan wel te doen hadden. Ik had namelijk van de gestichtsdirectie van die taak een zeer weinig omlijnd beeld gekregen. En die „matron" antwoordde mij: „Wat ik te doen heb? O, kousen stoppen en alles wat daar zoowat verband mee houdt. En ik heb het heel druk". Dit was een best antwoord, zooals ik later begreep. Alles wat met kousen stoppen zoowat verband hield. Zij bedoelde: al de zorgen, materieele en geestelijke, die een moeder in een huisgezin pleegt op zich te nemen:

het begint bij het kousen stoppen en het heeft geen

einde. Wij meenen dit instituut van de huismoeder in het gesticht wel te mogen aanbevelen. En wij mogen daar — eenigszins oneerbiediglijk wellicht — ook nog deze opmerking aan vastknoopen. Dat het een elementair gevoel van rechtvaardigheid zou bevredigen als aan de vrouw een deel van het werk in de Jeugdgevangenis werd opgedragen. Het is zoo dikwijls de vrouw voor wie die „jongelieden" in de gevangenis komen, dat het niet meer dan billik is, dat het ook weer de vrouw is die hen er weer helpt uit komen.

DE MODERNE LEEGLOOPSTER.

„De Centrale".

„Het aantal leegloopende, nuttelooze vrouwen is de laatste 60 jaar geweldig toegenomen, en dat niet alleen, ook hun invloed is geweldig toegenomen".

Aldus Candida, achter welk pseudoniem zich lady Rhondda verbergt, in een Engelsch vrouwenblad. Gravin Rhondda is een van de eerste zakenvrouwen van Engeland en heeft dus recht van spreken. Zij verzekert, dat het leegloopende meisje van thans veel kans loopt hetzelfde soort schepsel te worden als het leegloopende meisje van 1870 — ledig, zonder zelfbedwang of onafhankelijkheid, te veel waarde hechtend aan den sexueelen kant des levens en de helft van haar bestaan bestedende aan het denken over haar kleeren.

Men moet niet denken, dat men dit soort alleen aantreft in een kleinen kring van rijke „aanzienlijke" dames. Elke buitenwijk, elke provinciestad in Engeland heeft zijn eigen kringetje van „aanzienlijke" dames, een kringetje, dat zijn tijd verdoet met bridgespelen, bezoeken per auto aan zijn kennissen, een beetje tennis, heel veel dansen, dat er de chicste modehond op na houdt, welke het betalen kan, een groot deel van haar tijd — en meer van haar mans- of vaders-geld dan hem wel uitkomt — verdoet aan mooie kleeren en alles wat het verder af weet te persen aan juweelen.

De lediggang, die tot verval leidt, was in vroeger tijd beperkt tot de ongehuwden of de vrouwen van middelbaren leeftijd, die weinig of geen invloed uitoefenden, terwijl tegenwoordig de leegloopende vrouw veel meer het oor van den man heeft dan 60 jaar geleden.

Het gevaar bestaat, aldus C. dat haar ongezonde, onzedelijke en invretende levenshouding vat krijgt op de gemeenschap. De schrijfster beschuldigt de bedoelde vrouwen er verder van, dat zij de mannen en jonge meisjes uit haar kring leert lediggang op prijs te stellen, werk te verachten, de hoogste waarde te hechten aan materieel genot, verfraaiing van het uiterlijk en socialen welstand wenschen te beoordeélen naar hun kleeding en de sociale positie van den kring, waarin zij verkeeren; en daar de sekse haar beroep is, legt zij een geweldigen nadruk op het sekseverschil, op de bespreking van sexueele zaken, het overwegen van sexueele vraagstukken, de beteekenis van sexueele aantrekkingskracht, de middelen om een koortsachtig sexueel verlangen te onderhouden.

Dat is het vernietigend oordeel van lady Rhondda over de leegloopende vrouw uit den aanzienlijken kring.

Ter juiste waardeering van dit oordeel diene, dat de schrijfster zelf niet alleen een wakkere vrouw is, maar ook een knappe vrouw.

KINDERHUWELIJKEN.

Wezen we indertijd reeds op het fatale van het gebruik in Oostersche landen kinderen uit te huwelijken, weder treft ons de nadruk die op dit punt gelegd is door de Voor-Indische Vrouwenconferentie voor opvoeding voor Meisjes. Groot was het enthousiasme, waarmede het voorstel van de afgevaardigde van ZuidIndië, lady Sadasivier, werd aangenomen, om er bij het Gouvernement op aan te dringen, een wet uit te vaardigen, waarbij het huwelijk met een meisje, beneden 16 jaar strafbaar gesteld wordt.

Ook „de Vrouw" wijst herhaaldelijk op dit euvel.

Hoe kan een krachtig volk geboren worden uit onvolwassen vrouwen, ongeacht nog het onnoemelijke