is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad van de Nederlandsch-Indische vereeniging voor vrouwenbelangen en gelijk staatsburgerschap, jrg 9, 1937, no 4, 01-04-1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere werkzaamheden, gegeven hebben in het belang van ons werk, dat straks velen ten goede zal komen,

In de eerste plaats een hartelijk woord van dank aan haar allen, ook zij die hier hedenavond niet tegenwoordig kunnen zijn, door vertrek naar elders.

En dan denk ik hierbij in de eerste plaats aan de tweede Secretaresse van het Hoofdbestuur, Mevrouw M. van der Stadt-Moraux, die lange jaren zitting heeft gehad in het Hoofdbestuur en om gezondheidsredenen naar Europa vertrok.

Maar vooral ook aan de Presidente van het Hoofdbestuur, Mevrouw H. van der Spek — van Santen, die zich wegens vertrek naar Soerabaia, ger noodzaakt zag het Presidium neer te leggen.

Mevrouw H. J. V. O. Kluit-Kelder, Vice-Presidente van het Hoofdbestuur, nam verder gedurende 1936 de functie van Presidente waar.

Ook onze Eere-Presidente in Nederland, Mevrouw M. Stibbe-Knoch, wil ik onze bijzondere erkentelijkheid en dank betuigen voor hetgeen zij in het afgeloopen jaar voor onze Vereeniging deed.

Nemen wij hiermee afscheid van het oude jaar en richten thans onzen blik naar de nieuwe periode, die wij tegemoet gaan, die nu onze geheele aandacht moet hebben.

Wij gaan dit nieuwe Vereenigingsjaar 1937 werkelijk met veel beloovende en goede voorboden beginnen.

Als de voornaamste hiervan voor de vrouwen in Indië moet wel genoemd worden het voorstel van de Kiesrechtcommissie, om aan de Europeesche Vrouw het actieve Kiesrecht voor de Gemeenteraden te geven.

Daarnaast valt dadelijk in het oog het verheugende feit, dat de behandeling en bespreking van de Status, de rechtspositie van de vrouw, op de agenda geplaatst is van de eerstvolgende Assemblee van den Volkenbond, die in September van dit jaar gehouden zal worden.

Dit succes heeft The International Alliance of Women for Suffrage and Equal Citizenship met medewerking van verschillende volkenbondsleden weten te bereiken.

Het belangrijke van dit feit is, al zal natuurlijk nog niet dadelijk alles

bereikt worden wat men gaarne wil, dat de rechtspositie van de vrouw in de maatschappij en gemeenschap internationaal onder de loupe genomen zal worden en er de aandacht van velen, die er voordien nog weinig bij stil stonden, op gevestigd zal worden.

De Internationale gedachtenwisseling hierover kan van veel belang worden voor de positie van de vrouw in de samenleving.

Hoe goed deze internationale gedachtenwisseling kan zijn, werd ons ook duidelijk bij het bezoek aan de zittingen van de Volkenbondsconferentie tegen den handel in vrouwen en kinderen, die kort geleden, de vorige maand, in Bandoeng gehouden werd.

Dat men met persoonlijk contact en spreken spoediger elkander begrijpt, dan met schrijven, werd ook hier duidelijk.

Een paar hoofdbestuursleden, Mevrouw Hartelust en Mevrouw Kluit, en verschillende leden van de Afdeeling Bandoeng, hebben geregeld de zittingen van deze conferentie bijgewoond.

Ook werd er in een schrijven aan de deelnemers van de conferentie nog door het Hoofdbestuur van onze Vereeniging op gewezen, dat de slechte maatschappelijke, economische en rechtspositie van de vrouw, in den grond de oorzaak zijn van den handel in vrouwen, dat men een vrouw, die een behoorlijke, erkende petitie als staatsburgeres heeft, met het gevolg een betere kans op een goed bestaan, niet verhandelt.

Dat, wil men het kwaad met wortel en tak uitroeien, men ook een van de grootste oorzaken en bronnen in den kiem zal moeten smoren, door te werken voor een betere rechtspositie voor de vrouw en dat in verband hiermede, gewezen werd op de behandeling van de status van de vrouw in de a.s. assemblée van den Volkenbond in September van dit jaar en de medewerking gevraagd werd van allen, die het wel meenen met de vrouw, om te maken, dat dit agenda-punt van de Volkenbondsvergadering een succes zal worden.

In antwoord op het verzoek om inlichtingen over de positie van de vrouw hier te lande, dat ons Hoofdbestuur gedaan werd door het Hoofdbestuur