is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht in Nederlandsch-Indië, jrg 3, 1928-1929, no 11, 01-09-1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn weder de vrouwen zelve, die hierin verandering moeten zien te brengen, door te beginnen in de eerste plaats belang te stellen in dit zoo specifiek vrouwelijke onderwijs, dat voor iedere vrouw zonder onderscheid van gewicht is en van meer invloed op de geheele samenleving, dan men in den regel realiseert.

In een paar volgende artikelen hoop ik het een en ander nader toe te lichten.

Soerabaja. H. K.

EEN WARE GESCHIEDENIS.

Zij was de dochter van een zeer bekend hoofdofficier van het Indische leger.

Op achttienjarigen leeftijd verloor ze haar ouders. Kort daarop huwde ze, doch zag reeds binnen enkele maanden hoe lichtvaardig ze tot deze stap was overgegaan. Haar man bleek lui en onbetrouwbaar te zijn, en werd, toen ze eenige jaren getrouwd waren, uit zijn betrekking ontslagen. Ze besloten toen met het geld, dat zij in het huwelijk had meegebracht, een tegelfabriek, die door slecht beheer dreigde failliet te gaan, over te nemen, en het was aan haar te danken, dat deze weer rendabel werd niet alleen, doch zich tot een flink winstgevend bedrijf ontwikkelde.

Ik zeg „haar", omdat zij direct de administratie, de correspondentie, het toezicht op de werkzaamheden, zelfs het afsluiten van de contracten op zich had genomen. De eenige manier om controle op de geldzaken te hebben.

Haar man vond dit best; hoe minder hij te doen had, hoe beter. Intusschen hing hij de groote heer uit, was veel op reis, naar het heette voor zaken, doch inderdaad omdat hij zijn vrouw bedroog met een ander. Zijn vrouw wist dit, deed hem de hevigste verwijten, doch zonder resultaat. Er waren kinderen, dus berustte zij ten slotte, in de hoop, dat hij nog eens tot inkeer zou komen.

En onderwijl ploeterde zij maar voort om te zorgen, dat de zaken goed gingen, opdat zij zou kunnen voldoen aan de zware financiëele eischen van haar man en van de kinderen, die hun opvoeding in Europa genoten. Bovendien moest op zij gelegd worden voor den ouden dag.

Doch langzamerhand bleek deze zware taak en het leed, waaronder ze gebukt ging, haar gestel te ondermijnen. Ze begon te sukkelen, kon zich niet meer zoo veel met de fabriek bemoeien; er werden minder contracten afgesloten; de fabriek ging achteruit. De man, die het beheer van de fabriek van zijn vrouw overnam, bleek absoluut ongeschikt. En toen het bericht kwam van het overlijden van haar beide kinderen gedurende een griepepidemie, werd haar toestand van dien aard, dat verpleging in een ziekenhuis noodig bleek. Haar man maakte van de gelegenheid, dat zij van de vloer was, gebruik om de fabriek te verkoopen, zonder haar daarin te kennen, terwijl deze toch met haar geld gekocht was en dus feitelijk haar toebehoorde.

Doch aangezien zij niet met huwelijksche voorwaarden getrouwd waren, viel hetgeen ze ten huwelijk had meegebracht, in de gemeenschap.

En van die gemeenschap was hij de baas. Hij mocht verkoopen, verpanden, beleenen, precies zooals hem dat goed dacht, terwijl hij ook de vrije beschikking had over de opbrengst van deze transacties.

Nu, hij zorgde er wel voor, van dit recht gebruik te maken. Toen hij het geld van den verkoop ont¬

vangen had, vertrok hij met de noorderzon en liet zijn vrouw in het ziekenhuis achter. Toen deze daaruit ontslagen werd, ontdekte ze tot haar ontsteltenis, dat de fabriek was verkocht en haar man, zonder haar iets achter te laten, was vertrokken. Ook hun spaarduitjes, die onder zijn beheer hadden gestaan, bleken verdwenen. De arme vrouw zag zich thans genoodzaakt door het verrichten van naaiwerk en anderszins in haar onderhoud te voorzien.

Ook deze vrouw is de dupe geworden van onze schitterende (!!) huwelijkswet, die alle macht in handen van den man stelt en bovendien niet toelaat, dat huwelijksche voorwaarden worden gesloten tijdens het huwelijk, waardoor men het kwaad nog eenigszins zou kunnen keeren.

In de „Schets voor een nieuwe huwelijkswetgeving", waarvoor een actie gevoerd wordt door tal van vereenigingen en eenige politieke partijen, wordt voorgesteld om de beide echtgenooten in het huwelijk het vrije beheer te laten over hun eigen goed.

Met deze bepaling had het bovenstaande niet kunnen plaats hebben, tenzij de vrouw haren man een machtiging had gegeven om over het haar toebehoorende goed te beschikken.

Kendal. S. van Overveldt-Biekart.

VOOR VOLKENBOND EN VREDE.

In het Tijdschrift „Voor Volkenbond en Vrede", orgaan van de Vereeniging voor Volkenbond en Vrede, van Mei j.1. is een artikel gewijd aan den Goedenwilsdag en Volkenbondsdag, waaruit ik het volgende aanhaal:

Kort na het eindigen van den oorlog ontstond bij de overwinnaars de behoefte, om in hun dankbaarheid verschillende data te herdenken en begrijpelijkerwijze viel hun keuze het eerst op 11 November, den wapenstilstandsdag toen door de geheele wereld een zucht van verlichting geslaakt werd.

Deze dag kreeg vrijwel overal het karakter van eene plechtige hulde aan hen, die voorgoed waren heen gegaan. Terwijl deze in ons land dikwerf meer in een „nooit-meer-oorlog-stemming" wordt herdacht.

Maar weldra kwamen nog andere data in aanmerking, o.m. 28 April, de stichting van den Volkenbond.

Op vrij groote schaal werden deze in de scholen als eene welkome aanleiding gebezigd, om de opvoeding tot de Volkenbondsgedachte te bevorderen: vooral in Engeland en Wales, waar de beide Volkenbondsvereenigingen, mede dank zij vorstelijke giften, schitterend werk deden. (Zij tellen nu 700.000 leden en ruim 2000 af deelingen).

Doch ook in Frankrijk en elders kwam het vieren van deze oorlogsdata meer en meer in zwang, terwijl allengs ook de verschillende vredesvereenigingen bij ons dit voorbeeld volgden.

Maar naarmate de oorlogspsychose voor betere gevoelens plaats maakte en vooral toen de kansen op het toetreden van Duitschland grooter werden, zocht men naar een beteekenisvollen vredesdatum, die wellicht als Wereldvredesdag of als Volkenbondsdag in alle landen zou kunnen worden gevierd, doch zonder pijnlijke herinneringen bij de overwonnenen op te wekken. En zoo werd als eerste bescheiden poging in die richting, reeds vanaf 1922 de welbekende Radio Vredesboodschap van de kinderen van Wales steeds op 18 Mei verzonden, den langvergeten datum, die kort na het eèrste internationale officiëele Vredescongres, dat op 18 Mei 1899 in het Huis ten Bosch in den Haag geopend was, zoo trouw door alle landelijke