is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 1, 01-02-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleinere werklokalen zelden voor. Al kan geconstateerd worden, dat de verlichting in fabrieken en werklokalen geregeld verbetering ondergaat, zoo was toch nog meermalen een achterstand op dit gebied waar te nemen.

Met het oog op het voorkomen van brand en van ongevallen bij brand moest, evenals in vorige jaren, nog herhaaldelijk in bakkerijen geëischt worden, dat houtwerk bij ovens werd weggenomen. Bijzondere aandacht werd ook gewijd aan ontploffingsgevaar. In alle districten moest meermalen op het aanwezig zijn van brandbluschmiddelen worden aangedrongen. Ook de eischen tot ontvluchting bij brand vergen een voortdurenden zorg van de inspectie.

Bijna alle districtshoofden wijzen er op, dat onder arbeiders een groote aandrang bestaat naar behoorlijke schaft- en kleedlokalen. Nog zeer veel aandacht eischt de inrichting en de zorg voor het rein houden der privaten, ofschoon er voortdurend verbetering in dit opzicht te constateeren valt. Vooral in kleinere werkplaatsen laat de algemeene zindelijkheid van vloeren, muren, zolderingen enz. dikwijls te wenschen over. Bij ernstige vervuiling kan zulks natuurlijk bij inspectiebezoek geconstateerd worden. Herhaaldelijk werd dan ook reiniging voorgeschreven, b.v. in het district Amsterdam niet minder dan 62 maal. Bovendien kwamen er meermalen klachten in over gebrekkige reinheid in het bijzonder ook van drukkerijen.

Van grootere beteekenis was de bemoeiing der inspectie met wasch- en badgelegenheden. Over het algemeen is er op dit gebied een belangrijke vooruitgang te constateeren, die te heugelijker is omdat toenemende zindelijkheid bij de arbeiders getuigt van verdwijnende onverschilligheid voor hygiënische maatregelen. Er werden door de inspectie verschillende voorschriften voor het aanbrengen van waschgelegenheden gegeven; bovendien werd vaak ook met kracht op een doelmatiger inrichting aangedrongen.

Met voldoening kan geconstateerd worden, dat ook over 1909 talrijke mededeelingen gedaan kunnen worden over belangrijke installaties die in allerlei bedrijven zijn aangebracht om de verspreiding van schadelijke dampen, gassen en stof tegen te gaan. Toch blijft van kracht wat reeds in het vorig Centraal Verslag werd geschreven over de slechte resultaten die bereikt worden, wanneer onervarenen met het maken van dergelijke installaties belast worden. Dikwijls toch is de uitkomst zeer onbevredigend en wordt het bezwaar van stof of damp zoo goed als niet opgeheven. Bovendien wordt vaak een gebrekkige afzuiging verkregen ten koste van veel meer krachtsverbruik dan noodig is. Wanneer dan al de kosten der aanschaffing geringer zijn, zoo wordt dit voordeel geheel opgeheven door de duurdere exploitatiekosten. Verschillende districtshoofden deelen hiervan sprekende voorbeelden mede

Voorts blijkt, dat talrijke voorschriften ter voorkoming van ongevallen voor de meest verscheiden onderwerpen werden gegeven. De 12 502 aanwijzingen en voorschriften over het jaar 1909 betreffen voor het meerendeel beveiligingen. Dikwijls zijn deze van eenvoudigen aard, doordat voor allerlei gevaarlijke bewegende deelen beschuttingen worden aangebracht om onwillekeurige aanraking ermede te voorkomen. Ofschoon nu reeds, sedert verscheidene jaren, de bestuurders van fabrieken en werkplaatsen er op gewezen zijn, dat deze eenvoudige beschuttingen aanwezig moeten zijn, blijft een voortdurend toezicht noodzakelijk; nu eens blijft bij nieuwe of vergroote installaties de beveiliging achterwege, dan weder worden bestaande beschuttingen verwaarloosd of weggenomen.

Moeilijker is de taak der inspectie voor de verschillende veiligheidsinrichtingen, die aan werktuigen of toestellen aangebracht zijn, om tijdens het gebruik daarvan ongevallen te voorkomen. Uiteraard lieten deze veiligheidsinrichtingen in den beginne te wenschen over, doordat zij het werk eenigszins bemoeilijkten of wel ei'schten, dat er eenige verandering in de gebruikelijke werkwijze werd gebracht. Daardoor toch moest de ervaring leeren, op welke wijze in deze inrichtingen technische verbeteringen gebracht konden worden, en hoe het gebruik ervan door de arbeiders bevorderd kon worden. Ten opzichte hiervan is te constateeren, dat ontwikkeling der techniek een geregelden vooruitgang doet zien in het gebruik van inrichtingen, die in het bijzonder voor de veiligheid der arbeiders zijn uitgedacht. Ook de werkzaamheden van den electrotechnisch ingenieur betroffen grootendeels beveiliging tegen ongevallen.

Vooral met het oog op een dreigende uitbreiding der cholera is door de inspectie zoo krachtig mogelijk het optreden van andere autoriteiten gesteund om het drinken van rivierwater tegen te gaan. In het bijzonder zijn alle beetwortelsuikerfabrieken en andere langs de rivieren gelegen fabrieken nagegaan, om te zorgen,