is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 12, 30-12-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkman — verschilt met het op deze wijze berekende gemiddelde dagloon soms zeer aanzienlijk, ten nadeele van den getroffene.

Bij de toepassing van art. 8 bleek, dat sommige werkgevers als volslagen werklieden aanmerkten personen van 14—15-jarigen leeftijd, die na zeer korte voorbereiding zelfstandig aan de machine werkten en dan een laag dagloon, soms van f 0,30— f 0,40 genoten. Door het bestuur der bank werd dienaangaande beslist, dat dergelijke personen niet als volslagen waren aan te merken. Overwogen werd, dat, indien inderdaad vakopleiding wordt genoten, onder volslagenen zijn te rekenen zij, wier opleiding is afgeloopen. Aangenomen kan worden, dat deze personen dan een loon zullen genieten, dat voldoende is om in eigen levensonderhoud te voorzien. Diezelfde eisch is te stellen ten aanzien van personen, die geen vakopleiding genieten. Een arbeider, die, onder gewone omstandigheden werkende, nog niet een loon verdient, dat, in verband met de plaatselijke omstandigheden, voldoende is om in eigen levensonderhoud te voorzien, wordt ook volgens het geldend spraakgebruik niet als volslagen aangemerkt.

Omtrent de maatregelen, die werden genomen om toegekende renten te herzien op grond van reactiveering door aanpassing, kon wegens onvoldoende gegevens, het vorige jaar nog niets worden medegedeeld. Thans wordt over eenig materiaal beschikt, waaraan de volgende uitkomsten zijn ontleend. In 326 gevallen werd een rente, toegekend ter zake van oogletsels, herzien; tegen 137 dezer beslissingen werd beroep ingesteld.

De door het bestuur der Rijksverzekeringsbank verlaagde rente is in beroep 19-maal verhoogd tot het bedrag vóór de verlaging, 3-maal verhoogd beneden dat bedrag en 115-maal gehandhaafd.

Het resultaat van de 326 herzieningen is geweest, dat in 22 gevallen die verlaging geheel of ten deele werd te niet gedaan, terwijl in 304 gevallen de verlaging van kracht bleef.

Verder werd tot ultimo December 1910 door speciaal daartoe aangewezen agenten in 567 gevallen een onderzoek ingesteld naar „aanpassing" bij getroffenen, die in het bezit waren van een rente ter zake van andere letsels dan oogletsels. Op grond van hunne bevindingen, in zeer enkele gevallen gevolgd door een nader geneeskundig onderzoek, werd in 372 gevallen tot herziening (verlaging of beëindiging) der rente overgegaan. Tegen 143 der onderwerpelijke beslissingen werd beroep ingesteld.

De door het bestuur der Rijksverzekeringsbank verlaagde of geëindigde rente is in beroep 53-maal verhoogd tot het bedrag vóór de verlaging of beëindiging, 16-maal verhoogd beneden dat bedrag, 2-maal verlaagd en 72-maal gehandhaafd.

Het resultaat van de 372 herzieningen van renten is geweest, dat in 69 gevallen die herziening geheel of ten deele werd te niet gedaan in het voordeel, en tweemaal in het nadeel van den rentetrekker, terwijl in 301 gevallen de herziening onveranderd van kracht bleef.

De uit de financieele statistiek over de jaren 1903 tot en met 1907 gebleken ervaring, dat gelijke bedrijfssoorten in verschillende deelen des lands zeer verschillend belast zijn geweest, deed het bestuur der bank de vraag stellen, of op dit resultaat onder meer ook van invloed konden zijn geweest de uiteenloopende schattingen door de verschillende controleerend-geneeskundigen van de mate van ongeschiktheid, veroorzaakt door dezelfde letsels bij werklieden in eenzelfde bedrijfssoort. Het droeg aan de controleerend-geneeskundigen op, dit onderwerp te zamen te bespreken en het resultaat dier bespreking aan het bestuur mede te deelen.

Het bleek o.a. dat de schattingscijfers over het geheel genomen weinig uiteenloopen en zeker niet den indruk geven, dat verschil in de schattingen van belangrijken invloed zou zijn op de mate, waarop dezelfde bedrijven in verschillende deelen van het land belast zijn. De commissie was voorts van oordeel, dat, mede in aanmerking nemende de uiteenloopende individueele inzichten der verschillende controleerend-geneeskundigen en andere van hen onafhankelijke invloeden van plaatselijken aard, volstrekte eenheid in schatting niet bereikbaar is. Het bestuur zich hierbij aansluitende, heeft uit het onderzoek den indruk ontvangen, dat van belangrijke afwijkingen in de schattingen niet gebleken is, terwijl bovendien de noodige eenheid voldoende bewaard wordt, doordat de definitieve renten alle eerst worden vastgesteld, na aan het oordeel van de medische ambtenaren in het bureau der bank te zijn onderworpen.

In verband met de toenemende werkzaamheden der controleerend-geneeskundigen en de wenschelijkheid om uitbreiding te geven aan de controle vóór den 43sten dag na het ongeval, werd besloten tot een proefneming met zoogenaamde