is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 11, 30-11-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21 schepen (waaronder 4 Nederlandsche) 25 bezoeken af; op 13 schepen moesten één of meer, te zamen 19, aanmerkingen worden gemaakt. 15 van deze aanmerkingen betroffen alleen het schip, de overige het werkgeversmateriaal of de wijze van werken. De aanmerkingen, welke alleen betrekking hadden op het schip, betroffen 11 schepen. Op 75 pCt. van alle Nederlandsche schepen, welke bezocht werden, zijn aanmerkingen, het schip betreffende, gemaakt. Voor schepen van vreemde nationaliteit bedroegen de percentages: Deensche 100, Duitsche 44,44, Engelsche 33,33 en Zweedsche 66,67. Op het bezochte schip van Noorsche nationaliteit werden geen aanmerkingen gemaakt.

In 13 van de gevallen, waarin aanmerkingen waren gemaakt, werd direct of gedurende het verblijf in de haven voorzien, van de vroeger gemaakte werden 7 gecontroleerd, van welke in 5 gevallen de gewenschte verbetering werd aangebracht. Het aantal werklieden, tijdens de controle aan boord bevonden, bedroeg 613.

Rotterdam. — October 1911. Het aantal aan 281 bezochte schepen (waaronder 29 Nederlandsche) afgelegde bezoeken bedroeg 290. Op 126 schepen moesten één of meer, te zamen 272, aanmerkingen worden gemaakt. 218 van deze aanmerkingen betroffen alleen het schip en hadden betrekking op 103 schepen.

In deze maand werden op 17,24 pCt. van alle Nederlandsche schepen, welke bezocht werden, aanmerkingen het schip (scheepsmateriaal en tuigage) betreffende gemaakt. Voor schepen van vreemde nationaliteit was deze verhouding als volgt: Deensche 50, Duitsche 23,21, Engelsche 26,39, Fransche 57,14, Grieksche 50, Italiaansche 50, Noorsche 53,66, Oostenrijksche 20, Rumeensche 100, Spaansche 81,49 en Zweedsche 37,50. Op de schepen van Belgische en Russische nationaliteit werden geen aanmerkingen, het schip betreffende, gemaakt. Het aantal werklieden, tijdens de controle aan boord bevonden, bedroeg 16351.

Gedurende de maand October werden 268 aangiften (incl. 3 te Dordrecht) van ongevallen (waaronder 3 van ernstigen aard) ontvangen. De ongevallen werden veroorzaakt door: directe breuk van materiaal 1, val van last, gedeelte van last of gereedschap 98, val van personen gelijkvloers in ruim, op dek of aan wal 25, afstorten van personen in schip, lichter of van steiger 13, klemmen, stooten, snijden, enz. 109, klemmen en verwonden door stoomlieren en -kranen 2, uit leng, strop, tang of haak schieten van lasten 13 en bijzondere oorzaken (komen van vuil in 't oog, branden) 7.

Langdurige werktijden kwamen voor bij 16 schepen, waarvan 11 geladen met stukgoed, 1 met balken en 4 met steenkolen. Met inbegrip van rustpoozen werd 19 tot 36 uur gewerkt.

Gedurende deze maand werden geen zeeschepen in de haven van Dordrecht en geen binnenschepen in die van Rotterdam bezocht.

Nationaliteitsbewijzen. Gedurende de maand October 1911 werden door de Commissarissen der Koningin in het geheel uitgereikt 2 537 nationaliteitsbewijzen, d. i. 600 minder dan in de voorafgaande maand en 647 minder dan in dezelfde maand van het vorige jaar.

Door de Commissarissen der Koningin in de provinciën Gelderland, NoordHolland, Zeeland, Utrecht, Overijssel, Groningen en Limburg werd alleen van het getal der afgegeven nationaliteitsbewijzen mededeeling gedaan. De cijfers bedroegen voor deze provinciën resp. 565, 307, 42, 101, 169, 177 en 249, tegen resp. 647,350, 63, 161, 149, 270 en 289 in dezelfde maand van het vorige jaar.

Omtrent de vermoedelijke oorzaken van daling of stijging van het aantal uitgereikte bewijzen in de overige provinciën (zie afl. 2, 19Ö9, blz. 178) kan het volgende worden bericht. . .

Uit de mededeelingen van den Commissaris der Koningin in de provincie Noord-Brabant blijkt, dat in October j.1. werden uitgereikt 183 bewijzen van Nederlanderschap, d. i. 100 minder dan in October 1910. Van deze 183 afgegeven bewijzen werden er 60 uitgereikt aan personen, voor wie de hier bestaande werkloosheid de reden was om zich naar het buitenland te begeven; 23 bewijzen werden uitgereikt aan personen, die als oorzaak van vertrek opgaven de hoogere loonen in het buitenland en 43 aan personen, die verbetering van positie zochten. De overige 57 betroffen personen, die om andere redenen dan de hiervoren genoemde een bewijs hebben verzocht. Ongeveer alle bewijzen werden uitgereikt aan personen, die zich naar Duitschland wenschten te begeven.

Door den Commissaris der Koningin in Zuid-Holland werden in October j.1.