is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 11, 30-11-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kolommen 18 t/m 25 geven een overzicht van het aantal arbeidsdagen en het verzekerd loonbedrag, wanneer het geheele spoorwegbedrijf en de verspreide staatsbedrijven buiten beschouwing worden gelaten; deze toch werden in de kolommen 2 t/m 17 geteld bij de provincie of gemeente waar de administratie of het beheer gevoerd wordt. Voor Amsterdam, Utrecht en 's-Gravenhage maakt het een groot verschii of deze bedrijven medegerekend worden of niet.

Het aandeel der groote steden in het aantal arbeidsdagen zoowel als in het

verzekerde loon nam van 1904 op 1905 en 1906 toe, n.1. van 30,25 pCt. tot 30,77 pCt. en 31,13 pCt., resp. van 37,99 pCt. tot 39,14 pCt. en 39,49 pCt., terwijl de bevolking der groote steden in elk der jaren 1904, 1905 en 1906 bedroeg 23,03 pCt., 23,12 pCt. en 23,24 pCt. van de totale bevolking van Nederland.

Van de verdeeling der ondernemingen, werklieden, arbeidsdagen en loonbedragen over de 18.bedrijfsgroepen in 1905 en 1906 geeft Staat II een overzicht.

STAAT II.

Verdeeling van de ondernemingen, werklieden, arbeidsdag^ loonbedragen over de 18 bedrijfsgroepen (1905—1906).

(Les établissements, les oavriers, les jours de travail et d'après les IS groupes d'industries, 1905—1906.)

Aantal ondernemingen ~~| Aantal werklieden. || Aantal arbeidsdagen. ' Verzekerd loonbedrag. = =—

(Nombre des etablissements.) (Nombre des ouvriers.) I (Nombre des jours de travail.) (Salaire assuré.)

BEDRIJFSGROEPEN. —

W05 1906 1905 1906 1905 1906 1905 1906 GROUPES D'INDUSTRIES.

absoluut. in %. absoluut. in %. absoluut. in %. absoluut. in * kbsoluut. in %. absoluut. in %. absoluut. in %. absoluut. in %.

— — - 2 1 8 11 ~ 12 | 18 ~ U " 15 T' 16 | 17 18

Aardewerk, glaa, kalk IW» I.» l«t W» 3» 880 5,94 36 814 5,41 8 580 011 5,13 18 275 780,80 4,64 18 531988,71. 4,46 1 *

& ÏÏSXShó* 1078 ?'2 ,58 ,ÏJS m 'Jg >« «WW u. imiw u» miw m. . m " EgST"*""*

IV. ; 88285 805 „Jg ,88 ig.K ,8? 45818 >8? 4888! JiSn'Sag S

vT: Sï:trg~S. w„ki„s ''' Jffi Vit 5 S J'ï K S » "S S 5 £ ?■? 4468 m 8,67 7 508 667,85- 8,84 7,6.9 611,04- 3,78 * OtfifSSgl? —

m Kleedt;»„iSi.gwerkms: : : 5gt g; "£ $ gffi S S S 12«S SS'ISISSi S K? &

™: LltSK, — o«: : : : ?•§? ■ Atl ?g ?g fg }g H ?| S S $ ™: SSriSi,"'.10™'-

X. Oer, steenkolen, turf ! ] 276 1 65 1 310 1 62 21 687 S4Q 20 10? 8»» u fAll ï'of M? 2 981 383'58 1,13 3 129 896>88 1'11 IX" Cuir, toile cirée et caoutch.

XI. Bewerking yan metalen 6 747 8 73 6 876 s'öO 28 239 4*55 90 fm 8 li q qaa q ï! o29 4 554 821,835 1,72 4 707 200,315 '1,68 X. Minéral, houille et tourbe.

ö ' '' - ^5U 4>55 29 033 *'* *113 944 o,ll 8 377 878 5,00 11 759 084,185 4,44 12 240 002,345 4,36 XI. Travail de métaux.

XH. Stoomwerktoigeu 1 863 2,41 8 068 8,56 83 485 3,78 85 603 3,77 t 352 Jm„„ 4,„ 12 719 3mos. imu3am u0 ™ ~P="r, ia.tr».

m 8fetr.~::::::: 'Jg » « «ijs m »•« fS !Süüs » }•»»» muwhmi «> KjïïS*de"™*'

XV. Textiele nijverheid 1 054 1 37 1001 I I. . I, - [-1 ; j;:';1 '' ' ,! 1 ■' 3743984,78 1,41 3 951440,15 1,41 XIV. Papier, etc.

