is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 7, 30-07-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frankrijk.

(France.)

De collectieve arbeidscontracten in 1910. ')

(Les contrats collectifs de travail en 1910.)

In 1910 werden 252 collectieve arbeidscontracten gesloten, n.1. 98 (38,9 pCt.) bij de bouwvakken enz., 27 bij de drukkersbedrijven en de papierindustrie, 22 bij den landbouw, 21 bij het transportbedrijf, 18 in de textielnijverheid en de kleedingindustrie, 13 bij den boschbouw, 12 bij den mijnbouw en de steengroeven, 11 bij de houtbewerking, 7 bij de leder- en huidenbewerking, 5 bij de bereiding van voedingsmiddelen, 5 bij de metaalindustrie, 5 bij de steen- en glasbewerking, 2 bij den handel, 1 bij de chemische nijverheid en 5 bij de groep „overige bedrijven."

Het aantal bij de contracten betrokken ondernemingen en werklieden kan niet met nauwkeurigheid opgegeven worden.

144 contracten (57 pCt.) kwamen tot stand na werkstaking, 108 zonder staking. Van de contracten waaraan een staking voorafging werden 73 (50,6 pCt.), en van die, waarbij dit niet het geval was, 8 (7,1 pCt.), gesloten na tusschenkomst van den vrederechter. Slechts 12 contracten staan blijkbaar in verband met vroegere overeenkomsten, die zij vervangen of wijzigen.

Tusschen vereenigingen van patroons en van werklieden werden 67 contracten gesloten (26,6 pCt.), tusschen patroons of groepen van patroons en werkliedenverenigingen 112 (44,4 pCt.) en tusschen patroons of groepen van patroons en groepen van werklieden 73 (29 pCt.).

120 contracten (47,6 pCt.) werden voor een bepaalden tijd gesloten, n.1. 6 voor korter dan een jaar, 23 voor 1—2 jaar, 15 voor 2—3 jaar, 19 voor 3—4 jaar, 16 voor 4—5 jaar en 38 voor 5 jaar. Drie contracten (in de bouwvakken) werden gesloten voor den duur der onder handen zijnde werkzaamheden. Voor 62 pCt. der overeenkomsten met bepaalden geldigheidsduur was deze dus 3 jaar of langer; 28 ervan (23 pCt.) kunnen stilzwijgend verlengd worden.

47 contracten (18,6 pCt.) regelen de arbitrage bij geschillen: 17 bij conflicten over de uitlegging van het contract en 36 bij alle mogelijke geschillen.

230 contracten (91,3 pCt.) stellen minimumloonen vast, 139 (55,1 pCt.) beperken den arbeidsduur, 110 (43,6 pCt.) regelen de vergoeding voor overwerk, 74 (29,4 pCt.) de wijze van loonbetaling, 73 (29,0 pCt.) de vergoeding voor verplaatsing, 57 (22,6 pCt.) de dagelijksche rusttijden, 43 (17,1 pCt.) den wekelijkschen rustdag, 41 (16,3 pCt.) het aannemen van werklieden; 25 (9.9 pCt.) beperken het aannemen van leerlingen, 22 (8,7 pCt.) regelen den opzeggingstermijn, 20 (7,9 pCt.) de vergoeding voor gevaarlijke werkzaamheden, 8 (3,2 pCt.) bevatten de bepaling dat de werkgever zich moet onderwerpen aan de ongevallenwet en 7 (2,8 pCt.) bepalingen nopens kortingen en boeten.

In 29 van de 41 contracten die het aannemen van werklieden regelen is bepaald, dat uitsluitend, in 12 dat bij voorkeur georganiseerde arbeiders in dienst genomen zullen worden.

In 89 van de 139 overeenkomsten die den arbeidsduur beperken wordt voor het geheele jaar een maximum-arbeidsduur voorgeschreven; deze bedraagt in

I geval 7 uur, in 4 gevallen 8 uur, in 8 gevallen 9 uur, in 53 gevallen 10 uur, in 18 gevallen 11 uur, in 4 gevallen 12 uur en in 1 geval 16 uur. In 59,5 pCt. van deze gevallen is de maximum-arbeidsduur dus vastgesteld op 10 uur, fn 74 pCt. op 10 uur of korter. In 30 contracten verandert de arbeidsduur met den tijd van het jaar; 5 maal wisselt hij tusschen 6 tot 8 uur, eenmaal tusschen 8 en 9 uur, 13 maal tusschen 8 en 10 uur, 3 maal tusschen 8 en 11 uur, 4 maal tusschen 9 en 10 uur, 3 maal tusschen 9 en 11 uur en eenmaal tusschen 10 en

II uur. Ten slotte regelen 20 contracten den arbeidsduur op andere wijze. In het algemeen is in 74,8 pCt. der gevallen, waarin de maximum-arbeidsduur geregeld is, deze op 10 uur of korter gesteld.

In 162 (64,3 pCt.) van de 230 contracten, waarin een minimumloon wordt vastgesteld, is dit een tijdloon (114 maal uurloon, 27 maal dagloon, 7 maal weekloon en 2 maal maandloon; in 12 contracten komen verschillende soorten van tijdloon tegelijk voor). 32 contracten bevatten uitsluitend stukloonen, terwijl 12 daarentegen stukwerk uitdrukkelijk verbieden. 36 overeenkomsten geven zoowel tijd- als stukloonen.

l) Bulletin de 1'Office du Travail van Mei 1911.