is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 4, 1909, no 8, 31-08-1909

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de kettingfabricage namen de werkzaamheden nog toe. Er werd meer werk aangenomen en dientengevolge meer personeel aangezet. De vraag naar werkkrachten overtrof het aanbod en van werkloosheid was geen sprake.

Tilburg (K. v. A. v. d. Bouwbedr.). — Koperslagers. Matig werk. Evenwicht tusschen vraag en aanbod van werkkrachten. Geen werkloosheid.

Utrecht (K. v. A. v. d. Bouwbedr.). — Juni en Juli. In de metaalfabrieken heerschte geen slapte. Integendeel, in enkele fabrieken was bepaald veel werk, zoodat meer werklieden aangezet en langere arbeidsdagen gemaakt werden. Het aanbod van werkkrachten bleef de vraag overtreffen, hetgeen inzonderheid moet worden toegeschreven aan het stilliggen van de Utrechtsche metaalwalswerken Werkloosheid heerschte echter niet.

Vaals (Werkliedenvereeniging). — In de metaalindustrie heerschte nog bij voortduring een zekere slapte. Ontslag van werklieden kwam niet meer voor, maar wel werd bijna overal de arbeidsdag verkort.

Vlissingen (K. v. A. v. d. Metaalbew.). — In het grootbedrijf der metaalbewerking was voldoende werk, doch van drukte was geen sprake. De arbeidsverhoudingen bleven dezelfde. Overwerk kwam niet voor. Vraag en aanbod van werkkrachten hielden gelijken tred en werkloozen waren er niet.

Zutfen (K. v. A. v. d. Bouwbedr.). — Zooals reeds in het vorige verslag medegedeeld werd, gaat in de ijzerindustrie hier ter stede zeer weinig om en zou eer van slapte dan van verlevendiging gesproken kunnen worden. Behalve een tweetal zaken van ijzerhandelaars (voornamelijk handel in landbouwwerktuigen) bestaan hier geen ondernemingen van grooten omvang. Aan de meeste dezer zaken, die geen van allen bloeien of vooruitgaan, is bovendien een winkel verbonden. Het aantal werklieden blijft stationnair. Geen werkloosheid.

Smederij.

Alfen (K. v. A.). — In het huis- en kachelsmedenbedrijf heerschte de gewone zomerslapte, welke evenwel geen bepaalde gevolgen had. Vraag en aanbod van werkkrachten wogen tegen elkander op. Geen werkloosheid.

Amersfoort (K. v. A. v. d. Bouwbedr.). — Smeden ondervonden seizoenslapte. Geen verlevendiging. Het aanbod van werkkrachten overtrof de vraag. Nochtans heerschte er geen werkloosheid, daar de patroons hun personeel voor eigen rekening aan den gang houden.

Amsterdam (K. v. A. v. d. Metaal- en Houtbew.). — In het huissmedenbedrijf werd met meer zoo algemeen over slapte geklaagd als in vorige maanden. Verscheidene patroons konden thans hunnen gezellen geregeld en voldoende werk verschaffen.

Arnhem (K. v. A. v. d. Bouwbedr.). — De toestand voor huis- en hoefsmeden bleef normaal. Vraag en aanbod van werkkrachten waren met elkander in evenwicht. Geen werkloosheid.

Breda (K. v. A. v. d. Bouwbedr.). — Zonder dat van bepaalde slapte gesproken kon worden, was de toestand toch niet gunstig te noemen. Vraag en aanbod van werkkrachten bleven vrijwel tegen elkander opwegen. Geen werkloosheid. ö

Delft (K v. A. v. d. Bouwbedr.). — Huis-, hoef- en kachelsmeden. Bepaalde slapte heerschte er nog niet, want er was juist voldoende werk om alle knechts aan den gang te houden. Geen vraag of aanbod van werkkrachten.

Dordrecht (K. v. A. v. d RnnwhpHr^ ïn li nf l~l 1 1 J O /-Vt-1 \r n nU ~

U A Ut £ j 1 l i — lil nv.i IIUIO- ClI IVdCllCIMIieueil-

bedrijf bleef de toestand onveranderd: de slapte hield aan. Geen bepaalde ge-

vnlcrpn vnnr hof norc^nnnl 17^ < 1

fv,iöuiicci. Lvciiiiini vraag ais aanooa van werkkrachten en

geen wei luuuauciu.

Enschede (W. V. A V H Rnmuharlr \ CV ~ 1 • t i i_ _ i

- v--- •• — uvui.;. — i^i uniöiuiiu siapie in nei Dean T.

er niet Van w over^ro^ de vraag, maar werkloosheid heerschte

Gouda (K. v A. v. d. bouwbedr.). — Geen slapte. Verlevendiging (veel werk). Evenwicht tusschen vraag en aanbod van werkkrachten.

Groningen (K. v. A. v. d. Bouwbedr.). — Het was, in verband met het seizoen, minder druk dan in Juni, zoodat geen overwerk meer voorkwam. Evenwicht tusschen vraag en aanbod van werkkrachten. Geen werkloosheid.