is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht in Nederlandsch-Indië, jrg 2, 1927-1928, no 3, 01-12-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kenende verbeteringen, als thans het geval is, terwijl deze bovendien op sommige punten met elkaar in tegenspraak zijn (zie b. v. de suprematie van den man met de mede verantwoordelijkheid van de vrouw) ;

dat indien dit ontwerp wet wordt en naar te verwachten is, zij vele jaren geldig zal blijven, wij dan eene wetgeving zullen hebben, die de kiemen van ontbinding reeds in zich draagt;

dat zij alsdan een twistpunt zal blijven, aangezien wij vrouwen ons niet kunnen vereenigen met eene wetgeving, die de toch reeds sterkere partij alle kansen geeft en de zwakkere wél meerdere verplichtingen oplegt, maar haar bijna alle rechten blijft onthouden;

redenen, waarom adressanten Uwe Excellentie het drieledig verzoek doen:

ie. zoo mogelijk eene nieuwe commissie te vormen, waarin voor de helft vrouwen zitting hebben, zoodat de belangen der beide sexen op rechtvaardiger wijze behartigd zullen woren; met bepaling, dat deze commissie binnen eene vastgestelden termijn met haar rapport gereed zal zijn;

2e. zoo hiertegen overwegend bezwaar bestaat, het daarheen te leiden, dat het rapport der Ver. van Staatsburgeressen en dat van het Comité der verbetering der huwelijkswetten, zooveel mogelijk gevolgd worde, daar in die rapporten de grondslagen gelegd zijn voor eene regeling, die beide partijen bevredigen kan;

3e. in ieder geval de wet in dien zin te wijzigen, dat de vrouw uit hare vernederende positie bevrijd en in de verhouding tot de kinderen gelijkberechtigd en gelijkwaardig worde aan den man.

't welk doende:

Weltevreden 14 November 1927.

Toelichting.

Toelichting op punt 1 en 2 lijkt ons onnoodig. Ten aanzien van punt 3 zouden wij het volgende willen opmerken.

De wetgever heeft in de eerste plaats te letten op de gevolgen, die de wetgeving hebben kan. De wetgeving op het huwelijksrecht behoort naar onze meening opbouwend te zijn. In dit verband moet de werking van een wet, als aangegeven in de concept-wetgeving der commissie Limburg teleurstellend, derhalve in hare gevolgen verderfelijk zijn. Waar het jongere geslacht veel critischer en bewuster staat tegenover de verschillende verhoudingen in het leven dan vorige generaties, zal het zijn aandacht niet ontgaan, dat in deze tijden van opheffing der vrouw de wetgever het bestaat, haar te laten in eene positie, welke zij als eene grievende vernedering voelt en waarin zij zich dientengevolge niet zal schikken. Zij zal daarom actie blijven voeren, totdat die vernederende bepalingen uit de wet genomen zijn. Tweespalt en onrust zullen daarvan het gevolg zijn, waarin onvermijdelijk ook de opgroeiende jeugd betrokken zal worden.

Bovendien moet het voor den man een buitengewoon vernederend gevoel zijn, om de vrouw, die hij zich tot levensgezellin koos, door de wet in eene positie te zien geplaatst, die haar gelijk stelt met onmondigen en minderwaardigen.

Het zedelijk peil van de geheele gemeenschap zou met eene wijziging als bedoeld in ons verzoekschrift tot een hooger niveau worden opgevoerd.

De

Grootste verscheidenheid

BIJOUX, GOUD

en

ZILVERWERKEN

In de fraaiste afwerking en de

laagste prijzen.

Voor „Bobbed en Shingled" kammen.

Bijzondere aanbieding.

Zilver-lederen étui met kam &

spiegel f7.50

Zilveren zakschoenhoorn . . f5.—

SPIEGELS — SPELDEN.

CURSE OF CHILD MARRIAGE.

Gendhi over „Curse of Child Marriage". De sociale gevolgen van het kinderhuwelijk zijn:

het ondermijnt de levenskracht van duizenden jongens en meisjes, op wie de toekomst van onze maatschappij berust;

het heeft de jaarlijksche geboorte van duizenden zwakkelingen ten gevolge;

het is de bron van een ontstellende kindersterfte;

het is een zeer belangrijke oorzaak van de geleidelijke en voortdurende achteruitgang der hindoesche maatschappij

a. in zielental;

b. in physieke kracht en moed;

c. in zedelijkheid.

UIT DEN VOLKSRAAD.

Wij zullen dezen keer „de Poenale Sanctie" bespreken : niet, omdat ik denk, dat de vrouwen er zich zoo bijster voor interesseeren, maar omdat het een vraagstuk is, dat in en voor Indië van belang is, dat zelfs besproken is buiten Indië, n.1. in den Volkenbond.

Die bespreking in den Volkenbond door mannen, die niet op da hoogte zijn van koloniale toestanden, geeft helaas geen indruk, alsof hier met de noodige ernst een werkelijk gewichtig vraagstuk onder de oogen is gezien.

Gelukkig is het dan ook, dat er te Genève nog geen beslissing over dat onderwerp genomen is. Mocht de Volkenbond het inderdaad ernstig willen entameeren,