is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 12, 30-12-1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stakers bij 54 stakingen: 5 946. Oorzaken: loon 21, arbeidsduur 2, fabrieksreglement 14, personeel 3, loon en arbeidsduur 2, loon en fabrieksreglement 5, loon en personeel 4, loon, arbeidsduur en fabrieksreglement 2, loon, arbeidsduur en personeel 1, loon, personeel en fabrieksreglement 1, onbekend 1. Afloop: geheel ten gunste der werklieden 7, grootendeels te hunnen gunste 3, half te hunnen gunste 14, voor het kleinste gedeelte te hunnen gunste 2, te hunnen nadeele 20, onbekend of onbeslist 4, nog niet geëindigd" 6.

Oostenrijk. (Autriche.) October 1911.') Aantal werkstakingen in mijnbouw en nijverheid: 37 2) [mijnbouw 6, metaalbewerking 1, machinenindustrie enz. 2, houtbewerking enz. 4, textielnijverheid 9, bereiding van voedings- en genotmiddelen 9, chemische nijverheid 1, bouwvakken 1, grafische vakken 1, handel 13)]. Aantal betrokken ondernemingen: 115 (in 12 gevallen onbekend). Aantal werklieden, vóór het uitbreken der geschillen werkzaam: 62 774; aantal stakers: 55 337 (in 8 gevallen beide aantallen onbekend). Oorzaken: ontevredenheid met het loon 29, 'andere oorzaken 8. Afloop: geheel ten gunste der werklieden 6, gedeeltelijk 12, te hunnen nadeele 6, onbekend 13.

Uitsluitingen kwamen deze maand niet voor.

(_) iglo. -t) in 1910 kwamen 657 stakingen voor, waarbij 2 888 ondernemingen en 55 474 stakers betrokken waren en waardoor 1 129 460 arbeidsdagen verloren gingen (tegen 580 stakingen met 1 741 betrokken ondernemingen, 61 978 stakers en'729 309 verloren arbeidsdagen in 1909). Het aantal stakingen was grooter dan in het voorgaande jaar doch kleiner dan in elk der jaren 1905—1908. Het aantal -betrokken ondernemingen is sedert 1909 bijna met de helft gestegen en was weer bijna even groot als in 1908. Wat het aantal stakers betreft was de omvang der stakingen gemiddeld kleiner dan in het voorgaande jaar, terwijl de gemiddelde grootte der door staking getroffen ondernemingen kleiner was dan in elk der 9 voorgaande jaren, met uitzondering van 1904.

In het voorjaar (Maart—Mei) van 1910 braken 238 stakingen uit met 16 920 stakers, in den zomer (Juni—Augustus) 203 stakingen met 17 106 stakers, in den herfst (September—November) 132 stakingen met 14 762 stakers en in den winter (Januari, Februari en December) 84 stakingen met 6 686 stakers.

273 stakingen duurden van 1 tot 5 dagen, 126 van 6 tot 10 dagen, 57 van 11 tot 15 dagen, 29 van 16 tot 20 dagen, 27 van 21 tot 25 dagen, 21 van 26 tot 30 dagen, 44 van 31 tot 45 dagen, 28 van 46 tot 60 dagen, 23 van 61 tot 90 dagen en 29 langer dan 90 dagen.

Van de 1 129460 verloren arbeidsdagen kwam 26,6 pCt. ten laste van de steen- aarde- en glasbewerking, 14,7 pCt. van de- bouwvakken en 12,6 pCt van de textielnijverheid.

Bij 508 stakingen werden looneischen gesteld, bij 226 eischen betreffende den arbeidsduur, bij 260 eischen betreffende de organisatie en bij 226 andere eischen. Het aantal betrokken arbeiders bedroeg resp. 45 928, 21 268, 27 144 en 24 568.

Onder de looneischen nam die tot verhooging van het loon de eerste plaats in; deze eisch werd bij 459 stakingen met 41 903 stakers (75,5 pCt. van alle stakers) gesteld. Tegen loonsverlaging waren 20 stakingen gericht, waarbij 999 stakers of 1,8 pCt. van alle stakers betrokken waren; 114 maal en door 11875 werklieden (21,4 pCt.) werd geëischt betaling van feestdagen, overwerk enz.

Onder de eischen betreffende den arbeidsduur kwam het meest voor die tot verkorting van den dagelijkschen werktijd: 163 maal en door 15 280 personen (d. i. 27,5 pCt. van alle stakers) werd deze eisch gesteld.

In 101 gevallen met 11 689 stakers (21,1 pCt.) werd erkenning of instelling van een vertegenwoordiging der arbeiders of van vertrouwensmannen geëischt; bij 76 stakingen, met 4 539 stakers (8,2 pCt.), ging het om wederindienstneming van ontslagenen, bij 69, met 9 196 stakers (16,6 pCt.), om het niet-ontslaan van stakers, bij 64, met 7 452 stakers (13,4 pCt.), om vrijaf op 1 Mei, bij 26, met 892 stakers (1,6 pCt.), om ontslag van arbeiders en bij 23, met 3 870 stakers (7,0 pCt.), om ontslag van leidend personeel, terwijl 23 geschillen, met 2 085 stakers (3,8 pCt.), de arbeidsbemiddeling betroffen.

i) Soziale Rundschau van November 1911.

=) Omtrent 32 geschillen werden geen nadere gegevens verkregen.

3) Optelling geeft 35>

■») „Die Arbeitseinsteliungen und Aussperrungen in Österreich wahrend des Jahres 1910", uitgave van het Arbeitsstatistische Amt im Handelsministerium.