is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor vrouwenrechten in Nederlandsch-Indië, jrg 8, 1934, no 9, 01-06-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij leggen er ons ook niet bij neer, doch achten den tijd om er met succes tegen op te komen, nog niet daar.

Ons request (zie Maandblad Februari 1934) bewijst wel, dat wij protest hebben aangeteekend tegen de door de Regeering genomen besluiten om de huwende ambtenares te ontslaan zonder haar pensioen te verstrekken over de verstreken dienstjaren; zonder haar de gestorte pensioenbijdragen terug te geven; zonder haar in aanmerking te doen komen voor een onderhoudsregeling.

Om dit request niet in gevaar te brengen — dus uit tactische overwegingen — besloten wij het protest tegen het ontslag achterwege te laten, wetende, dat hiervan toch geen notitie zou worden genomen. Dit heeft helaas niets gebaat, zooals U uit het antwoord van den Gouverneur-Generaal heeft gezien.

Dat er vooralsnog niets te veranderen is aan het besluit van de Regeering om de huwende en gehuwde ambtenares te ontslaan, zal de geachte inzendster met ons eens zijn, vooral waar Holland het voorbeeld heeft gegeven, wat met een verbijsterende vlugheid door Indië werd nagevolgd, terwijl er zoo vele andere dringende kwesties zijn, die om na volging vragen, doch onveranderd blijven.

Wij kunnen niet anders dan „uiterlijk" ons vooralsnog neerleggen bij de genomen beslissingen, die wij niet bij machte zijn te veranderen, doch wij moeten waakzaam blijven om te zorgen, dat als de tijdsomstandigheden zich in gunstigen zin veranderen, de vrouw in de verschillende ambten, beroepen en bedrijven weer dezelfde plaats zal innemen, die ze gehad heeft vóór de crisis.

Nu weet ik wel, dat ook in de particuliere bedrijven en beroepen veel wordt geschoven op den breeden rug van de crisis en dat vele tegenstanders van ,/ie vrouw op de arbeidsmarkt" hun afkeer van vrouwelijke werkkrachten botvieren. Toch is er thans niet veel tegen te doen, vooral waar de Regeering het voorbeeld heeft gegeven.

Zeer zeker zie ik de onbillijkheid van aan den eenen kant cumulatie van ambten en betrekkingen, van salarissen en pensioenen bij de mannen, waardoor een groot inkomen verkregen wordt, terwijl men aan den anderen kant de huwende en gehuwde ambtenares ontslaat, die met het dubbele inkomen ternauwernood rond kan komen met haar gezin.

Algemeene maatregelen hebben altijd het nadeel gehad, dat zij naast het goede, dat men er mee bereiken wil en dikwijls bereikt veel kwaad stichten, zoowel ten opzichte van de vrouw als van den man. Zoo gaat het ook met de maatregelen, die gericht zijn tegen dubbele inkomens.

Wat betreft de tweede opmerking van de geachte inzendster, n.1. die betreffende het reeds langer dan een eeuw getraind zijn van den man in het politieke leven, daar kan ik haar verzekeren, dat het geen „slip of the pen" is geweest. Daarmee is natuurlijk bedoeld te zeggen, dat reeds meer dan een eeuw het mannelijk geslacht het recht heeft bezeten om zich met de politiek te bemoeien.

Van vader op zoon zijn zij dit recht deelachtig geweest en zijn zij daarom zoo veel beter daarin getraind dan de vrouwen, die pas sedert kort het kiesrecht hebben en dus nog maar ternauwernood den tijd hebben gehad om zich in het politieke leven in te werken.

Bovendien is dit zoo veel ingewikkelder geworden dan het een eeuw geleden was en dus zoo veel te moeilijker voor de vrouw om te omvatten.

In onderschrijf het slot van het „ingezonden" volkomen en wek iedere moeder op om haar meisjes belangstelling bij te brengen voor de politiek, want de politiek is het, die ons gansche bestaan regelt.

Het kan niet genoeg herhaald worden, dat de vertegenwoordigers der politieke partijen de wetten en bepalingen maken, die zelfs ons intieme leven als vader en moeder, als hoofd van het huisgezin, als opvoeders van onze kinderen, beïnvloeden.

Kendal. S. van Overveld—Biekart.