is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad van de Nederlandsch-Indische vereeniging voor vrouwenbelangen en gelijk staatsburgerschap, jrg 11, 1939, no 2, 01-02-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooveel mogelijk te ontwikkelen, daarbij in de eerste plaats rekening houdend met haar aanleg. Het inschakelen van de vrouw zoo ruim mogelijk op de arbeidsmarkt, zal vanzelf tengevolge hebben dat zij zich meer op allerlei gebied gaat ontwikkelen, want bij de keuze van een bepaalde studie houdt men in de tegenwoordige maatschappij in de eerste plaats rekening met de mogelijkheden, die de verworven kennis geeft, om een bestaan te verwerven.

Het directe gevoUg van de arbeidsbeperking voor de vrouw in Nederland was dan ook, dat versdhillende ouders er over gingen denken de opleiding van hun dochters te (beperken. Men noemde dit dan weggegooid gelid, want de overweging, dat een betere ontwikkeling van het meisje en de vrouw de maatschappij ten goede komt door de goede leiding, die zij aan haar kinderen, het opkomend geslacht dus, zal kunnen geven, wordt door de meeste menschen nog niet in aanmerking genomen.

Wij zullen bij onze beschouwingen over „Vrouwenarbeid" aldus spreekster, dan ook in de eerste plaats uitgaan van de positie der vrouw in de maatschappij als vrouw, om dan te komen tot besprekingen en overpeinzingen van de vrouw als mensöh in de gemeenschap.

In 4 a 5 bijeenkomsten zullen de volgende punten behandeld worden:

1. Wat is vrouwenarbeid ?

2. Arbeid voor de vrouw in het algemeen.

3. Arbeid voor de ongehuwde vrouw.

4. Arbeid voor de gehuwde vrouw.

5. Is vrouwenarbeid de of één van de oorzaken van het verminderen der huwelijken ?

6. Beperking van vrouwenarbeid. Voorstel van Minister Romme in Nederland.

7. De oppositie hiertegen.

8. „De Vrouwenbeweging en het Arbeidsvraagstuk der Vrouw1", door Mevrouw A. E. Talens - Ebbens.

Op de eerste bijeenkomst werden de eerste 3 punten nader in beschouwing genomen.

Voordat wij verder de mogelijk- en wenschelij'kheden van vrouwenarbeid, alsmede het reölit van de vrouw op arbeid in oogenschouw gaan nemen, al¬

dus spreekster, willen wij eerst eens gaan zien wat eigenlijk vrouwenarbeid is.

De vrouw moet zich bepalen tot de vrouwelijke beroepen, beweert men tegenwoordig vaak, maar heeft men over dit begrip weieens goed doorgedacht ? Wat is een vrouwelijk 'beroep en wat behoort er alzoo tot de vrouwelijke beroepen ? Alles wat betrekking heeft op de huishouding, pleegt men dikwijls te zeggen.

Ja, vroeger ging deze redeneering grootendeels op en werd bijna alles wat er voor het dagelijlksch onderhoud noodig was: kleeding, levensmiddelen enz. in de huishouding door de vrouwen zelf vervaardigd.

De mechanisatie bracht hierin groote verandering en veel van wat vroeger specifiek VROUWEN-arbeid was, werd nu MANNEN- en VROUWEN-werk. Het spinnen en weven, vroeger geheel door vrouwen thuis gedaan, verhuisde naar de fabrieken en werd, grootendeels in de beter betaalde betrekkingen, MANNEN-<werk. Het conserveer en van vrudhten en groenten, eertijlds het werk van de huisvrouw, werd ook grootendeels MANNEN-weik in de fabrieken. En zoo ging het vervolgens met de wasch, vroeger een wekelijksche, /veertiendaagsohe of maandelijksche ceremonie in de huishouding, waaraan heel wat ten offer gebracht moest worden door de huisvrouw en haar dochters. Met het vervaardigen van de kleeding ging het denzelfden weg op. Droeg men vroeger kleederen van door d'e huisvrouw zelf gesponnen en geweven stoffen en geheel door haar met veel zorg genaaid, thans gebeurt ook dit veel in fabrieken en werkplaatsen, waar ook vele mannen een goed bestaan vinden.

Zelfs wordt in sommige gezinnen het dlagelijksche eten niet meer thuis gekookt. Het brood wordt in bakkerijen gebakken door mannen, vroeger deed ook iedere huisvrouw dit zelf voor haar gezin. Men ziet, dat veel werk, vroeger uitsluitend door vrouwen gedaan, nu mannenwerk is geworden, en daarom zou men met meer recht kunnen zeggen, dat de mannen de vrouwen het werk uit de handen genomen hebben, dan omgekeerd, zooals men tegenwoordig zoo graag doet, wanneer men de vrouw de schuld wil geven van de werkloosheid onder de mannen.