is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor vrouwenrechten in Nederlandsch-Indië, jrg 8, 1934, no 11, 01-09-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men? Mogen daar dan alleen filmsvertoond worden, die goed gekeurd zijn voor den orang-tani?

Dat zou al die bedrijven + de noodige filmimportkantoren den genadeslag geven. En het filmbedrijf is toch even goed commercieel opgezet als ieder ander. Dit zou in feilen tegenstrijd zijn met elk beginsel van recht en billijkheid.

En bovendien wonen buiten de hoofdplaatsen in Indië toch ook nog vele Europeanen! Worden zij nu met één slag genivelleerd tot de hoogte van hun baboe en kebon?

Men voelt wel de onbillijkheid hiervan en tevens de groote moeilijkheden waarvoor onze regeering hier staat en die in elke koloniale gemeenschap tot den spits gedreven worden.

Doch moeilijkheden zijn er nu eenmaal om overwonnen te worden.

En ook hier moet naar een uitweg gezocht, een compromis, dat zooveel mogelijk alle partijen tevreden stelt. Want zooals de toestand nu is, verscherpt hij zich tot groote onbillijkheid — nog niet gesproken van de funeste gevolgen.

Onze regeering heeft toch wel voor heetere vuren gestaan, waar een wil is, is ook een weg. En misschien dat de vrouwen in Indië, voor wie deze kwestie zoo'n teer punt, is, in de goede richting kunnen meewerken?

Er is, zooals ik boven reeds opmerkte, zoo vaak op de destructieve werking der film de aandacht gevestigd, vooral met het oog op het neerhalen der Europeesche vrouw, of breeder opgevat: der Europeesche Maatschappij.

Het bovenstaande onderschrijf ik volkomen, maar al te duidelijk zien we er helaas dagelijks voorbeelden van om ons heen. Maar nu de andere kant van de zaak.

Stelt dat de overheid door middel van censuur of wat ook er in geslaagd zoude zijn, aan dit vernielend proces een einde te maken, wat zou hiervan het nut zijn, als de Europeesche vrouw in Indië zélf met dit

vernielende werk doorgaat, zooals ze nu vaak doet? Het levende voorbeeld dat de Inlander dagelijks voor oogen krijgt, frisch uit de eerste hand, is die invloed niet minstens even groot als van een z.g. onzedelijke film? Wij leven hier nu eenmaal in een koloniaal land met een grootendeels onontwikkelde bevolking, en dat legt, vooral tenopzichte der vrouw, restricties op en verplichtingen. Wij kunnen hier niet zoo leven en handelen, zooals wij dat misschien in Europa zouden willen of kunnen doen.

Men schreeuwt zoo over de indecente kleeding op films, over huwelijksontrouw e.d. ons zoo aantrekkelijk mogelijk voorgelegd, de hoogste onzedelijkheid omkleed met schoon gewaad, maar wat voor dagelijksche film geeft menige Europeesche vrouw den Inlander te aanschouwen in levenden lijve?

Doch laten we hier niet bij blijven stilstaan, dergelijke gevallen zijn gelukkig in de minderheid en de moderne Inlander, vooral de stedeling, weet tegenwoordig al heel aardig te onderscheiden.

Het zijn daarom ook juist de Eur. vrouwen in het binnenland, aan wie nog de grootste restricties opgelegd zijn. Toen bijv. op een verafgelegen onderneming een vrouw voor het eerst in „shorts" verscheen, maakte dit op den eenvoudigen koelie en afgezonderd levenden bergbewoner een zeer eigenaardigen indruk en het eerbiedig uitgesproken ,,njonja besar" klonk als een bespotting.

Maar nogmaals: hoewel niet goed te praten, zijn dit gelukkig slechts enkele verschijnselen. De groots meerderheid der Europeesche vrouwen voelt wel degelijk hoe zich te gedragen tegenover den onontwikkelden Inlander.

En het zijn voornamelijk zij, die den drans: in zich voelen in het tegenwoordige filmcensuur-systeem verbetering te brengen.

H. S.