is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 6, 1911, no 12, 30-01-1911 [Bijlage]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

artikelen aan te brengen; deze naaisters zijn deels op ateliers, deels bij zicli aan huis werkzaam. In de hiervoor bedoelde mantelfabriek treedt één der firmanten op als coupeur; het in elkaar zetten van de geknipte stoffen wordt door de werklieden thuis gedaau tegen de volgende stukioonen: regenmantels 60—80 ets., paletots 70—80 ets., gewone zwarte mantels f 0,80 a f 1,30 en meer bewerkelijke mantels naar verhouding meer. Ben bekwaam mantelmaker kan, alleen werkende en als er genoeg werk is, een netto-weekloon behalen van f 15,— a f 16,—. Aangaande de thuiswerkers kan nog worden opgemerkt, dat velen hunner bij middelmatige drukte werken op de in de tabel op blz. 86 voor atelierwerk opgegeven tijden.

Haarlem en Heemstede. De Kamer houdt het er voor, dat huisarbeid onder de dameskleermaaksters zoo goed als niet voorkomt, terwijl het h. i. wel mogelijk is, dat door dameskleermakers huisarbeid verricht wordt. Waar dit echter zoo weinig openlijk geschiedt, is het haar niet mogelijk betrouwbare inlichtingen te verstrekken.

Leiden. Een bekwaam thuiswerkster verdient uaar schatting f 6,— per week netto, een ongeveer gelijk loon dus als door een atelierwerkster van gelijke bekwaamheid genoten wordt. De huisarbeid neemt af.

Nijmegen. De gewone naaisters, die voor particulieren werken, niet medegerekend, komt huisarbeid minder voor dan atelierwerk. Ten behoeve van de groote ateliers wordt door vrouwen en meisjes bijna geen huisarbeid verricht. De mannen, die thuis werken, worden betaald naar het volgende tarief: mantels f 5—f 10,— ; mantal-costuums f 7—f 15,— ; blouses fl —f6,—en rokken f 1,50—f7,50. Deze dameskleermakers verdienen gewoonlijk f 14—f16,— per week netto. In den omvaug der huisindustrie is sedert het vorige jaar geen wijziging gekomen. De betaalde stukloonen waren dezelfde als iu 1909.

Utrecht. De stukloouen, welke aan de naaisters, die thuis werken, betaald worden, loopeu zeer uiteen. De gemiddelde wekelijksche verdiensten beloopen f 4,— a f 5,— (in enkele fijnere zaken voor bekwame naaisters iets moer). Vergeleken bij het vorige jaar kwam er in den omvang der huisindustrie geen verandering, hetgeen eveneens gezegd kan worden ten opzichte van de aan de thuiswerksters betaalde loonen.

Amsterdam (C), Arnhem (C), Groningen (C), Haarlem (C), Heemstede (Haarlem C), 's-Hertogenbosch (C), Leiden (Tn), Nijmegen (Vg), Utrecht (C) en Vught ('s-Hertogenbosch C).

b. Heerenkleermakerijen. In deze industrie, welke kan worden onderverdeeld in de vervaardiging van maat- en confectiegoederen, neemt de huisarbeid een belangrijke plaats in. Voor de meeste plaatsen werd gemeld, dat in den omvang der huisindustrie sedert het vorige jaar geen — of zoo goed als geen — verandering kwam. Te Amsterdam zijn door sommige patroons ateliers opgericht voor de bewerking van de kleedingstukken (maatwerk), doch daartegenover staat, dat andere patroons in die gemeente, die ook bij wijze van proef ateliers hadden opgericht, weder tot de vroegere wijze van werken terugkeerden. Voorts zij nog gemeld, dat enkele werkliedenverenigingen de oprichting van ateliers zooveel mogelijk trachten te bevorderen. Te Delft werd de eenige zaak, die confectiegoederen door de werklieden thuis liet vervaardigen, in den loop van 1910 opgeheven. Voor Groningen werd er melding van gemaakt, dat de huisarbeid bij de confectie-en-gros zoowel als bij de confectie-en-détail eer toe- dan afneemt. Ook voor Vlissingen werd opgegeven (de betrokken Kamer maakte bij het vaststellen van haar rapport gebruik van de gegevens, welke zij van een drietal patroons ontving), dat de huisarbeid toeneemt.

Het loon van de thuiswerkers wordt overal per stuk berekend. Voor de atelierwerkers komen, zooals het staatje op blz. 89 — dat o.a. tevens eenige mededeelingen bevat omtrent de mate, waarin huisarbeid voorkomt — aantoont, naast stuk- ook tijdloonen voor.

De uitbetaling van de loonen heeft in verreweg de meeste plaatsen wekelijks plaats. Voor Amsterdam werd gemeld dat daar, in het bijzonder met de thuiswerkers, ook wel tweemaal per week wordt afgerekend, terwijl voor Groningen werd opgegeven, dat aan de thuiswerkers bij de vervaardiging van confectiegoederen hun loon telkens bij de aflevering van de kleedingstukken wordt uitgekeerd. Voor Delft en Rotterdam werd er eveneens melding van gemaakt, dat uitbetaling van het loon bij de aflevering der goederen in sommige zaken wel voorkomt, hetgeen ook te Leeuwarden, voor welke plaats werd opgegeven, dat met coupeurs meestal maandelijks wordt afgerekend, wel eens het geval is.

Door nagenoeg alle Kamers werd gemeld, dat geen standaardloonen bestaan. In het algemeen kan worden gezegd, dat de tijdloonen worden bepaald naar gelang van de bekwaamheid der werklieden, terwijl de stukloonen verband houden met de kwaliteit der te verwerken stof en van de klasse, waarin het kleedingstuk gerangschikt wordt, m. a. w. van de eischen, welke aan de afwerking gesteld worden. Zooals voor de hand ligt, is ook de omstandigheid of voor voorname dan wel voor minder deftige zaken gewerkt wordt, op de loonen niet zonder invloed. De gegevens, welke voor de onderscheidene gemeenten betreffende de loonen werden ontvangen, liepen ook ditmaal zoowel wat aard als omvang betreft

(Zie vervolg op blz. 90.)