is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor vrouwenrechten in Nederlandsch-Indië, jrg 5, 1931, no 7, 01-01-1931

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

propaganda voor de Vereeniging. Hij zou gaarne zien, dat dit zoeken van samenwerking zich niet tot één politieke partij bepaalde, die slechts een betrekkelijk gering aantal leden bereikt, men moet meerder contact zoeken, ook met de vrouwelijke Kamerleden en vooral met de Inheemsche vrouwen-organisaties.

De Presidente antwoordt, dat een tijd geleden contact is gezocht met de diverse vr ouwen-vereenigingen der Inheemschen.

Alleen de afdeeling Medan heeft hierop geantwoord, maar overigens is van geen enkele vereeniging eenig antwoord ontvangen en tot nu toe is van Inheemschen kant nog nooit eenige bereidheid tot samenwerking getoond.

Mevrouw Datoe Toemenggoeng zegt, dat er bij de Inheemsche vrouwenbeweging nog zooveel andere dingen zijn die voorgaan, als b.v. babyverzorging enz. en pas wanneer in al deze onderwerpen verbetering zal zijn gekomen, zal de inheemsche vrouw zich misschien meer gaan interesseeren voor het kiesrecht. Zoolang er nog geen algemeen kiesrecht voor mannen is, moeten de inheemsche vrouwen nog niet ijveren voor Vrouwenkiesrecht.

Mevrouw Kluit vindt, dat de inheemsche vrouwen dan van achteren naar voren werken. Wanneer de vrouwen het kiesrecht hadden zouden de vooraanstaande vrouwen in de Regeering juist veel meer al die punten naar voren kunnen brengen.

Mevrouw Apituley zegt dat de Inheemsche vrouwen zichzelf nog niet in staat achten om in den Volksraad zitting te nemen. Ze zou van onderen af willen beginnen, en eerst de vrouwen willen brengen in den gemeenteraad en zoo verder naar boven.

De Presidente wijst juist op het groote belang, dat ook de Inheemsche vrouwen hebben bij een vrouwelijk vertegenwoordigster in den Volksraad. Maar van Inheemsche zijde is nooit eenige belangstelling hiervoor getoond. Zelfs heeft Presidente geen toestemming kunnen krijgen tot het bijwonen van het congres in Djocja.

De heer Quix wijst erop, dat de Inheemsche vrouwenbeweging nog zeer jong is en als het ware met den dag groeit. De weinig bevredigende resultaten van vroeger moeten niet ontmoedigen en hij verwacht van een dergelijk pogen thans betere resultaten. Nogmaals moet gestreefd worden naar aansluiting, om daarin kracht te zoeken, daarvan verwacht hij meer heil dan van samenwerking met politieke partijen.

Mevrouw Datoe Toemenggoeng acht de mogelijkheid niet uitgesloten, dat de adressen niet geheel juist zijn geweest en daardoor misschien de brieven van het Hoofdbestuur niet in goede handen zijn gekomen.

Mevrouw Garrer stelt voor, de oplage van het Maandblad te vermeerderen en dit op meerdere

plaatsen te distribueeren, o.a. in de stationswachtkamers.

Mevrouw Kluit deelt nog mede, dat 13 April eene lezing zal worden gehouden door Professor Remmelts over „Geneeskundig onderzoek vóór het huwelijk in de Theosofische Loge. Met eene opwekking tot het maken van propaganda voor de Vereeniging, sluit de Presidente deze zeer geanimeerde vergadering.

(w.g.) M. VAN DE STADT—MORAUX. (w.g.) L. J. QUIX.

GENEESKUNDIG ONDERZOEK VOOR HET HUWELIJK.

Lezing Professor Dr. Remmelts.

Maandagavond 13 April j.1. hield Prof. Dr. Remmelts voor de Vereeniging voor Vrouwenrechten Afd. Batavia in een zeer goed bezette zaal van de Theosofische loge eene lezing over: Geneeskundig onderzoek vóór het huwelijk. De presidente leidde den spreker in en gaf hem spoedig het woord. Spreker begon met er op te wijzen hoe pas den laatsten tijd de medische kennis prophylactisch wordt aangewend, waaraan hier b.v. zuigeling- en moederzorg, de gezondheids-brigade e.d. meewerken.

In Europa zijn er bureaux, die onderzoeken of iemand voor speciale prestaties geschikt is b.v. het sportkeuringsbureau, het psycho-technisch bureau en consultatiebureaux. Deze preventieve geneeskunde wordt in Amerika nog veel ruimer toegepast. Levensverzekering-maatschappijen stellen hun polishouders b.v. in de gelegenheid zich jaarlijks te laten onderzoeken. In Amsterdam vindt men dit systeem ook reeds op enkele fabrieken.

Spr. gaat nu over tot het eigenlijke onderwerp en wel de vraag: Is onderzoek vóór het huwelijk noodzakelijk? Prof. Remmelts onderscheidt hier drieërlei belang nl. die van het individu, van het nageslacht en van de maatschappij.

Statistieken wijzen uit, dat de levensduur van den man door het huwelijk wordt verlengd; de getrouwde vrouw loopt eenig gevaar bij zwangerschap en baring, doch aan den anderen kant wordt zij door sommige ziekten minder gefrequenteerd dan de ongetrouwde vrouw. Uitgaande nu van het standpunt, dat het huwelijk in het algemeen de gezondheid der beide individuen ten goede komt, zijn er gevallen waarin een der partijen schade veroorzaakt wordt door den ander. Infectieuze ziekten kunnen dan de oorzaak zijn. Spr. noemde als zoodanig enkele vormen van tuberculose en geslachtsziekten. In deze gevallen kan een het huwelijk voorafgaand medisch onderzoek uitstel en in het ergste geval afstel bewerken.

Sinds 1920 bestaat in Nederland eene Vereeniging tot bevordering van onderzoek vóór het huwelijk,