is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad van de Nederlandsch-Indische vereeniging voor vrouwenbelangen en gelijk staatsburgerschap, jrg 11, 1939, no 1, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11e Jaargang

JANUARI 1939

No. 1

Maandblad van de

NEDERLANDSCH-INDISCHE VEREENIGING VOOR VROUWENBELANGEN EN GELIJK STAATSBURGERSCHAP.

INHOUD:

Bij den aanvang van het nieuwe jaar. — Jaarvergadering. — Voorstellen van het Hoofdbestuur. — Uit de Afdeelingen — Echtscheidingsrecht. De verzoekingen van een moeder. — De vrouw van hier en elders.

BIJ DEN AANVANG VAN HET NIEUWE JAAR.

De macht van het kleine. Weder vlood een jaarkring henen, ook voor onze organisatie. Een nieuwe periode staat voor ons in haar prille jeugd : het jaar 1939.

Wat het ons brengen zal ? Wij weten het niet, de toekomst is nog gehuld in dichte nevel-sluiers. Zal het een gelukkig jaar worden voor ieder onzer persoonlijk en voor onze organisatie in haar geheel ?

Wie zal het zeggen. Maar wat

wij wel weten, is, dat er nog veel gewerkt zal moeten worden, door alle vrouwen, dat iedere vrouw haar steentje zal moeten bijdragen, groot of klein, om te bouwen aan het statige bouwwerk : de wettelijke, maatschappelijke en economische gelijkstelling van de vrouw met den man, waarvan de voltooiing het einddoel is van het streven onzer beweging.

Men zegge niet: „Ik kan zoo weinig doen, omdat ik geen tijd, geen geld en geen gelegenheid heb", want vele kleintjes maken één groote en de macht van het kleine moet men niet onderschatten. „Iets" kunnen wij allen geven en bijdragen door propaganda in onze omgeving, het toonen van belangstelling door het bezoeken der vergaderingen of slechts alleen door het betalen der minimum contributie.

De macht van het kleine! Als we ons dit toch eens goed bewust waren, wat zou er dan heel wat meer in de wereld bereikt worden!

Een aardig voorbeeld van wat er met kleine dingen opgebouwd kan worden, vond ik onlangs in de Java-Bode, overgenomen uit een statistiek, die in Parijs was opgesteld door de vereeniging van Fransche tabaks-consumenten. Deze ging n.1. over een van de nietigste, goedkoopste, maar desalniettemin nuttigste gebruiksvoorwerpen : de lucifer.

Men had uitgerekend, hoeveel lucifers de menschheid per dag gebruikt en was tot het overweldigend getal van 4 milliard gekomen!

Verder berekende men hoeveel hout en fosfor men noodig had voor het vervaardigen van al deze lucifers en dit was 800.000 kubieke meter hout en 420.000 kilo fosfor.

Het gebruik van deze lucifers, dat oogenblikje voor het aanstrijken van een sigaret, sigaar, pijp of gas, dat men niet telt, komt de menschheid te staan op een dagelijksch tijdverlies van 280 jaren 6 maanden, 15 dagen en 2 uren.

Men heeft daarbij dit aansteken op gemiddeld 3 seconden gerekend.

Hoe is het mogelijk, zal men zeggen, dat zoon kleine, onbelangrijke handeling zoo'n reusachtig effect teweeg kan brengen, voor het vervaardigen van zulk een onbeduidend voorwerpje zooveel materiaal noodig kan zijn!

En als we dan nog even bedenken hoeveel menschen een bestaan vinden bij het vervaardigen van al deze kleine lucifers!!

Het is het groote aantal, dat dit bereikt heeft, de vele, zij het dan kleine, deelen, die samen het indrukwekkende geheel vormen.