is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor vrouwenrechten in Nederlandsch-Indië, jrg 10, 1936, no 8, 01-07-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Hoofdbestuur van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en gelijk Staatsburgerschap beveelt dit verzoek met warmte aan : E. H. Piepers, presidente,

Mr. J. C. van Es, le. secr.

Het Bestuur der Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid : Dr. J. Reudler, presidente, M. S. Wiener, vice-presidente, Dr. M. C. van der Kolf, le secr. A. S. Stoffel-Hudig, 2e secr. L. C. Bergsma, penningmeesteresse, H. C. Muntinga,

A. E. Winkel.

Gaarne plaatsen wij bovenstaande oproep van het Bestuur der Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid. Zeer zeker zullen er onder onze lezeressen zijn, die naar vermogen iets willen bijdragen voor dit goede doel.

Vele kleintjes maken een groote en wanneer iedereen iets bijdraagt, al is het nog zoo weinig, dan komt zeer zeker het bedrag, dat noodig is voor de lijfrente, bij elkaar.

Wij hopen, dat allen dit zullen bedenken en zoo spoedig mogelijk haar bijdrage met vermelding „Anna Polak -fonds, zullen zenden aan onze Penningmeesteresse:

Mevrouw D. Hartelust-Boonzaïer, Nieuwe Tamarindelaan 8, Weltevreden.

BERICHTEN UIT HOLLAND.

Mr. E. Fokker.

In het Juni-nummer van het Maandblad „Vrouw en Gemeenschap" vinden wij een bericht gewijd aan het overlijden van Mr. Eduard Fokker, op 5 juni j.1.

„Met hem zoo zegt de schrijfster, "is een ernstig en goed vriend van onze beweging heengegaan, de laatste van het achttal — waaronder Frle Jeltje de Bosch Kemper —, die meer dan 40 jaar geleden het Comité tot verbetering van den maatschappelijken en den Rechtstoestand der Vrouw in Nederland stichtten, welk Comité na de invoering van het kiesrecht, met den ,3ond tot de Unie voor Vrouwenbelangen werd samengesmolten.

Mevrouw Cecile de Jong Van Beek en Donk.

De schrijfster van Hilda van Suylenburg is 19 Mei j.1. 70 jaar geworden. Dit is wel een feit om hier te herdenken, en onze eerbiedige hulde te brengen aan deze pionierster van de Vrouwenbeweging.

Er was, nu bijna veertig jaar geleden, toen haar „Hilda van Suylenburg" verscheen, moed voor noodig, om met een dergelijk boek te durven uitkomen. Haar voor dien tijd vèr vooruit ziende blik beschreef daarin een betere toekomst voor de vrouwen en meisjes in het algemeen en de Nederlandsche vrouw in het bijzonder.

Gelukkig voor haar, dat zij de groote vooruitgang in de positie van de vrouw heeft mogen beleven en wij hopen, dat haar levensavond niet verduisterd zal worden door de zware bewolking, die de laatste maanden dreigt aan de horizon van de Vrouwenbeweging.

H. K.

Uit de Staten-Generaal.

Waar het maar mogelijk was, is er in Holland door de vrouwen, in de vertegenwoordigende lichamen en daar buiten, geprotesteerd tegen het langzaam maar zeker terugdrijven van de vrouw van de arbeidsmarkt.

Zoo lezen wij in „Vrouw en Gemeenschap", dat ook het eenig vrouwelijk senaatslid, Mevrouw PothuisSmit, bij de behandeling van de begrooting van Sociale Zaken op krachtige en overtuigende wijze protest aanteekende tegen de uitsluiting van de vrouw van de arbeidsmarkt.

Na geconstateerd te hebben, dat meisjes toch waarschijnlijk geschikter zijn voor sommige werkzaamheden in fabrieken en kantoren, dan jongens, verklaarde spreekster, dat dit de werkgevers aanging, maar dat haar bezwaren, — met alle waardeering voor de dienstbodencursussen waarvoor zij vroeger zelf al gepleit had — gingen tegen de dwang om aan die cursussen deel te nemen, waardoor andere beroepskeuze haast onmogelijk gemaakt wordt, terwijl de kans op plaatsing in het huisgezin, voor de met spoed klaargestoomde krachten gering is.