is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht in Nederlandsch-Indië, jrg 3, 1928-1929, no 11, 01-09-1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wereldbond van Vrouwenkiesrecht en gelijk Staatsburgerschap" te Berlijn, in Juni j.1. gehouden, was zij tegenwoordig. Monter zat ze daar nog — zooals men mij schreef — op het podium, dat voor de pioniers van de Vrouwenbeweging was opgericht. En geen twee maanden later moesten we haar doodstijding ontvangen.

Bizonderheden omtrent haar ziekte en sterven weten we niet. We hopen echter, dat ze geen lang ziekbed heeft gehad, doch plotseling midden uit haar werk is weggenomen. Dit hoopte zij, omdat haar dan bespaard zou blijven de marteling van werkeloos daar neer te liggen, terwijl haar geest werkzaam bleef en er nog zooveel te doen was.

In één van haar laatste brieven schreef ze me: „weet je wat het vreeselijke is van oud-worden, dat „is, dat je nog zoo graag een aandeel in den strijd „wilt geven en voelt, dat je physiek niet meer kunt, „terwijl je verstand nog volkomen helder is. En als „je dan ziet, dat hier verslapping heerscht, daar een „aansporing, elders een steun noodig is, en je zoo „graag zelf je schouders onder het werk wil zetten, „om het te helpen afmaken, doch de kracht daartoe „mist, dan is het heel moeilijk om te berusten. Er „valt nog zooveel te doen voor de vrouw en voor de „Wereldvrede. Nu eerst, nu de vrouwen bijna overal „haar stem ook in het parlement kunnen doen hooren, „zal het werken voor de vrede meer succes hebben. „Daarin was Bertha von Suttner het tenslotte met „mij eens geworden: de wereldvrede zou alleen met „de hulp van de vrouwen kunnen tot stand komen. ,,Ik wijd mij daar nu, zooveel mijn krachten het toelaten, aan, doch de vrouwenbeweging blijft in mijn „hart en hoofd de grootste plaats innemen."

Uit deze enkele woorden leert men deze groote figuur uit de Vrouwenbeweging kennen, die thans van ons is heengegaan. De maatschappij gelukkiger achterlaten, dan ze die gevonden had, daarop was haar streven en werken gericht geweest. Haar gansche leven was één strijd tegen wantoestanden en onrecht, en vooral tegen het onrecht der vrouw aangedaan. Zij begreep, dat zoolang dit niet was weggenomen, er geen sprake kon zijn van een gelukkige, rechtvaardige maatschappij. Het onthouden van het kiesrecht aan de vrouw, zag ze als de grootste oorzaak van haar achteruitzetting zoowel in de wetgeving als in de Maatschappij; daarom bond ze den strijd aan tegen de politieke uitsluiting van de vrouw.

De meesten kennen Dr. Jacobs alleen uit dien strijd en als de eerste vrouw, die aan de Universiteit de doctorsgraad behaalde, doch Dr. Jacobs deed méér, waarvoor wij haar dankbaar moeten zijn.

Hoe heeft ze niet gestreden tegen de prostitutie en voor de afschaffing van de reglementeering daarvan; hoe is ze niet in woord en geschrift te velde getrokken tegen het dwaalbegrip, als zouden de bordeelen noodig zijn voor de gezondheid van clen man; hoe heeft ze niet met hart en ziel gestreden voor betere arbeidstoestanden voor de vrouw, voor gelijk loon bij gelijken arbeid, enz.

Veel van wat Dr. Jacobs zich als een levenstaak heeft gesteld is afgedaan, maar er is ook nog veel onafgewerkt gebleven. Wij vrouwen kunnen haar niet beter onze dankbaarheid toonen dan door haar arbeid met onvermoeide ijver en toewijding voort te zetten, zooals zij ons daarin is voorgegaan.

Ook in het buitenland zal het heengaan van Dr.

Jacobs diep worden betreurd, want zij heeft zich door haar buitenlandsche relaties, door haar veelzijdige kennis omtrent internationale zaken, de vrouw betreffende, een internationalen naam verworven, terwijl ze één der steunpilaren was van de Internationale Vrouwenbeweging.

De geschiedenis van ons land zal van Dr. Jacobs getuigen, dat ze den stoot gegeven heeft tot hervormingen in het vrouwenbestaan, welke niet alleen der vrouw, doch ook der geheele Maatschappij ten zege zijn, want door de vrouw op te heffen uit haar vernederende positie, wordt ook het zedelijk peil der maatschappij verhoogd.

S. van Overveldt-Biekart.

Kendal, September 1929.

MEVR. DK. SUSANNA NOEL STRIJDT OM

HET GELIJKE RECHT VAN DE LEELIJKEN EN MISVORMDEN.

Een knap innemend uiterlijk is het eerste hulpmiddel om onze medemenschen voor ons te winnen. En toch is het onbillijk, dat de reeds door de natuur begiftigden een voorrang hebben tegenover de ongelukkig in hun verschijning benadeelden. Wat voor een gulden hart, wat voor een edele ziel blijkt dikwijls verborgen achter een afschuw- of lach-wekkend masker.

De dichters en romanschrijvers hebben reeds sinds langen tijd gepleit voor de verongelijkten op het gebied van liefde. B. v. wie van U heeft niet met tranen in de oogen gelezen van Cyrano de Bergerac?

Niet alleen om liefde te winnen is een prettig gezicht noodig, maar ook om een betrekking te kunnen bekleeden.

Een meisje zonder onderlip kan niet als onderwijzeres geplaatst worden, omdat zij steeds de lachlust der kinderen zou opwekken.

Een jongen met een hazenlip kon niet in de leer

komen bij een schilder, omdat de reden voor

het niet willen opnemen werd vaag aangegeven.

Een persoon met een groote vuurvlek of met een karbouwenhuidvlek op het gezicht voelt zich altijd beschaamd, vernederd en ongelukkig. Bij het solliciteeren om een betrekking zal zij dikwijls plaats moeten maken voor een andere zonder deze fout.

Honderden voorbeelden zouden hier gegeven kunnen worden van dergelijke ellende.

Voor de rijke menschen is het gemakkelijker. Zij zijn altijd in staat om zich te begeven naar artsenspecialisten, naar de beste Institutes de Beauté, last not least geeft de rijkdom hun een zelfbewustzijn waartegen de arme niets kan bieden.

De Parijsche chirurgienne Dr. Susanna Noël heeft op zich genomen het lot dezer ongunstig bedeelden te verzachten.

Zij opende een kliniek, waar zij de chirurgische kosmetik toepast, niet alleen op de rijken, maar juist op de armen, die haar noodig hebben, niet tot bevrediging van hun ijdelheid en vervoeringsbehoefte, maar tot VOLHARDING IN DEN LEVENSSTRIJD.

In Frankrijk strijdt Dr. Susanna Noël bij de regeering voor het aanschaffen van kosmetike klinieken voor de behoeftigen en minvermogenden.

Zij heeft lezingen gehouden en dezelfde opvatting gepropageerd in Zuid-Amerika, te Weenen en te Berlijn. Overal won zij de sympathie der bevolking.