is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor vrouwenrechten in Nederlandsch-Indië, jrg 8, 1933, no 1, 01-09-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de benadeelde partij de verplichting kan matigen of de overeenkomst nietig verklaren kan. De toepassing is dus geheel aan het beleid van den rechter overgelaten en blijken moet, dat de geldschieter misbruik heeft gemaakt van de lichtzinnigheid, de onervarenheid of den noodtoestand van dengene die het accept geteekend heeft, hetgeen zeer moeilijk is aan te toonen.

De woekerbestrijding is even oud als de woeker zelf. Reeds in den Bijbel — de wet van Mozes — werd de woeker verboden en ook de Koran bevat enkele spreuken, welke op den woeker betrekking hebben. Maar het bestuur van de Anti-woekervereeniging heeft meermalen gewenscht, dat Christenen zoowel als Mohammedanen zich meer daaraan hielden! In de Middeleeuwen bestonden tal van wettelijke bepalingen inzake den woeker.

Na gewezen te hebben op het onderscheid tusschen de nieuwe wetgeving en de oude wetgeving op het gebied van de bestrijding van den woeker deelde spr. mede, dat in Nederland in Maart 1.1. de zoogenaamde „geldschieterswet" in werking getreden is. Vóór dien datum was in Holland op dit gebied letterlijk niets geregeld en vierden de ergerlijkste practijken hoogtij. Thans evenwel is het publiek niet meer weerloos aan den woekeraars overgeleverd. In de eerste plaats eischt de wet, dat de geldschieter voor het oprichten van een voorschotbank de toestemmnig van B. en W. heeft verkregen. Is hij zonder vergunning, dan wordt hij gestraft met een gevangenistraf van twee jaar. Wel een verschil met Nederlandsch-Indië, waar ieder geld kan uitleenen zooals hij zelf wil! In Holland wordt aan de geldschieters een interest-percentage van 19 procent toegestaan en de bepalingen van de Nederlandsche wet gelden voor alle geldschieters, die gelden uitleenen tot een bedrag van ƒ 500 of minder, terwijl splitsen der geldleeningen verboden is.

In Indië is men nu zoover, zeide spr., dat bij de regeering het besef begint door te dringen, dat er betere maatregelen tegen den woeker genomen moeten worden. Vooral in dezen tijd zijn maatregelen tegen het woeker-kwaad urgent. Inderdaad zullen, kan spr. mededeelen, over enkele maanden voorstellen ter zake — waarin ook strafbepalingen zullen zijn opgenomen — aan de regeering worden aangeboden. De Antiwoekervereeniging is verheugd, dat thans binnen afzienbaren tijd maatregelen getroffen zullen worden om den woeker in Nederlandsch-Indië aan banden tc leggen.

Omtrent de werkzaamheden van de Vereen iging tot bestrijding van den woeker te Batavia deelde spr. mede, dat het Werkcomité eiken Dinsdagavond ten gemeentehuize alhier vergadert en elk geval op zichzelf onderzoekt.

Spr. gaf verschillende voorbeelden van de practi sche woekerbestrijding.

Een Arabier had een Europeaan, die ƒ 25 van hem geleend had, een accept laten teekenen voor ƒ 120, waarop reeds .ƒ 70 was afbetaald, hetgeen de geldleener, gelukkig, door middel van postwisselrecu's bewijzen kon. Toen hij, op advies van de Anti-woekervereeniging, zijn betalingen staakte, eischte de Arabier het restant ad ƒ 50, terwijl zelfs niet ontkend werd, dat de geldnemer slechts ƒ 25 geleend had. Door den residentierechter werd de vordering evenwel ontzegd.

De Anti-woekervereeniging tracht zooveel mogelijk processen te voorkomen en een en ander in der minne te schikken. Zij heeft daarmede dikwijls succes, maar daarvoor is geld noodig. Een eere-saluut bracht spr. aan het gemeentebestuur van Batavia, dat een bedrag van ƒ 5.000 als werkvoorschot ter beschikking stelde.

Een ander geval was dat van een Inlandschen ambtenaar, die in den loop van enkele jaren van een Arabier successievelijk een som van ƒ 2.000 geleend had en daarvoor accepten had geteekend tot een totaal van ƒ 4.000. Toen hij, via de Anti-woekervereeniging ƒ 2.000 aan betalingen gedaan had, hield hij daarmede op, waarna hij prompt door den Arabier gedagvaard werd voor een zijner accepten. Volgens de accepten ging het dus nog om een restant van ƒ 2.000. Bij minnelijke schikking werd den Arabier ƒ 900 contant betaald, zoodat ƒ 1.100 voor den geldleener verdiend kon worden.

Een volgend geval betrof een man, die in 1932 twee accepten had geteekend, een ten bedrage van ƒ 240 en een groot ƒ 180, dus tezamen ƒ 420. Hij had contant slechts ƒ 300 ontvangen. Toen hij een bedrag van ƒ 340 had betaald, zeide de Arabier, dat hij liever één accept had in plaats van twee accepten, waarop de man een nieuw accept teekende voor ƒ 420, en de beide andere accepten terugontving. Enkele weken daarna eischte de Arabier ƒ 420. Met de vorige

accepten, zeide hij, heb ik niets te maken die

zijn afbetaald! Niettemin heeft men kunnen aantoonen, dat er inderdaad een omwisseling had plaats gehad en de vordering van den Arabier werd niet toegewezen.

Ten slotte verhaalde spr. het geval van een Europeesche gehuwde dame, die zich, toen zij op een gegeven moment in moeilijkheden verkeerde, zonder er haar man in te kennen, tot een Arabier wende, die haar ƒ 60 op een accept van ƒ 120 leende. Nadat zij enkele afbetalingen gedaan had, kon zij deze niet meer voortzetten en kwam zij bij de Anti-woekervereeniging. Toen zij werd gedagvaard, ontkende zij het bedrag schuldig te zijn en zeide zij wel geteekend te hebben, maar zonder medeweten of toestemming van haar echtgenoot. De eisch werd afgewezen.

Zijn lezing beëindigend, deed spr. een beroep op de aanwezigen om de A.nti-woekervereeniging te steu-