is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 7, 31-08-1911 [Bijlage]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en 1905 werd f 6,— (in October) of f 5,— en in het 4e kwartaal van 1905 f 6 50 per week verdiend.

Rijkswerken. Voor volwassen stucadoors bij rijkswerken was in 1899 het gemiddeld vastgesteld loon 20'/2 ets. per uur.

Gemeente- Het minimum-uurloon bedroeg voor bekwame stucadoors 23 ets Overigens bestekken, waren de bepalingen omtrent loon en arbeidsduur, op te nemen in de gemeentebestekken, voor deze werklieden dezelfde als voor timmerlieden. (Tot 1 anuari 1909 opgenomen in afl. 4, 1909, bijvoegsel, blz. 21.) Den 7en Juni 1910 werd het minimum-uurloon voor stucadoors op 25 ets. vastgesteld. Verdere wijzigingen zijn op blz. 20 vermeld.

Particuliere Door de witters wordt tegen uurloon gewerkt. Toeslagen (premies, winstwerken. aandeelen enz.) worden niet genoten. Overwerk komt zelden, nacht- en Zondagsarbeid niet voor. Voor overwerk wordt het gewone loon uitgekeerd; voor de extra-betaling van nacht- en Zondagsarbeid bestaat geen regeling. Noch'de kosten van de aanschaffing en het onderhoud der gereedschappen, noch die van kunstlicht komen ten laste der gezellen. Des Zaterdags wordt gewoonlijk (in drukke tijden niet altijd) 1 uur vroeger met den arbeid geëindigd.

Het gemiddeld uurloon bedroeg van 1902—1906 20 ets.') In de maanden Juli en Augustus van het jaar 1902 werd f 12,50 per week verdiend bij een arbeidsduur van 6 uur v.m. tot 7 uur n.m. met 2 uur rust- en schafttijd. In September bedroeg het weekloon f 10,80; de arbeidsdag begon 1 uur later en eindigde 1 uur vroeger dan in de vorige twee maanden en de duur van den rust- en schafttijd was >/2 uur korter. In het laatste kwartaal bedroegen de weekverdiensten f 7,— en liep de arbeidsdag van 8 uur v.m. tot 4 uur n.m. met 1 uur rust- en schafttijd In den zomer van 1903 werd f 11,— (2e kwartaal) of f 11,40 per week verdiend en resp. gewerkt van 6 of 7 uur v.m. tot 7 uur n.m. In het eerste kwartaal bedroeg het weekloon f 7,—, in October f 10,50 en in November en December f 8,50. De arbeidsdag liep in dezen winter van 8 uur v.m. tot 5 uur n.m., uitgezonderd in October toen 1 uur vroeger werd begonnen en 1 uur later werd geëindigd. In het jaar 1903 werd H/2 uur per dag geschaft, behalve in het eerste kwartaal toen de duur van den rust- en schafttijd 1 uur bedroeg. In den zomer van 1904 bedroeg het loon f 11,— per week; gewerkt werd van 6 uur v.m. tot 7 uur n m met 2 uur rust- en schafttijd. In het eerste kwartaal werd gearbeid tegen een weekloon van f 8,— bij een arbeidsduur van 8 uur v.m. tot 4</2 uur n.m. met l'/2 uur rust- en schafttijd. Het loon was in de eerste drie kwartalen van 1905 hetzelfde als in 1904 en in het 4e kwartaal werd f 10,50 (October) of f 8,50 per week verdiend. De arbeidsdag eindigde in den zomer van 1905 een uur vroeger dan in het voorgaande jaar, doch overigens onderging deze in de eerste drie kwartalen geen verandering. In het vierde kwartaal werd gewerkt van 6 uur v.m. tot 7 uur n.m. (October) of van 7 uur v.m. tot 6 uur n.m. met 2 uur rust- en schafttijd.

Het standaard-uurloon bedroeg in 1906 en 1907 21 ets. en het weekloon f 11,50 in den zomer, f 9,— in Januari, Februari, November en December, en f 9,50 in Maart en October. In deze jaren werd in den zomer evenals in 1905 gearbeid van 6 uur v.m. tot 6 uur n.m. met 2 uur rust- en schafttijd en in den winter van 7'/2 uur v.m. (Januari, Februari, November en December) of 7 uur v.m. tot 5 uur n.m. In de wintermaanden was de duur van den rust- en schafttijd l'/2 uur per dag.

In 1908 daalde het uurloon van 21 op 20 ets. en bleef aldus in 1909; het gemiddeld weekloon was in den zomer f 12,— en in den winter f 9,60. In den zomer onderging de arbeidsdag geen verandering en in den winter werd met l'/2 uur rust- en schafttijd gewerkt van 71/., uur v.m. tot 5 uur n.m. Met ingang van 1 Juli 1910 werd het uurloon op 22 ets. gebracht. Het weekloon bedroeg nu f 13,20 in den zomer en f 10,56 in den winter. De arbeidsduur was dezelfde als in de vorige jaren.

Jeugdige werklieden verdienden gedurende de maanden Juli en Augustus van 1902 f 7,20 en in September f 6,— per week. In den zomer van 1903 t/m 1905 waren hunne weekverdiensten gewoonlijk f 5,50 (in het 3e kwartaal van 1905 f 5, ); in de maand October van 1903 en 1905 f 5,—, in de maanden November en December van dezelfde jaren en het eerste kwartaal van 1904 en 1905 f4,—.

J) Het tot uurloon herleide weekloon is volgens de betrokken Kamer vermoedelijk in de verschillende kwartalen van 1902—1906 niet steeds gelijk, daar in drukke tijden werkkrachten van elders werden aangenomen, die een hooger loon ontvingen, en ook, omdat de opgaven niet steeds door dezelfde patroons verstrekt werden. F