is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 4, 30-04-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aantal gehuwde Aantal | Aof driften1' Aantal

vrouwen weduwen vrouwen ongen. moeders

.2^0 ®§© . Lsj'gó . §3© •l.g'fó . I © §.® • '-2 "2 ó l®S.2 -

—- C — . • ^ d '7* ïh fl -O ^ ^ 7t T — ^ > Cw p M 5 *© s-«

II c I |»i! II fi s || c a pin l| B § lill

•S-gfl® >gC| o-S c® > ^ s I -S-8 §® > fl c I .s-s |® > fl c I sggc §l^o §28A §f •«:§S2fll§srBlSigi§!.g

- O s © •"1 o -2 © ©o© © .£ o © © © o.2 © o©-< o o

-C M P* > G^O rS M 0*M ÉX P> a-.fi *3 ^5 O. > ficfi T3 ^

O O O O O O OiO

Het Rijk -1,37 9,51 0,25 1,79 0,07 0,51 0,06 0,48

Limburg 2,72 20,43 0,46 3,47 0,04 0,37 0,14 1,06

Noordbrabant 1,02 8,05 0,15 1,22 0,02 0,23 0,08 0,61

Zeeland 0,1-8 5,37 0,01 0,41 0,01 0,41 0,01 0,41

Zuid-Holland 1,27 8,12 0,30 1,91 0,13 0,86 0,08 0,51

Noord-Holland 0,79 5,13 0,18 1,16 0,05 0,35 0,05

Utrecht 1,75 12,04 0,19 1,37 0,09 0,66 0,05 0,40

Gelderland 1,60 25,7 0,29 4,76 0,07 1,06 0,11 1,72

Overijssel 2,79 11,46 0,46 1,87 0,09 0,38 0,10 0,43

Drenthe 0,93 5,58 0,83 4,81 0,30 1,73 0,10 0,61

Groningen 0,26 2,57 0,05 0,50 0,02 0,21 0,06 0,63

Friesland 1,18 9,16 0,16 1,25

arbeid dien de gehuwde vrouw in de verschillende soorten van fabrieken en werkplaatsen verricht, kan een juist beeld geven van den bestaanden toestand. Medegedeeld is, hoe het staat met de loonen en de werktijden.

Hoofdstuk III behandelt den invloed van den fabrieksarbeid op de gezondheid der gehuwde vrouw. In het vierde hoofdstuk wordt medegedeeld, wat voor beteekenis de fabrieksarbeid heeft voor het gezinsleven, terwijl een afzonderlijk hoofdstuk is gewijd aan de gevolgen, die haar fabrieksarbeid heeft voor het nageslacht, waarna in het zesde en laatste hoofdstuk de slotsom van het geheele onderzoek is opgemaakt. Hierin wordt medegedeeld, dat de eigenlijke fabrieksarbeid der gehuwde vrouwen in Nederland niet veelvuldig voorkomt; de gehuwde vrouw uit de arbeidersklasse wijdt zich in het algemeen aan den arbeid in het huisgezin en zoekt zoo noodig bijverdienste in ongeregelden arbeid buiten fabriek en werkplaats of in huis-industrie. Met uitzondering van enkele industriëele centra gaat de gehuwde vrouw alleen dan naar de fabriek, wanneer de nood in het gezin er toe dwingt. Dwang van de zijde van den werkgever, bij wien de man in dienst is, komt alleen voor op steenfabrieken en minder direct ook op kaas{sbrickcn.

De bedoelde industriëele centra zijn Maastricht, Eindhoven en Twente. Deze vertoonen ten aanzien van den fabrieksarbeid der gehuwde vrouw een geheel ander beeld dan het overige Nederland.

Het aantal gehuwde fabrieksarbeidsters is zoowel ten opzichte van het totaal vrouwelijke personeel als ten opzichte van alle industriëele arbeiders van uiterst weinig beteekenis. Dit geldt ook voor plaatsen, waar het niet aan industriëele inrichtingen ontbreekt bijv. de Langstraat (waar slechts 3 gehuwde vrouwen werken), Dordrecht (8), Delft waar ééne en de Zaanstreek, waar slechts 2 gehuwde 'arbeidsters zijn. De huisvrouw gaat in het algemeen eerst over tot het opgeven van haar voor het gezin zoo belangrijke functie, wanneer het om financiëele redenen onvermijdelijk is. Op de fabrieken vindt zij dan nog niet gemakkelijk een plaats, omdat men daar geen werkkrachten voor halve dagen wil, zelfs ongaarne een gering verzuim toestaat. De zeer vele gehuwden, die het werk alleen zoeken, omdat de nood haar dwingt, moeten dan wel iets aanpakken, waar anderen voor bedanken, te meer daar zij aan de plaats harer inwoning gebonden zijn. De meeste vrouwen missen bovendien vakbekwaamheid en zijn in haar aanbod beperkt tot den meest ongeschoolden arbeid. Een groot deel werkt dan ook slechts in seizoenarbeid (plm. 2 000 van 5 470) — cönservenfabrieken, garnalenpellen, haringspeten, steenfabrieken, suikerfabrieken — of als waschvrouw. Slechts enkelen worden om hare bijzondere geschiktheid als opzichteres, coupeuse e.d. door een werkgever voor zijn bedrijf begeerd.

In Maastricht, Winterswijk en Twente (met uitzondering van Hengelo) en in iets mindere mate te Eindhoven is het daarentegen een veel voorkomend verschijnsel, dat een fabrieksarbeidster, die in het huwelijk treedt, eenvoudig op de fabriek blijft en daar ook heel gauw na de geboorte van een kind weer terugkeert, ook al verdient de man 'het in de plaats normale loon. De zorg voor de