is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 12, 30-12-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, indien ook de patroons, die niet ter vergadering aanwezig waren, bereid zullen blijken tot de verhooging.

— Haarlem (C). Door de afdeeling van den Bond van Arbeiders in de Kleedingindustrie worden bij de patroons pogingen aangewend om loonsverhooging te verkrijgen.

— Hilversum (B). In de loonregeling der gemeentewerklieden werd eenige verandering gebracht.

— Nijmegen. Door den Raad dezer gemeente werd in zijne vergadering van 11 November j.1. opnieuw gewijzigd de bij raadsbesluit van 24 Augustus 1904 vastgestelde „verordening tot regeling van de bezoldiging van gemeenteambtenaren". Bepaald is thans, dat het salaris van den lsten en 2den machinist aan het gemeentelijk slachthuis na 4, 8 en 12 jaren dienst met resp. f 100 en f 50 zal worden verhoogd.

(B). Door de verschillende patroonsvereenigingen werd besloten, het

uurloon van timmerlieden en metselaars met ingang van 1 Februari 1912 met 1 cent en op 1 Mei 1913 nogmaals met 1 cent te verhoogen.

De Schilderspatroonsvereeniging zegde aan de gezellen een loonsverhooging van 1 cent per uur toe tegen 1 Maart 1912.

— Odoorn. Door den Raad dezer gemeente werd in zijne vergadering van 28 November 1911 eene verordening vastgesteld, regelende de pensionneering der gemeenteambtenaren (waaronder begrepen zijn de werklieden in vasten dienst der gemeente) en hunne weduwen en weezen.

— Rotterdam (C). In één touwslagerij werden dé loonen van de daggeldwerkers met f 0,50 per week verhoogd.

— Schiedam (Vg). Op één drukkerij werden de loonen van de gezellen verhoogd.

— Utrecht. Den 26en October 1911 is door de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen een dienstorder betreffende de loonregeling tot haar personeel gericht waaraan het volgende is ontleend.

Ten einde de loonregeling van het personeel te verbeteren door verkorting van den termijn van periodieke verhooging is een regeling ontworpen, die bij wijze van proef in de jaren 1911 en 1912 zal worden toegepast, met de bedoeling later opnieuw te overwegen of de toestand van het bedrijf voortzetting toelaat. Krachtens deze regeling zal aan hen, voor wie een periodieke verhooging om de twee of meer jaren is vastgesteld, jaarlijks een uitkeering worden gedaan welke wordt gesteld op een bedrag, verdiend in zes dagen (of zeven dagen, indien de bezoldigde over zeven dagen per week wordt uitbetaald) volgens den grondslag der op 1 Januari (voor 1911 op 1 November) van het betrokken jaar door hem genoten bezoldiging, doch ten minste f 10,— zal bedragen. De uitbetaling geschiedt in eens tenzij de betrokkene aan uitkeering in wekelijksche of maandelijksche termijnen de voorkeur geeft.

De uitkeering wordt gegeven aan die personen, welke op 31 December (voor 1911 op 31 October 1911) voorafgaande aan de uitbetaling in vasten dienst zijn, ten minste een jaar onafgebroken in vasten en (of) hulpdienst hebben doorgebracht, en de maximumbezoldiging van de betrekking, waarin zij geplaatst zijn, nog niet hebben bereikt. Aan hen, die op 31 December (31 October 1911) nog geen vol jaar onafgebroken in vasten en (of) hulpdienst hebben doorgebracht, of na dezen datum in vasten dienst worden opgenomen, zal in bepaalde gevallen toch nog een uitkeering worden gedaan.

Personen boven den 35-jarigen leeftijd, die, voordat zij in vasten dienst zijn opgenomen, hetzij worden opgeleid tot eenige betrekking bij de Maatschappij, hetzij met de volledige waarneming van zoodanige betrekking zijn belast, en voor periodieke verhooging van bezoldiging in aanmerking komen, worden met personeel in vasten dienst gelijk gesteld. De uitkeering wordt o. m. niet verleend indien bekwaamheid, geschiktheid of dienstijver te wenschen overlaten.

Ten behoeve van hen die door vorenstaande regeling niet of zoo goed als niet zouden worden gebaat, t.w. zij die hun maximum reeds of bijna hebben bereikt, zij, wier loon uniform is geregeld of die thans reeds om het jaar verhooging genieten, zoomede het personeel in de werkplaatsen, wier loon op anderen voet verhoogd wordt dan dat van het overige personeel, zijn bijzondere maatregelen voor 1911 en 1912 getroffen. Bepaald is n.1., dat de bovenvermelde uitkeering ook zal geschieden aan het personeel dat op 31 October 1911, resp. 31 December 1911, de maximumbezoldiging heeft bereikt, aan de eerste hoofdconducteurs en