is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 10, 30-10-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkloos was (in Augustus 2,2 pCt. van 44 583 verzekerden), terwijl het gemiddeld aantal dagen werkloosheid per werklooze 5,6 bedroeg *) (in Augustus 5,7).

Het percentage der werkloozen was voor de provinciën Noord-Holland (3,1) en voor de gemeenten 's-Gravenhage (4) en Amsterdam (3,4) hooger dan voor het Rijk.

Het gemiddeld aantal dagen werkloosheid per week en per werklooze was in de provinciën Noord-Holland en Groningen 5,7, dus hooger dan het gemiddelde voor het geheele Rijk. In de gemeenten Leiden (6), Amsterdam (5,8), Utrecht en Groningen (5,7) was dit eveneens het geval.

Het grootste gemiddeld aantal werkloozen kwam voor in groep IV (bouwbedrijven), nl. 3,3 pCt. (2,8 in Augustus). In groep II (diamantbewerking) bedroeg het percentage werkloozen 3,2, tegen 5,1 in Augustus; in groep XXIV (vrije beroepen) 1,7, in Augustus 1,4; in groep XVII (bereiding van voedings- en genotmiddelen) 1,4, tegen 1,5 in Augustus; in groep III (drukkersbedrijven) 1,3 in Augustus 0,9; in groep VI (houtbewerking) 0,9, in Augustus 0,5; in de groepen XI, XII en XIII (metaalbewerking) 0,7, in Augustus 0,8; in groep IX (lederbewerking) 0,5, in Augustus 0,7; in groep XV (textielnijverheid) evenals in Augustus 0,4, terwijl o.a. in de groepen 1 (aardewerkfabricage) en X (mijnindustrie) geen werkloosheid voorkwam.

Ten aanzien van enkele bedrijfsgroepen afzonderlijk kan nog het volgende worden medegedeeld.

Groep III (Drukkersbedrijven). Terwijl het percentage der werkloozen dezer groep 1,3 was voor het geheele Rijk, was dit te Amsterdam en Haarlem 2,5, te Rotterdam 1,2, te Arnhem 1,1, te Leiden 0,9, te's-Gravenhage 0,8, te Nijmegen 0,5, te Groningen 0,3, te Utrecht 0,2, terwijl uit Tilburg bericht werd ontvangen dat er geen werkloosheid was.

Groep IV (Bouwbedrijven). Terwijl het percentage der werkloozen dezer groep 3,3 was voor het geheele Rijk, was dat voor de schilders 6, voor de loodgieters 5,1, voor de opperlieden 3, voor de metselaars 2,7, voor de timmerlieden 2,4. Alle vakken te zamen genomen was het percentage der werkloozen te 's-Gravenhage 7,2, te Amsterdam 6,1, te Utrecht 3,7 en te Rotterdam 3,6, dus hooger dan voor het geheele Rijk. Te Amsterdam werd dit o. a. veroorzaakt door de werkloosheid onder de schilders (13,9 pCt.). Te Tilburg heerschte geen werkloosheid.

Groep XI, XII, XIII (Metaalbewerking, enz.). De werkloosheid was o. a. te Amsterdam (1,5 pCt.) grooter dan over het geheele Rijk (0,7 pCt.).

Groep XVII (Bereiding van voedings- en genotmiddelen). De opgaven hebben betrekking op 5 949 verzekerde werklieden, waarvan 5 288 in de tabaksindustrie. Terwijl het percentage der werklooze sigarenmakers en tabaksbewerkers in het geheele Rijk 1,6 was, bedroeg dit te Amsterdam 5,3.

Gemiddeld per week is door alle organisaties f 658,86 aan ondersteuning wegens werkloosheid uitgekeerd. Het gemiddeld wekelijksch bedrag van den door de gemeentelijke werkloozenfondsen verstrekten bijslag blijkt uit de volgende cijfers:

Amersfoort1). . f — Leiden. . . . f 7,31s

Amsterdam . . » 132,785 Maastricht . . » 0

Arnhem ...» 15,25 Middelburg . . » 0

Bussum ... » 0,75 Nijmegen. . . » 4,83

Delft . ... » 10,235 Rotterdam . . » 20,125

Deventer » 0 Schoten')...» —

Dordrecht . . » 1,-— Tilburg ...» 3,13

's-Gravenhage2). » 44,675 (Jt recht ...» 5,705

Groningen . . » 3, — A laardingen » 0

Haarlem ...» 2,315 Zaandam ...» 0,75

Hilversum . . » 7,005 Zeist')....» — Leeuwarden . . » 0

') Dit fonds keert gedurende de zomermaanden niet uit.

2) Volgens nadere opgave bedroeg de gemiddelde wekelijksche bijslag over de maand Augustus f 31,44 (zie afl. 9, 1911, blz. 588).

*) Men houde hierbij in het oog dat vele organisaties niet nauwkeurig kunnen opgeven het aantal werklooze leden, noch het aantal dagen hunner werkloosheid, wanneer deze leden nog geen recht of geen recht meer op uitkeering kunnen doen gelden. Het percentage der werkloozen onder de verzekerde leden is dan ook als een minimum te beschouwen. Voorts denke men er aan dat de gemiddelde duur der werkloosheid per week wordt beïnvloed door het feit, dat de opgaven betreffende de diamantbewerkersslechts betrekking hebben op hen, die de geheele week werkloos waren. Het is voor de organisaties in de diamantindustrie niet mogelijk betrouwbare gegevens over de werkloosheid van minder dan 6 dagen per week te verstrekken.