is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor vrouwenrechten in Nederlandsch-Indië, jrg 11, 1937, no 2, 01-02-1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lang van de vrouw hier te lande werkzaam waren. Geen van deze candidaten werd benoemd.

In Nederland volgde twee jaar na het verleenen van het passieve Kiesrecht aan de vrouw, n.1. in 1918, de benoeming (verkiezing) van één vrouw.

Suze Groeneweg was de eerste vrouw, die tot lid van de Tweede Kamer gekozen werd. Zij behoorde tot de Sociaal Democratische Partij.

Evenals hier in Indië was het ook daar geen der vrouwen, die het moeilijke werk gedaan hebben van het effenen van het pad naar de vertegenwoordiging voor de vrouw, die het eerst gekozen en benoemd werd tot lid van de Tweede Kamer. De wegbereidsters deden haar werk opdat de toegang voor anderen gemakkelijker zou zijn.

En zoo beleven wij het nu, dat we lezen, dat de Kiesrecht-Commissie voorstelt het actief kiesrecht voor de stadsgemeenteraden te geven aan de Nederlandsche vrouw.

Zooals men weet, bestaat het inidividueele kiesrecht in Indië tot nu toe alleen voor deze raden, ook voor de mannen.

Er gaan evenwel vele stemmen op, om ook voor de verkiezingen voor de Provinciale Raden, Regentschapsraden en den Volksraad het nu nog toegepaste stelsel van getrapte verkiezing te vervangen door het individueele kiesrecht.

De Commissie achtte evenwel nu den tijd van voorbereiding voor het behandelen van het vóór en tegen van de invoering van het rechtstreeksche individueele kiesrecht voor genoemde raden, te kort, omdat de meest elementaire gegevens hierover thans ten eenenmale ontbreken. Zij heeft zich vereenigd met een als bijlage opgenomen nota van het lid der Commissie prof. Logemann tot het houden van een onderzoek ter zake.

De heer Verboom schrijft hierover in zijn minderheidsnota: „De Commissie acht dit stelsel voorshands niet voor invoering vatbaar, zij het ook, dat verscheidene leden zich noodgedwongen hebben neergelegd bij het stelsel van getrapte verkiezingen, dat zij zoo spoedig mogelijk door een stelsel van rechtstreeksche verkiezingen vervangen zouden willen zien".

„Ook naar mijn meening", zoo schrijft hij, „is handhaving van het stelsel van getrapte verkiezingen onder de huidige omstandigheden geboden".

Bij dit stelsel krijgt de vrouw met haar actief kiesrecht voor de Gemeenteraden wel eenigszins kans invloed uit te oefenen op de verkiezingen voor de verschillende andere raden, omdat zij als lid van den Gemeenteraad kan behooren tot de kiesmannen, die het kiezerscorps vormen voor deze raden.

Aan de inheemsche en uitheemsche vrouw zal het actieve kiesrecht nog niet gegeven worden; bij de besprekingen en stemming hierover staakten de stemmen.

Wel stelt de Commissie voor het passieve vrouwenkiesrecht voor de Gemeenteraden toe te kennen aan alle onderdanengroepen, dus x>ok aan de inheemsche en uitheemsche.

Eveneens wil zij aan alle vrouwen het passieve kiesrecht geven voor de Regentschapsraden.

Een groote verbetering dus voor de vrouw en wij kunnen niet anders doen dan hopen, dat deze voorstellen, vooral wat het vrouwenkiesrecht betreft, aangenomen zullen worden.

Wat den leeftijd van den kiezer (vrouwelijk en mannelijk) betreft, stelt de Commissie voor den thans geldenden leeftijdsgrens van 21 jaar te verhoogen tot 23 jaar.

En hiermee wil ik thans mijn beschouwingen, die hoofdzakelijk op het vrouwenkiesrecht betrekking hebben, eindigen.

Over de verdere voorstellen kan men in de verschillende dagbladen en tijdschriften genoeg beschouwingen lezen over het vóór en tegen ervan, dat ik er hier in ons maandblad, niet verder op behoef in te gaan.

Het voornaamste is voor ons vrouwen, die nu nog geheel van het kiesrecht verstoken zijn, dat men voorstelt ons het kiesrecht toe te kennen.

H.J.V.O.K.K.