XVI. Gas en electriciteit 397 0 51 400 o'so 9 299 "MO 9 S90 2 010070 i'c5l 16 544 834,32 6,25 17 481 882,74 6,22 XV. Industrie textile.

XVII. Yoedings- en genotmiddelen. . . . 11 692 15*14 11931 I4V5 73 549 11*84 7n 1Ï7 11*07 |8 fijn Qn?l iq k?q iÏ'!a an S fF7 3?03 5 778 709,36 2,06 XVI. Fabr. de gaz et d'électricité.

XVIII. Handel en verkeerswezen. . . . . 16 920 21^90 18 468 22*84 137 847 2219 1S9 499 26^ oi^i qq S2 aco H 369,14 11,07 30 757 012,92 10,95 XVII. Fabrication d'aliments.

ib4ÜS 10,847 22,19 | 182 422 W ^063 406j 21,47j 38 666 068 23,10 Gé 619 456,80 24,40 71 741 980,286 25,55 XV11L Commerce, transport.

De geheele verzekerde industrie 77 253 100,00 80 876 100,001 621144 100,00 J 678 760 1°0'00 f8 G^6 040 100,00 167 397 63ojl00,00 264 802 807,02 100,00 280 799 765,84 Il00,00 Toute 1'industrie assurée.

Het percentage van het loon voor de bouwindustrie in het totale loon daalde in den loop der jaren 1903-1906 (21,25 pCt., 20,06 pCt, 19,05 pCt. en 18,35 pCt.);

§roeP der handels- en verkeersbedrijven steeg dit percentage (22,90 oCt. 23,10 pCt., 24,40 pCt. en 25,55 pCt.). Als absoluut bedrag is echter het loon in de bouwbedrijven sedert 1904 nog gestegen.

.Xe^elilkt men het aantal verzekerde werklieden zoowel als het aantal arbeidsdagen met de grootte der bevolking op 31 December 1906, dan verkrijgt men de navolgende getallen betreffende de relatieve talrijkheid der verzekerde bevolking. (Zie Staat III, bladz. 712).

Sedert het jaar 1904 is het aantal verzekerde arbeidsdagen per inwoner gestegen van 27,66 (zie afl. 4, 1908, blz. 49) tot 29,51 ; in 1905 bedroeg het 28 37.

gemiddeld aantal verzekerde werklieden, dat voor het geheele Rijk 'per 1 000 inwoners in 1906 120 was, bedroeg in dat jaar in Duitschland op grond van het Gewerbe— en van het Bau-Unfallversicherungsgesetz 151 op'grond van alle ongevallenverzekeringswetten te zamen 339; in Noorwegen 58in het jaar 1905in Oostenrijk 73 exclusief en 105 inclusief de verzekerde landbouwbedrijven!

Voor 1904 waren deze cijfers resp. 106 (Nederland), 141 en 334 (Duitschland), 69 en 99 (Oostenrijk). Bij beoordeeling dezer cijfers bedenke men, dat in Oostenrijk de mijnindustrie en verwante bedrijven grootendeels zijn verzekerd, niet onder het „Unfallversicherungsgesetz" doch onder het „Bruderladengesetz". De toeneming van het aantal verzekerde werklieden per 1 000 inwoners in Nederland sedert het jaar 1904, is ten deele toe te schrijven aan de vertraagde aangiften van ondernemingen en is dus in zooverre slechts schijnbaar. Ook werd in de jaren 1905 en 1906 de verzekeringsplicht van vele gemeentelijke brandweerorganisaties erkend. In het volgend staatje zijn de uitkomsten over de jaren 1903 t/m 1906 samengevat, waarbij echter het brandweerbedrijf buiten beschouwing werd gelaten. (Zie Staat IV, bladz. 712).

Het percentage der type-werklieden in de eerste; klasse'is in 1905 een weinig gestegen, in 1906 daarentegen weer gedaald, waarbij'echter in het oog te houden is, dat vertraagde aangiften hier het beeld ernstig verstoord hebben. De belangrijkheid van het middelbedrijf neemt zeer regelmatig af (met nagenoeg 1 pCt. 's jaars), terwijl daarentegen het grootbedrijf minder regelmatig maar toch geregeld

6