is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 2, 28-02-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de daling van het aantal dezer geschillen slechts zeer gering was (van 290 tot 269). Van de in 1910 voorgekomen stakingen eindigden 140 geheel en 40 gedeeltelijk ten gunste der werklieden, de overige C/3 van het totaal aantal) te hunnen nadeele.

Spanje. (Espagne.) Vierde kwartaal 1910.') Aantal stakingen, waarvan gedurende het vierde kwartaal van 1910 bericht ontvangen werd: 77. Het volgend overzicht omvat 41 stakingen van verschillenden datum. Van deze begon(nen) 2 in Februari, 1 in Maart, 2 in April, 1 in Mei, 3 in Juni, 6 in Juli, 10 in Augustus, 8 in September, 7 in October en 1 in November 1910, en eindigde(n) 3 in Maart, 1 in April, 3 in Juni, 4 in Juli, 9 in Augustus, 8 in September, 9 in October en 1 in November. Van 3 stakingen is niet bekend wanneer zij eindigden. Verdeeling der stakingen naar de bedrijven: bereiding van voedingsmiddelen 2, bouwbedrijven 7, houtbewerking 3, metaalbewerking 7, mijnbouw 4, transportbedrijf 10, kleedingindustrie 2, textielnijverheid 2, overige bedrijven 4. Aantal direct betrokken werklieden 2 732 (2 557 mannen en 175 vrouwen). Aantal werklieden, in de door staking getroffen ondernemingen werkzaam, 4 408 (4 183 mannen en 225 vrouwen). 17 stakingen waren van offensieven, 24 van defensieven aard. Bij 11 van de offensieve stakingen ging het om loonsverhooging en bij 4 om ontslag van ongeorganiseerden. De defensieve stakingen zijn naar de oorzaken of eischen als volgt te verdeelen: uitvoering van het arbeidscontract 3, regeling der arbeidsvoorwaarden 6, invoering van stukwerk 2, uitbetaling van het loon 2, wederindienstneming van ontslagen werklieden 3, erkenning van het vereenigingsrecht 3, andere oorzaken 5. Aantal tengevolge der geschillen verloren arbeidsdagen: 308. Verlies der patroons bij 8 stakingen: 115 350 pesetas, der werklieden bij 34 stakingen: 27 398,50 pesetas. Afloop: geheel ten gunste der werklieden 16, gedeeltelijk te hunnen gunste 11, te hunnen nadeele 14. Geëindigd zijn door tusschenkomst van burgerlijke autoriteiten 16 stakingen, van „plaatselijke commissies voor sociale hervormingen" 1 staking, van verzoeningsraden 4 stakingen, door arbitrage 1 staking, door directe onderhandelingen tusschen patroons en werklieden 5 stakingen, tusschen patroons en een vakvereeniging 10 stakingen, tusschen organisaties van patroons en van werklieden 2 stakingen en zonder tusschenkomst 2 stakingen.

Overige mededeelingen van sociaaI=economischen aard.

(Autres renseignements d'un caractère social-économique.)

Denemarken.

(Danemark.)

De vakvereenigingen van werklieden in 1909. 2)

(Les syndicats ouvriers en 1909.)

In 1909 bestonden in Denemarken 1 468 vakvereenigingen met 120195 leden, waarvan 1 252 met 98 643 leden aangesloten waren bij „De samvirkende Fagforbund". Aan werkloozen en voor reisgeld werd door de vereenigingen en haar werkloozenkassen resp. 96920 en 1251 110 Kr. uitgekeerd (waarvan resp. 84 596 en 1 064 501 Kr. door de'vereenigingen en haar werkloozenkassen, welke waren aangesloten bij den genoemden bond). De uitkeeringer* aan zieken, gewonden enz. beliepen in totaal 203 512 Kr., waarvan 166 431 Kr. door de bij „De samvirkende Fagforbund" aangesloten organisaties. Aan stakers en uitgeslotenen werd in 1909 963 239 Kr. uitgekeerd, waarvan 843 353 aan Zweedsche arbeiders. Het gezamenlijk kapitaal der organisaties beliep in 1909 3 519 959 Kr.

De werkloozenfondsen in 1909—1910. 3)

(Les caisses de chömage 1909—1910.)

Blijkens het onlangs verschenen rapport van den Inspecteur, belast met het toezicht op de werkloozenfondsen, waarop de wet van 9 April 19074) toepasselijk

') Boletin del Instituto de Reformas Sociales van Januari 1911.

2) Statistisk Aarbog 1910.

3) Statistisk Aarbog 1910 en Labour Qazette van Februari 1911. Zie afl. 3, 1910, bladz. 297.