is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht in Nederlandsch-Indië, jrg 3, 1928-1929, no 6, 01-04-1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellen tot wetswijziging aan te bieden, ten doel hebbende vrouwen als getuigen toe te laten en het onderzoek naar het vaderschap in te voeren, niet in vervulling is gegaan.

Vrees dat het indienen dezer voorstellen op den langen baan geschoven zou worden, deed het H. B.besluiten, om deze beide kwesties ter bespreking op de agenda van de Jaarvergadering te plaatsen. Een andere groote teleurstelling voor ons was de afwijzende beschikking van den Volksraad op het verzoek van onze Vereeniging, om haar request tot de Regeering grericht, ter verkriiging van een subsidie van ƒ 7.000.— voor het zenden van 2 afgevaardigden naar het congres te Honolulu, wel te willen steunen.

Dit verzoek, dat door den heer Kiès — aan wien eerwoord van dank van onze Vereeniging toekomt — in den Volksraad naar voren gebracht en verdedigd werd, vond een bestrijding van de heeren Lighthart en Schmutzer die me verbaasd deed staan.

De eerste toch zei, dat als de dames het zoo noodzakelijk vonden, op dit congres vertegenwoordigd te zijn, zij die ƒ 7.000.— dan maar zelve moesten betalen, want, dat het hem wel erg gemakkelijk voorkwam, naar een congres te gaan, zonder zelf de kosten te dragen.

Is het de heer Lighthart dan onbekend, vraag1 ik mij af, dat in 1924 naar het Pan Pacific Food Congres 2 mannelijke afgevaardigden: dat in 1927 voor het medisch congres van de Far Eastern Association 4 mannelijke afgevaardigden en dat in 1928 van uit Nederland naar het Tropisch Geneeskundig Congres te Cairo eveneens eenige mannelijke afgevaardigden op 's lands kosten werden uitgezonden?

Waarom zouden vrouwelijke afgevaardigden dan niet op 's lands kosten naar een congres mogen gaan?

Omdat het vrouwen zijn, soms?

En als men de verslagen over het laatst genoemde congres in de bladen leest, dat om zijn slechte verzorging bijna geheel verliep; waar sectievergaderingen om het niet opkomen den sprekers halverwege moesten worden gesloten; waar projectielantaarns, die noodig waren om het gesprokene te verduidelijken niet werkten; waar het debat dikwijls ging over onderwerpen buiten het gesprokene cm; waar de sprekers zich niet aan den vastgestelden tijd hielden, en soms zelfs het driedubbele daarvan namen, zoodat anderen geen beurt kregen, dan vraag ik mij af, of dit congres wel zoo nuttig voor de medische wetenschap zal blijken te zijn, als het congres te Honolulu, waarvoor de Regeering een afvaardiging niet noodig oordeelde, zijn zal, voor de landen om de Pacific.

Weet de Indische Regeering wel, dat Ned.-Indië het eenige land is geweest, dat niet was vertegenwoordigd, en dat terwijl er belangrijke onderwerpen, als onderwijs, opvoeding, industrie van de landen om de Pacific, hygiëne, vredesvraagstuk, bioscoopvraagstuk, maatschappelijk werk, 't vraagstuk van handel in vrouwen en kinderen enz. besproken werden en gewichtige besluiten genomen?

Ik zou de heer Schmutzer, die meende, dat een organisatie, die nog geen ƒ 7.000.— kan opbrengen niet behoefde vertegenwoordigd te zijn, willen antwoorden, dat het hier niet gold een belang van onze organisatie alléén, maar meer nog een groot algemeen belang, zooals bovengenoemde onderwerpen aanduiden. Daarom zou een subsidie van het rijk alleszins gewettigd zijn geweest.

De vluchtige wijze waarop men ons verzoek in den Volksraad behandeld heeft, heeft ons weer eens duidelijk doen zien, dat wanneer het vrouwen betreft, men over de kwesties meent te mogen heenloopen, maar ze heeft ons ook versterkt in onze overtuiging, dat zoo lang geen vrouwen in den Volksraad zitting hebben, met onze wenschen geen rekening zal worden gehouden.

Een feit waarover wij ons moeten verheugen is, dat de vrouwelijke II kamerleden Mej. Westerman en Mevr. Bakker Nort er de aandacht van den minister op hebben gevestigd dat ondanks de invoering van het postieve Vrouwenkiesrecht voor den Volksraad, nog geen vrouwen in dien Raad zitting hebben.

In de memorie van antwoord op het afdeelingsverslag, dat over deze kwestie ging, zegt de minister:

„Een aandrang bij den Gouv.-Generaal om toepassing van het passieve Kiesrecht voor den Volksraad van de vrouw, zou misplaatst zijn, omdat het Kiesrecht buiten 's Landvoogd 's invloed door de kiezers gehanteerd wordt".

Voorts: „dat het minder juist is, de vrouw met het oog op de weinig talrijke onderwerpen, waar vrouwelijk advies van bijzondere waarde zou kunnen zijn, opzettelijk vrouwen tot lid van den Volksraad te benoemen".

De kwestie van het passieve gemeente kiesrecht, waarop eveneens de aandacht van den minister werd gevestigd, achtte Zijn Excellentie een interne aangelegenheid, die in Indië moet worden beslist.

We moeten ons verbazen over het antwoord van den minister aangaande het lidmaatschap van vrouwen voor den Volksraad.

Dat hij de verkiezingen niet kan en mag beïnvloeden is toch immers van zelf sprekend en dit was ook niet de bedoeling van de dames.

Mej. Westerman zette dit dan ook direct recht door te zeggen, dat ze de benoeming van vrouwen voor den Volksraad op het oog had, wat wel door den Landvoogd kan geschieden.

Hierop antwoordde de minister, dat hij „op de benoeming van vrouwen in den Volksraad bereid was de aandacht van den Gouv.-Generaal te vestigen".

Daarin ligt een belofte, zal hij die nakomen?

Een woord van dank van de Indische vrouwen aan Mej. Westerman en ook aan Mevr. Bakker— Nort, die de eerste in haar betoog heeft gesteund, is hier zeker op zijn plaats.

Waar de minister zegt: „dat met het oog op de weinige onderwerpen waarbij vrouwelijk advies van bizonder groote waarde zou zijn het minder juist is vrouwen in den Volksraad te benoemen", daar zou ik willen vragen of onderwerpen als: Volkshygiëne,