is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 2, 28-02-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loonen in het buitenland de reden van vermeerdering in de afgifte der bewijzen door een 15-tal burgemeesters. Voldoende vraag naar werkkrachten was reden van vermindering in de afgifte der bewijzen door één burgemeester verstrekt.

Door den Commissaris der Koningin in de provincie Drenthe werden in Januari 1911 233 nationaliteitsbewijzen uitgereikt, d. i. 29 meer dan in dezelfde maand van het vorige jaar. 216 bewijzen werden uitgereikt aan personen, die in het buitenland een werkkring vonden of zochten; van dezen hadden 126 hier te lande wel werk, 90 geen werk. 87 bewijzen werden uitgereikt aan personen, die naar het buitenland vertrokken met de zekerheid aldaar werk te krijgen. Hiervan zouden o. a. 24 worden geplaatst als grondwerker en 37 bij den aanleg van spoorwegen, bij huizenbouw of mijnexploitatie. 146 personen vertrokken naar het buitenland zonder de zekerheid te hebben aldaar werk te zullen vinden. 56 bewijzen werden uitgereikt aan personen, voor wie de hier te lande bestaande werkloosheid reden was, om zich naar het buitenland te begeven en 152 bewijzen werden verstrekt aan personen, die als reden van vertrek opgaven de hoogere loonen in het buitenland; 8 personen vertrokken om andere redenen. Van de 233 personen, aan wie in Januari 1911 nationaliteitsbewijzen werden verstrekt, oefenden o. a. 50 het beroep uit van veenarbeider en 119 dat van landarbeider. Alle personen vertrokken naar Duitschland.

Ongevalsaangifïen. Het aantal aangiften van ongevallen, in Januari 1904 3 630 bedragende, is in dezelfde maand van volgende jaren gestegen tot 5 562 in Januari 1908. In Januari 1911 bedroeg het aantal aangiften 5 688 tegen 5 080 in dezelfde maand van 1910, dus een vermeerdering van 608. Het aantal aangiften in Januari 1911 was 232 minder dan in de voorafgaande maand.

Rijksmiddelen. In de tabellen is opgenomen het overzicht van de opbrengst der Rijksmiddelen over de maanden Januari 1911 en Januari 1910.

De totale opbrengst in de maand Januari 1911 en Januari 1910 resp. f 12 530 419,17 en f 11 597 013,45 bedragende bleef met resp. f 2 118 739,09 en f 2 883 426,46 beneden het '/,2 der ramingen in de jaren 1911 en 1910. In Januari 1911 werd f 933 405,72 meer ontvangen dan in dezelfde maand van het vorige jaar.

De meerdere opbrengst der invoerrechten, der posterijen, der Rijkstelegrafen en der loodsgelden wijst op een toeneming der algemeene welvaart. De meerdere opbrengst van den accijns op suiker kan voor een deel worden toegeschreven aan het feit, dat Januari 1911 één Zaterdag (op dien dag wordt deze accijns verrekend) meer telde dan Januari 1910.

De opbrengst van den accijns op gedistilleerd was in Januari 1911 veel hooger dan in dezelfde maand van 1910: in December 1909 toch was met het oog op de verhooging van den accijns welke 1 Januari 1910 zou intreden buitengewoon veel veraccijnsd. De bij voortduring hooge veeprijzen brachten een meerdere opbrengst van het geslacht mede.

Rijkspostspaarbank. Januari 1911. Het bedrag der gezamenlijke inlagen was f 7 651 159,795 of f 70 080,51 meer dan in de overeenkomstige maand van het vorige jaar. Het bedrag der terugbetalingen beliep f 6 837 052,905 of f 250 681,67 meer dan in Januari 1910. In den loop der maand werden afgegeven 15 128 spaarbankboekjes en 402 staatsschuldboekjes (resp. 15 293 en 396 in Januari 1910). Afbetaald werden in den loop der maand 7 642 spaarbankboekjes en 154 staatsschuldboekjes (resp. 5 942 en 123 in Januari 1910). Op het einde der maand waren in omloop 1517 519 spaarbank- en 15 895 staatsschuldboekjes (resp. 1 471 966 en 12 695 op uit. Januari 1910). Het saldo tegoed per inlegger beliep f 106,16 ') (f 109,64 2) in Januari 1910).

Het aantal op het einde der maand in omloop zijnde staangeldboekjes bedroeg 5 111 (5 125 einde December 1910). Het grootste aantal bevond zich in Noord-Holland, n.1. 3 255, daarop volgt Zuid-Holland met 1 175, Gelderland met 177, Overijssel met 162, Limburg met 127, Utrecht met 78, Noord-Brabant met 71, Groningen met 24, Drenthe met 20, Friesland met 15 en Zeeland met 7.

Het aantal in den loop der maand nieuw afgegeven staangeldboekjes bedroeg 62

]) Hieronder nog niet begrepen de over 1910 bijgeschreven rente. 2) Hieronder begrepen de over 1909 bij te schrijven rente.