is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor vrouwenrechten in Nederlandsch-Indië, jrg 5, 1931, no 9, 01-06-1931

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bleek daaruit de belangstelling der mannen ?

Gezien de ervaring, bij de mannen opgedaan tijdens de verkiezingen, zal Minister Cort van der Linden, die van meening was, dat iedere staatsburger verplicht was zijn stem uit te brengen, er toe gebracht hebben, stemplicht in te voeren.

Met dit voorbeeld voor oogen komt „de Avondpost" de vrouwen, die in 1922 voor het eerst het kiesrecht uitoefenden en dus nog maar heel, heel kort de praktijk der verkiezingen hebben meegemaakt, verwijten, dat zij zich met het stembiljet in de hand nog voelt „als een kat in een vreemd pakhuis en er geen belangstelling voor heeft".

Het aanpassingsvermogen van de vrouw is altijd wel heel groot gebleken te zijn, maar van haar te verwachten, dat zij thans reeds over de geheele linie dezelfde belangstelling zal hebben voor de politiek als de mannen na langer dan een eeuw praktijk eerst hebben verkregen, lijkt me wel wat veel gevergd.

S. v. OVERVELDT—BIEKART.

MEVR. Mr. BAKKEK — NOKT WEDEROM IN DE

TWEEDE KAMER OP DE BRES VOOR DE VROUWEN IN INDIE.

„Mijnheer de Voorzitter! Ons geacht medelid de „heer van Boetzelaer van Dubbeldam heeft gemeend „een van zijn onderwerpen te moeten inleiden met „het excuus, dat het niet nieuw was. Ik moet dezelf„de verontschuldiging beginnen. Want de wensche„lijkheid van de benoeming van een vrouw in den „Volksraad is zeker geen nieuw onderwerp. Integendeel, mejuffrouw Westerman en wij van onzen kant „hebben van af de instelling van den Volksraad „reeds bepleit de wenschelijkheid van samenwerking „van man en vrouw ook in dit college. Het inzicht „van de vrouw behoort tot uiting te komen ook in „de wetgevende macht in Indië.

„Maar, Mijnheer de Voorzitter, dit onderwerp is „toch op het oogenblik weer bijzonder actueel geworden, omdat de benoeming door den Gouverneurgeneraal van de leden van den Volksraad binnenkort plaats zal vinden. Er is dus nu reden om op„nieuw aan te dringen, dat de rouw in dezen niet zal „worden voorbijgegaan. Zeker, ik erken, dat ook de „vrouw verkiesbaar is, maar het is wonderlijk, dat „men in Indië de omgekeerde volgorde in acht ge„nomen heeft. De vrouw is wel verkiesbaar, heeft „dus wel het passief kiesrecht, maar zelf mag zij „niet meekiezen. Daardoor is er niet veel kans, dat „door de verkiezingen, waaraan alleen mannen deelnemen, een vrouw, hetzij een Europeesche, hstzij „een Inheemsche, gekozen zal worden. Dat de vrouw „belang heeft bij de wetgeving, Mijnheer de Vcorzit-

„ter, het is onnoodig daar lang bij stil te staan. Het „is vooral overbodig dit te bewijzen ten aanzien van „de Europeesche vrouw, immers onze zuster, de „gelijke van ons in ontwikkeling en in interesse voor „de wetgeving van haar land. Zij heeft hetzelfde be„lang en dezelfde belangstelling voor alle wetten, „vooral die het gezin, het onderwijs, de opvoeding, „steun aan zwakken en hulpbehoevenden raken, als „wij. Ten aanzien van al die onderwerpen staat wel „vast, dat door het overheerschend gevoelsleven der „vrouw zij er meer belangstelling voor heeft in het „algemeen dan de man. In elk geval raken deze „zaken meer de vrouwelijke psyche dan die van den „man. Ik behoef dus niet te pleiten voor samenwerking van de Europeesche vrouw met den man. Deze „is niet alleen in het belang van de vrouw, maar in „dat van de geheele Indische gemeenschap.

„Maar misschien is het nog wel noodig iets langer „stil te staan ook bij de rechten en tegenwoordige „positie van de Inheemsche vrouw.

„Ik geloof, dat het in Nederland nog te weinig bekend is met welke vlugge schreden de vrouwenbeweging in Indië tot ontwikkeling is gekomen. Als „men nagaat, wat een Inlandsche dame schreef in „het Volksblad van 8 November, dat te Batavia is „uitgekomen — al op zich zelf een merkwaardig feit, „dat nl. de ontwikkeling van de Inlandsche vrouw „nog vlugger voortgeschreden is dan die van den „man, inderdaad de vrouwen met enthousiasme deelnemen aan de Inlandsche beweging op verschillend „gebied —, als men verder leest, welk een werkzaam „aandeel de meisjes hebben in de jeugdbeweging, de „ontwikkeling, die ook zending en missie aan de Inlandsche vrouw hebben gebracht, dan kan men zich „voorstellen, dat de tijd is gekomen, dat er bekwame „en belangstellende Inlandsche vrouwen zullen wor,,den gevonden, die in den Volksraad met eere zou„den kunnen plaats nemen. Ik herinner er aan, dat „zelfs aan de Indonesische vrouwen gelukt is, waar„in wij in Nederland, ondanks onze vele pogingen, „niet zijn geslaagd. Er is nl. samenwerking tot stand „gekomen en een Federatie van Vrouwenvereeni„gingen opgericht, waarbij zoowel Roomsch-Katho„lieke, Mohammedaansche als nationalistische vrou„wenvereenigingen zijn aangesloten, de P.P.I.I. „Natuurlijk zijn zij door het verschil van beginselen, „welke zij voorstaan, genoodzaakt zich bezig te hou„den vooral met practisch werk. Zij hebben een geschikt terrein van arbeid gevonden, waarbij de Re,,geering de behulpzame hand biedt, nl. de bestrijding „van den handel in vrouwen en meisjes en de ontwikkeling van de Indonesische vrouw. Ik wil er in „dit verband met dankbaarheid op wijzen, dat in het „algemeen de Inlandsche mannenvereenigingen buitengewoon sympathiek staan tegenover de ontwikkeling van de Indonesische vrouw. Vereenigingen „als Boedi Oetomo en Pasoendan staan de verdere