is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor vrouwenrechten in Nederlandsch-Indië, jrg 7, 1932-1933, no 10, 01-07-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezeten heeft en is licht geneigd om pogingen aan te wenden dit, wederom te heroveren.

De Vrouw, die zich haar waarde bewust is geworden, zij, die in kennis, wetenschap, kunst, sport, moed, durf, enz., zich met den man kan meten, die belang is gaan stellen in vraagstukken en zaken, die haar vroeger onverschillig lieten en waarin zij zich geheel door den man liet leiden, in onnoemlijk veel gevallen zelfs tegen haar belang in, in het kort de vrouw, die zich niet meer op zij laat schuiven, is voor het meerendeel der mannen nog een doorn in het oog en deze zullen ongetwijfeld, waar dit maar eenigszins mogelijk is, aan de door de vrouw verkregen rechten trachten te tornen.

Daarvan bestaan voorbeelden te over.

Daarom is het goed, dat de vrouwen een organisatie van vrouwen achter zich hebben, die haar steunt in het verdedigen van haar belangen, en deze zal moeten blijven bestaan totdat er geen sprake meer is van mannen- en vrouwen belangen, doch slechts van menschenbelangen.

In het kort gezegd is het doel van de feministische vrouwenbeweging dus de politieke, wettelijke, economische en maatschappelijke gelijkstelling van man en vrouw.

Beteekent dit nivelleering der beide sexen? Immers neen!

Nivelleering van de vrouw met den man zou beteekenen het wringen van haar natuur, haar innerlijk wezen in een haar niet passenden vorm. het maken van man-vrouwen.

Wij, feministen, die door Famke in haar artikelen en lezingen worden aangeduid met den naam van fanatieke, ultra-dogmatische, verpolitiekte dogmatische, prae- enz., feministen, zouden geen ware feministen zijn, indien we ons niet diep bewust waren van de groote waarde der psychische en physieke verschillen tusschen man en vrouw, en deze differentiatie, die de beide saxen tot een zoo schoone eenheid vormt, zouden willen missen.

Zóó en niet anders denken en voelen de feministen en zeker de gezaghebbende en leidende feministen.

Die dit anders durven beweren, maken zich schuldig aan misleiding, óf omdat ze de geheele vrouwenbeweging niet begrijpen, óf omdat ze moedwillig haar willen schaden.

De aan het hoofd van de vrouwenbeweging staande feministen zijn vrouwen met een helderen blik, een warm hart, een scherp verstand, die haar sporen hebben verdiend in haren strijd voor de rechten van de vrouw; vrouwen, bezield met een groote liefde voor de menschheid, die ze willen opheffen tot een hooger peil dan waarop ze thans staat, en zou men deze vrouwen willen verwijten, dat zij, zonder zich er rekenschap van te geven wat de gevolgen van haar

leeringen kunnen zijn, in „haar vrijheids- en gélijkheidsroes en dogma's voorthollen in den ouden trant" en zoodoende het welzijn van de menschheid in de waagschaal stellen?

(Wordt vervolgd).

EENIGE BESCHOUWINGEN omtrent de geschiktheid der vrouw voor de rechterlijke macht, gegeven naar aanleiding van de door Prof. Mr. F. G. Scheltema en Mr. O. J.

Cluysenaer voor den Nationalen Vrouwenraad van Nederland, ter jaarvergadering 1933 'uitgebrachte praeadviezen.

Debatvergadering dd. 22 April 1933.

In aansluiting op het door Prof. Scheltema gegeven praeadvies, waarmee ik mij geheel kan vereenigen, zoude ik de zaak nog gaarne eens van een meer algemeen psychologisch standpunt willen bezien, waarbij de zeer ernstige bezwaren, welke ik heb tegen het praeadvies van den Heer Cluysenaer, vanzeive ter

sprake zullen komen.

Men — en dit zijn steeds mannen — schermt in deze als in andere questies voortdurend met psychologische gegevens omtrent de vrouw.

Niet slechts kan men nu, gelijk Prof. Scheltema reeds deed uitkomen, allerminst generaliseeren en is de eene vrouw een geheel ander mensch, dan de andere doch tevens is historisch beschouwd de vrouw geen vaststaand begrip, evenmin als de man dit door de eeuwen heen is geweest.

Men vergelijke — wanneer ik mij ook even aan de lichtvaardigheid van het generaliseeren mag schuldig maken — de menschelijke mogelijkheden van de gemiddelden Nederlander met die van den gemiddelden Papoea!

De mensch, man en vrouw, is wat zijn geestelijke reacties, vermogen en ontwikkeling betreft, in zeer hooge mate afhankelijk van zijne — materieele en geestelijke-levensomstandigheden. Het zou mij te ver voeren, wanneer ik ten aanzien van dit overigens zoo aanlokkelijk onderwerp thans in details wilde treden. Ik zal mij dus aan de groote lijnen moeten houden.

In verreweg het grootste deel der thans afgeloopen historische perioden was de sociale taak van de vrouw, d.i. een naar verhouding zeer groot percentage der vrouwen, die van echtgenoote en moeder.

Eenerzijds was dit het gevolg van de slechte hygiënische toestanden, waardoor de sterfte onder vrouwen en kinderen veel en veel grooter was, dan tegenwoordig. De vrouw was dus noodig voor de zoo juist door mij vermelde taak en waar zij zich nuttig