is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 6, 30-06-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 kassier, en aan 't hoofd van 't bedrijf een z.g. disponent (Directeur) en een plaatsvervangend disponent.

Het geheele bedrijf is geschoeid op de leest van 't grootbedrijf. Zoo worden b.v. zuidvruchten, koloniale waren enz. direct betrokken uit de pakhuizen van Triest, in de Grieksche en Italiaansche handelsplaatsen. De inventaris is daarom in verhouding tot den 'grooten omzet betrekkelijk gering. Zoo bleek uit de balans van 't boekjaar 1907, dat bij een omzet van 2\h millioen kronen een inventaris van 139 000 kronen aanwezig was.

't Aandeelenkapitaal bedraagt 105 000 kronen, waarop gestort 61000 kronen, 't Reservefonds is reeds 10 000 kronen groot en 't afgeloopen boekjaar gaf 12 000 kronen netto winst. Ook heeft deze vereeniging een kapitaal van 125 000 kronen als bedrijfskapitaal in het „Keizer Franz Jozef Jubileumsfonds" te Praag, tegen een vaste rente van 4 pCt. Deze cijfers hebben echter alle betrekking op 't jaar 1907. Men verzekerde den enquêteurs, dat de cijfers voor 1908 beduidend hooger zouden zijn.

VI. De geweermakers te Ferlach. De eens bloeiende geweerindustrie te Ferlach was 20 jaar geleden door concurrentie van 't grootbedrijf totaal ten gronde gericht. Toen kwam de morgenwind 't zaad van 't coöperatieve middenstandsvereenigingsleven overbrengen. Gevolg is, dat men daar nu vereenigd vindt de verschillende vormen van middenstands-coöperatie, coöperatieve vereeniging voor aankoop van grondstoffen, de gemeenschappelijke werkplaats, de productiecoöperatie en 't gemeenschappelijk verkooplokaal, bovendien een spaarkas en bank voor ouderdomsverzekering.

Voor 20 jaar konden zij hun werkvolk hoogstens 2 kronen per dag betalen, nu geven ze weekloonen van gemiddeld 30 kronen. De Gewerbeförderungsdienst onderzocht de zaak, waardoor bleek, dat de ouderwetsche wijze van uitoefenen van 't bedrijf hoofdoorzaak was van dien achteruitgang. Voor werk, dat door een kleine machine met electromotor in een uur verricht wordt, hadden zij bij handenarbeid eenige dagen noodig. Ook heerschte er een eigenaardige verdeeling van het werk. Sommige patroons deden niets dan rein staal tot geweerloopen maken, andere hadden slechts die geweerloopen uit te hollen, enz. enz. In dezen modernen tijd moest zulk een arbeid ten onder gaan.

Rijk, land en gemeente wedijverden nu met elkaar om in dezen toestand verbetering te brengen. Men ging uit van 't principe, dat er aanleiding was om deze klein-industrie van staatswege te steunen, omdat de beoefenaren daarvan bij bloei van hun bedrijf aan de geheele omgeving welvaart bezorgden. Toch kon de Staat hier niet als werkgever optreden, zooals bij de schoenmakers, omdat men te Ferlach alleen jachtgeweren maakte, 't Is echter van groot belang te zien op welke wijze de regeering hier helpend optrad. De regeeringsambtenaren, die deze zaak moesten behartigen, bemerkten dat de vakkennis der geweermakers slechts voldoende was voor de ouderwetsche beoefening van 't vak, maar te kort schoot, nu de werkmethode met machines in toepassing zou worden gebracht. Nu werd een vakschool voor de patroons opgericht, waar zij vertrouwd werden gemaakt met 't behandelen der nieuwe machines en 't zoo economisch mogelijk uitoefenen van hun bedrijf.

De eerste coöperatieve vereeniging, welke nu ontstond, was die voor 't vervaardigen langs machinalen weg van het ijzer tot stalen geweerloopen, z. g. halffabrikaat. Dit bracht al aanstonds verbetering te weeg. Toen daarna een Machinen-Genossenschaft werd opgericht, kon men in een — zij 't ook primitief ingericht — gebouw eenige moderne machines plaatsen, waarmede de loopen werden uitgehold. Zoo ging 't achtereenvolgens met alle verschillende onderdeelen van 't vak, zoodat dezelfde menschen, die 15 a 20 jaar geleden den ondergang nabij waren, nu een ruim bestaan als onafhankelijke middenstanders hebben. Zij zijn nu door hun coöperatieve saamwerking en modern ingericht bedrijf in staat de concurrentie met 't grootbedrijf te voeren. Daarbij komt, dat de grootste kracht van den klein-industrieel tegen zijn grooten concurrent is de mogelijkheid om zich aan te passen aan de wenschen zijner klanten. Voor iemand, die ter jacht gaat, is het van veel belang, dat hij een geweer heeft dat hem past. Nu zijn de geweren, door 't grootbedrijf in den handel gebracht, wel in eenige lengtematen voorhanden, doch passend, naar maat dus, kan de groothandel ze niet leveren, en dat doen de geweermakers te Ferlach wel. Hierdoor hebben zij, onder gelijke omstandigheden, zooals beschikking over voldoend bedrijfskapitaal, hulp der moderne techniek, moderne wijze van verdeeling der waren, vakkundigen inkoop der grondstoffen, enz., een grooten voorsprong op 't grootbedrijf.