is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 4, 1909, no 7, 01-01-1909

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mindering waar te nemen. Met betrekking tot de verhouding tusschen het aantal levenloos aangegevenen en het bevolkingscijfer valt, evenals in Februari en Maart een vermeerdering te constateeren, in tegenstelling met de betrekkelijke cijfers voor de maanden Januari, April en Mei, welke op eene vermindering duidden. Evenals in de maanden Januari, Februari, Maart en Mei vertoont het aantal huwelijken in Juni j.1. eene daling, vergeleken bij dezelfde maand van het vorige jaar. In het sterftecijfer is, evenals in de maanden Januari t/m Mei ook thans weder eene verbetering waar te nemen: het verhoudingscijfer in Juni j.1. is lager dan in Juni 1908. Ook de cijfers betreffende het aantal overledenen beneden 1 jaar op 1000 levend aangegevenen, komen in de maanden Januari tot en met Juni gunstiger uit dan in de overeenkomstige maanden van het vorige jaar.

Bouw- en Woningtoezicht. In de tabellen zijn opgenomen de opgaven van het Bouw- en Woningtoezicht te Amsterdam, Arnhem, Haarlem, Leiden en Utrecht betreffende bouwen, verbouwen, sloopen en onbewoonbaar verklaringen over de maand Juni 1909.

Uit de cijfers voor de gemeente Amsterdam blijkt, dat het aantal nieuwe perceelen waarvoor bouwvergunningen loopende waren, op het einde der maand juni 1909 112 meer bedroeg dan op het einde van Juni 1908. Ook het aantal bouwwerken in uitvoering was op eerstgenoemd tijdstip aanmerkelijk grooter dan op het einde van -de maand Juni 1908, n.1. 106.

Het aantal nieuwe perceelen, waarvoor bouwvergunning verleend werd in de maand Juni 1909, bedroeg 40, d. i. 13 meer dan in dezelfde maand van het vorige jaar. In eerstgenoemde maand werden 19 perceelen (32 woningen) gesloopt tegen 8 (13 woningen) in de maand Juni 1908. In de maand Juni 1909 werden 126 woningen onbewoonbaar verklaard; in Juni 1908 geen enkele woning.

Uit de opgaven voor de gemeente Arnhem blijkt, dat het aantal nieuwe perceelen, waarvoor op het einde der maand Juni 1909 bouwvergunningen loopende waren 141 bedroeg, dat der bouwwerken in uitvoering op het einde der maand 138 en dat der nieuwe perceelen, waarvoor in Juni vergunning verleend werd, 29 (tegen resp. 94, 102 en 16 in Mei 1909).

Uit de cijfers voor de gemeente Haarlem blijkt, dat het aantal nieuwe perceelen, waarvoor bouwvergunningen loopende waren, op het der maand Juni 79 bedroeg; het aantal bouwwerken in uitvoering op het einde der maand was 73 en het aantal nieuwe perceelen, waarvoor in Juni vergunning verleend werd 35 (tegen resp. 50, 59 en 1 in Mei 1909). Gesloopt werden in de maand Juni 7 perceelen (7 woningen) en onbewoonbaar werden verklaard 5 peceelen (5 woningen).

De cijfers voor de gemeente Leiden toonen aan, dat het aantal nieuwe perceelen, waarvoor op het einde der maand Juni bouwvergunningen loopende waren, 115 bedroeg, dat der bouwwerken in uitvoering op het einde der maand 6 en dat der nieuwe perceelen, waarvoor bouwvergunning werd verleend in Juni 1909, 6 (tegen resp. 111, 30 en 30 in de voorafgaande maand).

Uit de cijfers voor de gemeente Utrecht blijkt, dat het aantal nieuwe perceelen, waarvoor bouwvergunningen loopende waren, 243 bedroeg (tegen 221 in Mei 1909), dat der bouwwerken in uitvoering op het einde der maand 208 (tegen 186 in Mei) en dat der nieuwe perceelen, waarvoor bouwvergunning verleend werd in de maand Juni 1909, 57 (tegen 53 in Mei). Gesloopt werden 7 perceelen (10 woningen) tegen 11 perceelen (16 woningen) in de maand Mei 1909.

Controle Havenarbeid. Amsterdam. — Juni 1909. De controle bezocht in totaal 153 schepen, waaronder 78 Nederlandsche; op 95 schepen moesten één of meer, te zamen 149, aanmerkingen worden gemaakt. 105 van deze aanmerkingen betroffen alleen het schip, de overige het werkgeversmateriaal of de wijze van werken. De aanmerkingen welke alleen het schip betroffen, hadden betrekking op 71 schepen, de overige op 40 schepen.

Uit het in de „Tabellen" opgenomen staatje blijkt o. m., dat op 55,13 pCt. van alle Nederlandsche schepen, welke bezocht werden, aanmerkingen, het schip betreffende, werden gemaakt. Voor schepen van vreemde nationaliteit is deze verhouding als volgt Deensche 100, Duitsche 38,89, Engelsche 29,03, Noorsche 33,33, Russische 100, Zweedsche 53,85 en Belgische en Italiaansche 0.

Naar aanleiding van de in de maand Juni gemaakte aanmerkingen, had in 48 gevallen directe voorziening plaats; van de vroeger gemaakte was in 11