is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 5, 1910, no 12, 30-12-1910

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10 Augustus 1909) bracht voor de Arbeidsinspectie een gansche reeks bemoeiingen, die noodzakelijk den voorrang boven andere werkzaamheden hadden. In het bijzonder voor werkzaamheden, die buiten fabrieken en werkplaatsen worden verricht, zullen de verbodsbepalingen gehandhaafd moeten worden door de ambtenaren der politie, daar hiervoor een voortdurend toezicht op straat en langs de wegen wordt vereischt. Daarom is, door bemiddeling van de Ministers van Binnenlandsche Zaken en Justitie, door den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, de uitvaardiging van een politieblad verkregen, waarin de bijzondere aandacht van de ambtenaren, zoowel der Rijkspolitie als der Gemeentepolitie, werd gevestigd op de bepalingen van het K. B. van 10 Augustus 1909 (Stbl. 290 — Arbeidsbesluit), op welker naleving die ambtenaren nauwkeurig toezicht zullen behooren uit te oefenen. Bovendien heeft in verschillende grootere gemeenten overleg plaats gehad tusschen de Inspectie en het hoofd der Gemeentepolitie om het toezicht nader te regelen. Voor de controle binnen fabrieken en werkplaatsen zal in hoofdzaak de Arbeidsinspectie moeten optreden.

Waar te voorzien was, dat van de gelegenheid om vrijstellingen te verleenen een ruim gebruik gemaakt zou moeten worden, ten einde aan vele hoofden van kleine bedrijven den tijd te laten zich naar de nieuwe voorschriften in te richten, waardoor deze dus niet tot ontslag van beschermde personen zouden behoeven over te gaan, werd door den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel aan de districtshoofden de bevoegdheid gegeven om voor verschillende bepalingen en onder aangewezen voorwaarden namens hem de vrijstelling te verleenen.

Ofschoon begrijpelijkerwijze de voorbereiding van het hiervoor genoemde veel tijd van de 4 maanden, gedurende welkende nieuwe bepalingen in 1909 golden, in beslag genomen heeft, dus over de werking en handhaving van een en ander eerst in het verslag over 1910 uitvoeriger kan worden geschreven, deelt het verslag voor verschillende onderwerpen mede, wat reeds in 1909 is geschied.

Verschillende werkgevers (als eigenaren van wasscherijen, steenhouwerijen, electrische installateurs, hoofden van scheepswerven, metaalslijperijen, letterzetterijen en boekdrukkerijen, katoenweverijen, dakpannenfabrieken en pannenbakkerijen) werden door de districtshoofden bij circulaire op de nieuwe bepalingen gewezen.

Met het oog op de bestrijding der gevaren verbonden aan giftige verfstoffen was het gewenscht, dat alle inrichtingen, waar in den regel vergiftige verf wordt aangemengd, bewerkt of gebruikt, aan de inspectie bekend waren. Daarom is hiervoor een bijzondere opsporing geschied. Ook naar de werklokalen, waar de lucht verontreinigd kan worden door stof, ontstaande bij het bronzen in een letterof steendrukkerij, een lijstenmakerij of in een ander bedrijf, werd een onderzoek ingesteld. Een groep werklokalen, die voor de toepassing der nieuwe bepalingen van bijzonder belang geacht moeten worden, zijn de letterzetterijen en drukkerijen. Voor Amsterdam zijn de inrichtingen voor diamantbewerking van een bijzondere beteekenis.

Het verbod van vrouwenarbeid in deze werkplaatsen bleek vooral op de ZuidHollandsche eilanden, en eenigermate ook in Zeeland en den westhoek van NoordBrabant bezwaren op te leveren, zoodat het noodig was dit punt uitvoerig na te gaan. Het hoofd van het 2de district bericht hierover:

In de provincie Zeeland vormen Dreischor en Nieuwerkerk de groote centra voor de vlasserijen. Te Dreischor zijn ongeveer een zeventigtal vlassers, die in combinatie werken en sedert lang geen vrouwenarbeid in hunne vlasserijen deden verrichten. 56 vlasserijen, alle gelegen buiten die gemeente, zijn getroffen door de bepaling van artikel 26 van het nieuwe Arbeidsbesluit en hieronder zijn weer 42 die het zwaarst getroffen worden, omdat ze de kleinste zijn, (ze werken slechts met één zwingelmolen; de man is het bedrijfshoofd, vrouw of dochter verleenen kostelooze hulp). Deze 42 kleine vlasserijen verwerken vermoedelijk 100 gemeten vlas, die worden verwerkt tot 35 000 binden (bossen vlas). Per bind verdiende een vrouwelijk persoon 1 cent, zoodat hier dus een totaal van verdiensten is van f 350. Bij de andere kleinere inrichtingen zouden de nu ontstane hoogere kosten op f 220 geschat kunnen worden, zoodat dus het armste deel der bevolking nu een bedrag van f 570 moet uitgeven, omdat ze hun eigen werkkrachten niet meer mogen gebruiken. Er zijn enkele gezinnen, waarvan de dochters hulp bij andere vlassers gingen verleenen. Bij een dezer, waarvan 3 dochters uit vlassen gingen, bedraagt de derving der verdiensten f 4,50 per week voor ongeveer 20 weken. In de vlassersgezinnen schijnen de dochters veelal bij de ouders te blijven. Men laat de meisjes liever niet naar de stad gaan als